Het grote gebeuren

Over de megaproducties van Hollywood wordt veel kwaads gezegd. In het laatste meesterwerk bijvoorbeeld, Pearl Harbor, gaat het er hoofdzakelijk om dat er zoveel mogelijk met zo spectaculair mogelijke ontploffingen aan stukken vliegt. Een historische gebeurtenis gereduceerd tot wat de afdeling special effects ervan kan maken. Wordt daarmee de geschiedenis geen onduldbaar geweld aangedaan?

Voor wie gelooft dat de mensen naar de bioscoop gaan om iets uit het verleden op te steken: ja. Maar de meesten die een kaartje kopen, willen andere waar voor hun geld. Er vliegt een wolkenkrabber in brand, een groot schip zinkt, tientallen auto's rijden tegen elkaar en verdwijnen in een oranje vuurzee, de marsmannetjes landen en maken alles met de grond gelijk.

Filmproducenten die een blockbuster willen maken, moeten iets verzinnen dat lang duurt en waarin zoveel mogelijk wordt verwoest. Een film van dit genre is niet meer een traditioneel verteld drama, met helden, schurken, een intrige en een ontknoping. Het is tot evenement geworden. En het evenement hoort nu eenmaal tot de wereldcommunicatie van deze tijd. Daar kunnen we Hollywood niet meer de schuld van geven. De filmfabrieken zelf zijn opgenomen in de stroom van de geschiedenis.

Het evenement op zich is een gebeurtenis waarbij, actief of passief, zoveel mogelijk mensen aanwezig zijn, op zo'n manier dat ze zelf van het gebeuren deel gaan uitmaken wat dan weer tot gevolg heeft dat de gebeurtenis tot evenement wordt. Dit is mijn aanloop voor een definitie. Daar komt dan bij, dat bij de aanwezigen, al deelnemend, het besef van plaats, heden en verleden wordt verdrongen door de ten slotte alles beheersende sensatie van het hier en nu. Reflectie wordt verzwolgen door extase. Wat denkt u daarvan? En dan kunnen we nog onderscheid maken tussen de evenementen van het entertainment (waartoe de meeste horen), het mystieke evenement van sommige godsdiensten, het destructieve van de film, en misschien nog wel een paar. Maar altijd gaat het om de oplossing van het tijdsbesef in de extase. De uitdrukkingsvorm van degene die het evenement ondergaat, is dan ook de wijd opengesperde mond waaruit, ontdaan van het laatste bewijsje relativering, de schreeuw komt. Als het evenement tot de wereldcommunicatie hoort de verstaanbaarheid gemondialiseerd dan is de schreeuw daar weer de pregnantste uitdrukking van.

Deze week zijn de toestanden in Spaarnwoude het gesprek van de dag. Laten we er niet over klagen. Iedereen is veilig thuisgekomen, en over vijftig jaar zitten de jongens en meisjes tegen hun kleinkinderen op te scheppen, dat ze `Dance Valley nog hebben meegemaakt'. Hoe was dat, oma? `Nou, een hel! Oma was helemaal onderkoeld!' De beste evenementen (vanzelfsprekend liefst die met een goed einde) zetten zich voort, zowel in het gesprek van de dag als in de geschiedenis. En wie niet begrijpt hoe belangrijk voor alle takken van bedrijvigheid, de politiek, de zorg, het broeikaseffect, de veeteelt het evenement is, zal het vandaag en morgen niet ver brengen. Alleen al de Amsterdamse Gouden Gids heeft zes pagina's met evenementenbureaus. Het is niet waarschijnlijk dat een neergang in de economie daar een negatief effect op zal hebben. Althans, ik denk dat in slechter tijden onder deze postmoderne omstandigheden de behoefte aan de roes van het evenement eerder zal toenemen.

Ja, roes. Want dit is een eigenschap die het evenement met andere roesmiddelen gemeen heeft. Wie ervan wil blijven genieten, heeft een steeds sterkere dosis nodig. Meer knallen in de bioscoop, meer pillen voor meer mensen om bij het dansen met hun allen verder uit hun dak te gaan. De conclusie ligt voor de hand: de voortgezette levenskracht van het evenement ligt in zijn zelfescalatie, de organisatorische zelfkloning.

Zo komen we vanzelf tot de vraag, of we ons een voorstelling kunnen maken van het volstrekt gemondialiseerde ultieme totaalevenement. Theoretisch: ja. Want dat is vanzelfsprekend het Laatste Oordeel. Het is ook al vaak gedaan. Kijk naar de resultaten van Michelangelo's verbeeldingskracht in de Sixtijnse Kapel. En veel recenter: naar de film die Jaap Drupsteen voor de VPRO heeft gemaakt, op grondslag van Belcampo's verhaal Het grote gebeuren. Dat begint bij hem in Rijssen, Twente. Bij wijze van voorhoede landen daar kleine, vreemde dieren. De hoofdonderwijzer heeft een exemplaar gevangen en voor nadere bestudering in een terrarium gezet. Hij ziet hoe het een soort reservepoten uit een paar lichaamsgaten laat stulpen en mompelt dan: `Aha! Pseudopodiën! Daar moet ik Jac.P. Thijsse over bellen.' Maar dan heeft dit evenement al de mondiaal-kosmische wending genomen. Ik heb het nagezocht: Hollywood heeft zich er nog niet aan gewaagd.

Belcampo, bedenk ik me nu, heeft het evenement in zijn moderne verschijning al begin jaren twintig scherp voorzien, in zijn verhaal Het Plan Van der Aa, waarmee Rijssen op de wereldkaart gezet moest worden, en dat in een woeste orgie met grote branden eindigt. Juist in deze tijd is het een herdruk waard.