Globalisering

In `Zin en onzin van de globalisering' (NRC Handelsblad, 21 juli) zet Roel Janssen onze vrije economie tegenover een – terecht – afschrikkend staatssocialistisch bestel.

Maar in onze economie is er ook veel `commando'. Voor de ondernemer is het gebod: groeien of wijken. En menige manager krijgt het consigne om zijn omzet te vergroten, anders kan hij of zij de laan uit. Voor de meeste mensen waren onder het staatssocialisme de basisvoorzieningen zoals huis, werk, onderwijs en gezondheidszorg goed in orde, hetgeen verklaart waarom de communistische partijen in Oost-Europa vaak nog een flinke aanhang hebben.

Dan milieubescherming en dergelijke voorzieningen. Deze hebben meer te maken met of een land rijk of arm is dan met het soort bestel. Milieubescherming e.d. moet immers ook bij ons vooral van de overheid komen. Wat de vrijhandel betreft, deze heeft zich ontwikkeld net tegengesteld aan wat Ricardo bedoelde: juist niet met als trekker de zich internationaal bewegende kapitalen! Ook de liberale Keynes waarschuwde daartegen.

De rol van het geld wordt verhuld in de economische theorie. Deze stamt nog grotendeels uit de 19e eeuw en paste mooi bij de bourgeoisie van toen, met haar financiële macht. Het moderne geldsysteem, met de bancaire geldschepping en dergelijke, is een aandrijver van de groei geworden en zorgt voor noodlottige dwang tot groei.

Dat betekent dat het dilemma niet is: markt of staat, maar dat deze beide zich zouden moeten ontdoen van de greep van het moderne, aandrijvende geldsysteem. Dat geld zou aandrijven is echter voor de officiële economische theorie ketterij.

Een onbevangen benadering van dit vraagstuk is urgent. Het biedt een verrassend en bevrijdend perspectief. Keynes: ,,De moeilijkheid zit hem niet in de nieuwe ideeën maar in het ontsnappen aan de oude die tot in de verste uithoeken van ons hoofd zitten.''