Esthetiek overheerst bij concert Wiener Jeunesse

Meer dan driekwart van de orkestleden op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw waren gisteravond vrouwen, ook de concertmeester. Het is geen nieuws, zolang het geen Oostenrijks orkest is, maar deze vrouwen voorspellen een revolutie. Het Wiener Jeunesse Orchester verenigt immers de beste jonge Oostenrijkse musici. En uiteindelijk zullen ook de even wereldberoemde als ridicule Wiener Philharmoniker, die nu nog op zijn best een harpiste in het orkest dulden, zich moeten verjongen. De keus onder de jonge mannelijke musici wordt kennelijk steeds kleiner en om de topkwaliteit te handhaven, zullen vooral de vrouwen de Weense klassieke muziek moeten redden.

Voor het Wiener Jeunesse Orchester staat al sinds 1989 Herbert Böck, een oudere jongere. Hij was ooit een Wiener Sängerknabe, die te horen was in de opnamen van Bachs Cantatenwerk door Harnoncourt en Leonhardt. Daarna studeerde hij hobo, directie, compositie en muziekpedagogiek. Böck maakte carrière als orkestlid en koordirigent en is docent aan het Mozarteum in Salzburg.

Al kan Böck een pedagoog van belang zijn, een dirigent van internationale statuur is hij niet. Zijn kalme en veelal symmetrische gebarentaal heeft weinig karakteristieks, zijn muzikale inzichten zijn even weinig gedreven en persoonlijk. En zo kwamen de jonge Wiener, die goed en soms al met typisch Weens raffinement kunnen spelen, niet verder dan tot keurig vertolkte, maar interpretatief oninteressante uitvoeringen van muziek van Von Einem, Strauss en Mahler.

Till Eulenspiegels lustige Streiche klonk markant en met veel dynamiek, al liep het klankbeeld bij tuttipassages veelal dicht. Maar Böck vergat ondertussen het verhaal van Tijl Uilenspiegel te vertellen. Daarvoor werden de muzikale frases te snel achtereen gespeeld, zonder komma's en punten, en werd Tijls leidmotief onvoldoende spannend uitgelicht.

In het mooi geprogrammeerde concert werd Richard Strauss omringd door Gustav Mahler. Vooraf ging Nachtstück van de vijf jaar geleden overleden Gottfried von Einem: muziek die verwijst naar de twee `Nachtmusiken' in Mahlers Zevende symfonie. En Mahlers Vierde symfonie sloot het concert af.

Herbert Böck heeft als interpreterend dirigent weinig met de dubbelzinnige en wringende typisch Mahleriaanse thematiek: de hoogspersoonlijke ontboezemingen over het willen ontstijgen van het schrijnende leed op de wereld en de hang naar het hoopgevende hemelse hogere. Böcks aanpak is vooral eenduidig: hij streeft alleen naar esthetiek. Zo kabbelde Nachtstück voorbij als een nocturne en klonk Mahlers Vierde alleen maar mooi en in de eerste drie delen te weinig pregnant.

Toen we in het slotdeel met het lied Das himmlische Leben in de hemel waren beland, paste uiteraard alles wonderwel. De Duitse sopraan Michael Kaune zong zeer fraai en de jonge Wiener klonken prachtig.

Concert: Wiener Jeunesse Orchester o.l.v. Herbert Böck m.m.v. Michaela Kaune, sopraan. Programma: G. von Einem: Nachtstück; R. Strauss: Till Eulenspiegels lustige Streiche; G. Mahler: Symfonie nr. 4. Gehoord: 9/8 Concertgebouw Amsterdam.