Een slepende familiezaak

Het Deense Maersk is sinds kort eigenaar van het oer-Hollandse sleep- en bergingsbedrijf Wijsmuller. Tranen worden daarover bij het voormalige familiebedrijf uit IJmuiden niet geplengd. ,,Maersk-Wijsmuller is een perfect huwelijk.''

Een emotionele gebeurtenis die je niet in de koude kleren gaat zitten wil Michiel Wijsmuller de overname van het sleep- en bergingsbedrijf Wijsmuller uit IJmuiden door het Deense bedrijf Svitzer van de A.P. Möller Groep nog wel noemen. Maar dat hij een traantje heeft weggepinkt dat het uit 1906 stammende familiebedrijf en daarmee een stukje Hollands Glorie definitief in vreemde handen is overgegaan, nou nee. Zo familieziek zijn de Wijsmullers nooit geweest. ,,Ze achtervolgden elkaar desnoods tot de Hoge Raad om hun gelijk te halen'', zegt een ingewijde.

Een goed beeld van de familieverhoudingen gaf de ruzie uit 1968 toen vier van de vijf zonen van oprichter John F. Wijsmuller uiteen gingen omdat het verschil van inzicht op financieel en organisatorisch gebied te groot was geworden. Vanuit New York lieten John Wijsmuller junior en zijn in Jersey wonende broer Bart weten dat zij uit het bedrijf waren gestapt. Hun broers Arthur en Bram moesten het verder maar uitzoeken. Commentaar van Arthur in die dagen in het Algemeen Dagblad: ,,Wij staan niet op de beurs genoteerd. Wijsmuller is een familiebedrijf. Daarom is dit een privé-aangelegenheid waar niemand iets mee heeft te maken.''

Maar ook de neven lieten zich niet onbetuigd. Zoals Frank (zoon van Arthur) die het bedrijf werd uitgewerkt in een tijd dat de aandelen van Wijsmuller al lang niet meer volledig eigendom van de familieleden waren. Na het overlijden van oprichter John F. Wijsmuller in 1923 waren de aandelen van het bedrijf gekocht door Jan Goedkoop, eigenaar van de gelijknamige rederij in Amsterdam. Pas in 1963 keerden de aandelen terug in het familiebezit van Wijsmuller, bij de vijf broers. Maar ook dat belang is inmiddels sterk verwaterd. Bij de verkoop van het bedrijf aan de A.P Möller Groep (beter bekend onder de naam Maersk) bezat de sterk uitgedijde familie Wijsmuller nog maar 18 procent van de aandelen. Frits Kroymans (ondermeer importeur van Ferrari, Aston Martin en Jaguar) bezat 60 procent. Ook directeur Victor Muller (binnengekomen bij Wijsmuller toen het bedrijf de noodlijdende divisie zware lading verkocht aan Heerema) en haveninvesteerder Willem Cordia (tevens commissaris) bezaten een deel van de aandelen. ,,Maar alle aandelen zijn tegen een uitstekende prijs verkocht aan A.P. Möller'', zegt Michiel Wijsmuller, die als zoon van Toon en kleinzoon van oprichter John F. het enige familielid is dat momenteel nog in de directie zit van het bedrijf.

Maersk-Wijsmuller is een perfect huwelijk, denkt Michiel. Er is nauwelijks overlap in activiteiten tussen Svitzer, voornamelijk actief in Denemarken en Zweden, maar ook in het Verre Oosten. In Aden lag één boot op station waarvan het ruim vol bergingsmateriaal zat dat ondermeer is ingezet in het Suezkanaal. Door de overname van Wijsmuller breidt Maersk zijn havensleepvloot uit met 150 boten in 21 landen. Met Smit Internationale uit Rotterdam gaat Svitzer/Wijsmuller daardoor tot de grootste havensleep- en bergingsbedrijven ter wereld behoren. Met Smit heeft Wijsmuller een joint venture in de zeesleepvaart via SmitWijs. Wijsmuller brengt in die onderneming met de Typhoon en Tempest slechts twee relatief oude sleepboten in.

Het belangrijkste na de verkoop van het bedrijf is echter voor Michiel Wijsmuller (vernoemd naar zeeheld Michiel Adriaanszoon de Ruyter) dat het bedrijf onder eigen naam vanuit IJmuiden blijft opereren. En dat alle 1.000 werknemers meegaan naar Svitzer. Bovendien kan Wijsmuller via de machtige A.P. Möller Groep, de grootste particuliere werkgever van Denemarken, verder expanderen. De financiële bodem onder Wijsmuller was na de overname van het Britse sleepbedrijf Cory-Brothers anderhalf jaar geleden een beetje weggeslagen. Een poging van Wijsmuller om via de beurs in Singapore 100 miljoen gulden op te halen, mislukte. Een gang naar het Damrak was voor Wijsmuller al helemaal afgesloten. ,,Als je ziet hoe het aandeel Smit Internationale daar performt leek ons dat bepaald geen optie'', zegt Michiel met het nodige gevoel voor understatement.

De Denen hadden er belang bij de naam Wijsmuller te handhaven. Want niet alleen in de sleepvaart maar ook in de berging heeft Wijsmuller wereldwijd een grote reputatie. ,,Dat is ook in de prijs verdisconteerd die A.P. Möller voor ons heeft betaald'', zegt Michiel Wijsmuller. ,,Bovendien hebben wij wereldwijd een hoop klanten die concurrenten zijn van Maersk. Als je de naam Wijsmuller zou veranderen in Maersk, ben je die kwijt.''

Wijsmuller blijft daardoor ook na de verkoop aan de Denen trouw aan het erfgoed van koopvaardijkapitein en oprichter John F: de sleepvaart. Hij sleepte, ondermeer voor de Nederlandse regering, schepen naar overzeese bestemmingen. De zaken gingen zo goed dat hij bureau Wijsmuller oprichtte dat zich ook bezighield met de handel in sleepboten en schepen. Hoewel de handel in de beginjaren de hoofdzaak vormde, stapte Wijsmuller gaandeweg over op de sleepvaart. Berging kwam pas later en vormt ook vandaag de dag niet meer dan 10 procent van de omzet van Wijsmuller dat vorig jaar 22,3 miljoen winst maakte op een omzet van 261,9 miljoen gulden.

Maar uitgerekend de berging bezorgde het bedrijf het predikaat Hollands Glorie. Samen met Smit Internationale kregen de Hollandse bergers al snel het stempel van bestormers van de wereldzeeën opgeplakt. Toch gaat bij voorbeeld een berging van de Koersk, die Smit uitvoert samen met Van Seumeren, de mogelijkheden van Wijsmuller ver te boven. De expertise van Smit is gebaseerd op het bezit van zwaar bergingsmaterieel waarover Wijsmuller niet beschikt. Bovendien had Smit als basis wereldhaven Rotterdam waar door de omvang van de activiteiten altijd wel iets viel te verdienen. Dit in tegenstelling tot het veel kleinere Amsterdam, de thuishaven van Wijsmuller. Maar bergingsdeskundigen wijzen op het feit dat Wijsmuller altijd van de nood een deugd heeft gemaakt en zich als kleinere berger vaak veel vindingrijker heeft getoond dan Smit, dat met voorsprong de belangrijkste berger is. ,,Dat zie je niet alleen bij de Koersk maar ook aan dat Japanse visersschip dat na een aanvaring met een Amerikaans oorlogsschip bij Honolulu door Smit naar boven wordt gehaald'', zegt een bergingsdeskundige. ,,Smit doet alle aansprekende klussen in de berging.''

Niettemin heeft ook Wijsmuller in de berging een geduchte reputatie opgebouwd. In de branche wordt nog steeds met ontzag gesproken hoe Wijsmuller begin jaren zeventig de bulkcarriër Elwood Meade van de rotsen sleepte bij Guernsey, één van de Kanaaleilanden. De ertstanker die onderweg was van Australië naar Rotterdam, was aan de grond gelopen en Wijsmuller had als enige het lef volgens het no cure no pay-principe (er wordt alleen betaald bij het succesvol klaren van de berging) een zogeheten Lloyds Open Form (LOF) te ondertekenen. Wijsmuller slaagde er in het schip weer vlot te krijgen en ontving 17 miljoen gulden voor het karwei. Die beloning kwam als een geschenk uit de hemel voor het bedrijf, waar voor de zoveelste keer de bodem van de kas in zicht was gekomen. Door de succesvolle berging kon het bedrijf dat op de rand van een faillissement verkeerde, weer even vooruit. Ook tijdens de achtjarige oorlog begin jaren tachtig tussen Iran en Irak (door een bergingsdeskundige omschreven als ,,een paradijs en de redding voor de bergingsindustrie'') was Wijsmuller een grote speler. Bergingsbedrijven konden voor het eerst permanent sleepboten op station leggen omdat er door de oorlog altijd werk was met brandende tankers die uit de Perzische Golf moesten worden gesleept.

Maar de huzarenstukjes in de berging vormen toch niet de ruggengraat van Wijsmuller wiens specialiteit de havensleepdiensten zijn. Amsterdam is één van de havens waar Wijsmuller de sleepdiensten verzorgt. Ook is Wijsmuller bijvoorbeeld marktleider in de sleepmarkt van vloeibaar aardgas (LNG), gas dat onder grote druk wordt omgevormd tot vloeistof. Een nichemarkt die door de langjarige contracten met de kapitaalkrachtige grote olieconcerns in de wereld veel geld oplevert. ,,Je praat dan over gevaarlijke lading die een zeer hoge kwaliteit van sleepdienst vereist'', zegt Michiel. ,,Vaak moeten schepen aanleggen op terminals in the middle of nowhere. Het afmeren van die schepen moet uiterst zorgvuldig en deskundig gebeuren. We hebben daar zeven contracten voor met de grote oliemaatschappijen en zijn daarmee marktleider in de wereld. Smit heeftbijvoorbeeld maar één LNG-contract, in Nigeria.''

De overname door Möller is pas twee weken defitief maar de Deense invloed is nu al merkbaar bij Wijsmuller. John Verschelden is per 1 augustus benoemd tot algemeen directeur bij Wijsmuller, waar de directie verder bestaat uit Michiel Wijsmuller en Chris van der Zwan. Victor Muller heeft na het verkoop van zijn aandelen de directie inmiddels verlaten. Verschelden is afkomstig van containerrederij Maersk/Sealand op de Maasvlakte waar hij deputy manager van Maersk Benelux was. In zijn vorige baan had bij weinig te maken met slepen en bergen. Maar Verschelden zegt het dossier Wijsmuller volledig te kennen. Hij heeft de delegatie uit Denemarken die met Wijsmuller heeft onderhandeld, begeleid en was `aan iets nieuws' toe. ,,Dat wist men ook bij Maersk in Kopenhagen'', zegt Verschelden. ,,Ik had daarom weinig bedenktijd nodig om ja te zeggen toen mij deze baan werd aangeboden.''