Een bijbelse Mandela

Hoe maak je een onderhoudende film over een vreedzame politieke omwenteling in een land met een complexe geschiedenis? Voor die vraag heeft de maker van Mandela and De Klerk gestaan, een tv-film over het einde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Regisseur Joseph Sargent heeft de meest voor de hand liggende oplossing gekozen: hij hing het verhaal op aan de personages die de omwenteling mogelijk hebben gemaakt, voor hun inspanningen samen in 1993 een Nobelprijs kregen, en van wie een van de twee de geschiedenis zal ingaan als misschien wel de meest bewonderde politicus van de jaren negentig, zoniet de vorige eeuw.

Mandela and De Klerk is zodoende een soort biopic geworden, een chronologisch docudrama over de laatste stuiptrekkingen van een verfoeilijk systeem aan de hand van Nelson Mandela, de politieke gevangene die de eerste zwarte president van Zuid-Afrika werd, en F.W. de Klerk, 's lands laatste blanke president die als een Gorbatsjov de Zuid-Afrikaanse versie van de perestrojka in gang zette en daarmee zijns ondanks zijn eigen politieke ondergang inluidde.

De makke van chronologische docudrama's is echter dat we de afloop al weten voordat de film begonnen is. Om te onderstrepen dat Mandela and De Klerk op de realiteit berust, is door de film echt materiaal gemonteerd. We zien rennende betogers die door de Zuid-Afrikaanse politie bruut uiteen worden geslagen, schokkerige videobeelden van onlusten op straat, hier en daar een oud journaalfragment en het moment dat de tv-kijker van boven de 25 zich waarschijnlijk nog goed herinnert: Mandela die, net vrijgelaten, voor het eerst aan het publiek verschijnt.

Maar rennende betogers zijn spannend en moeizaam politiek overleg is dat niet. De blanke politici in Mandela and De Klerk benen daarom de hele tijd door regeringsgebouwen om de dialogen toch nog wat dynamiek te geven. Botha, de starre, autoritaire president die de weg moest ruimen voor De Klerk, doet niets anders dan trap op, trap af lopen, met in zijn kielzog zijn ontredderde adviseurs. Mandela zit dan nog gevangen, en een gevangene kan weinig anders doen dan zitten, opstaan, en peinzend voor zich uit staren. Wat dat betreft had regisseur Sargent het makkelijker met zijn eerste biopic, The Karen Carpenter Story. Die zong tenminste nog.

Een tweede probleem is Mandela zelf, gespeeld door Sidney Poitier. Mandela is zo'n onomstreden symbool van rechtschapenheid geworden dat niemand hem nog menselijke trekjes durft te geven. De film-Mandela is dus van bordkarton en spreekt uitsluitend in bijbelteksten. ,,Dit is het pad dat ik heb gekozen, en dit moet ik begaan'', zegt Poitier, en hij kijkt maar weer peinzend voor zich uit.

Tenslotte wil je als kijker toch weten wat nu écht gebeurd is en wat niet. Zou de blanke bediende echt de schoenveters van de gevangene Mandela hebben gestrikt voordat hij bij Botha op `beleefdheidsbezoek' ging? (Nee.) Zou Botha daarbij echt eigenhandig thee voor Mandela hebben ingeschonken? (Ja.) En zou hij Mandela echt meteen weer hebben weggebonjourd omdat hij de vrijlating van politieke gevangenen ter sprake bracht? (Nee, dat gebeurde pas na een uur, en Mandela werd wèl respectvol bejegend.) De grote lijnen kloppen; het venijn zit 'm in de details. En die kunnen niet verhullen dat de werkelijkheid uiteindelijk spannender was dan de film.

Mandela and The Klerk (Joseph Sargent, 1997, VS), RTL 20.00-22.15u