De leider die zijn land opsloot

Veertig jaar geleden werd in Berlijn de muur gebouwd die burgers van de nieuwe communistische staat moest beletten naar het Westen te vluchten. Het was het grootste succes van DDR-leider Walter Ulbricht, een man die zo kleurloos was dat hij de gedachten van Stalin direct kon lezen.

Veertig jaar geleden, in de nacht van 12 op 13 augustus 1961, maakte Walter Ulbricht volgens zijn eigen officiële verklaring een einde aan de westerse praktijk van systematische mensenroof. Als eerste man van de communistische Duitse Democratische Republiek (DDR) gaf hij persoonlijk leiding aan de Betriebskampfgruppen die dwars door Berlijn prikkeldraadversperringen aanbrachten. De mogelijkheid om uit te wijken, waarvan meer dan twee miljoen DDR-burgers tijdens de jaren vijftig gebruik hadden gemaakt door naar de westerse Bondsrepubliek te vluchten, was afgesneden. Binnen enkele weken werd het prikkeldraad vervangen door een muur die meer dan een kwart eeuw zou blijven staan.

Uit de even leesbare als rijk gedocumenteerde biografie van Mario Frank blijkt dat Ulbricht niet alleen de nijvere bouwmeester, maar ook de politieke architect van de Muur was. Sinds het einde van de jaren vijftig probeerde hij Chroesjtsjov, de leider van het Sovjetimperium waarvan de DDR deel uitmaakte, te overreden maatregelen te nemen die een einde moesten maken aan de leegloop van de DDR. Maar de Sovjetleider aarzelde. Volgens het in 1945 gesloten akkoord van Potsdam was Berlijn een open stad, die gezamenlijk werd bestuurd door de westerse geallieerden en de Sovjet-Unie. Afgrendeling van Oost-Berlijn zou een schending van die overeenkomst betekenen en het gevaar oproepen van een ernstig conflict met de Verenigde Staten.

Begin 1961 stuurde Ulbricht Moskou een noodsignaal: de toestand in de DDR dreigde onhoudbaar te worden. Als de vluchtelingenstroom niet snel werd gestopt, waarschuwde hij, dreigde de chaos. Kort voordat deze boodschap Moskou bereikte, was in Washington John F. Kennedy als president aangetreden. Een paar maanden later, in mei 1961, maakte Chroesjtsjov in Wenen kennis met de nieuwe Amerikaanse leider, die op hem een timide indruk maakte. Zijn angst voor een eventuele militaire interventie van de Verenigde Staten in Berlijn begon te wijken.

Mario Frank, die in de Oost-Berlijnse en Moskouse archieven heel wat nieuwtjes heeft opgediept, geeft uitvoerig de conversatie weer die Ulbricht en Chroesjtsjov begin augustus 1961 met elkaar hadden. We moeten, aldus de DDR-leider, een muur bouwen om vluchten voorgoed onmogelijk te maken. Een muur, zo reageerde een nog steeds voorzichtige Chroesjtsjov, dat gaat wel erg ver: begin eens met prikkeldraad. Pas als de Amerikanen daarop niet reageren, zo meende hij, kon met de bouw van een muur worden begonnen.

Kennedy

Toen het eerste prikkeldraad was uitgerold, kwam uit Washington niet meer dan een slap diplomatiek protest. Op 19 augustus gaf Moskou aan Ulbricht het sein dat het beton kon worden aangesleept. In het vorig jaar verschenen Kennedy's Wars. Berlin, Cuba, Laos, and Vietnam heeft Lawrence Freedman onthuld dat Kennedy zelfs opgelucht was toen Oost-Berlijn werd afgesloten. De Amerikaanse president zat in zekere zin in hetzelfde parket als Ulbricht: ook hij vreesde chaos in de DDR. Kennedy was tot president gekozen met een daadkrachtig politiek programma en zou in dat geval in eigen land onder zware druk komen om een politieke opstand in de DDR te steunen. Hij zag op tegen de confrontatie met Moskou die dan dreigde en hield zich daarom op de vlakte.

Walter Ulbricht biedt nieuwe inzichten in de relatie tussen Moskou en de DDR, een verhouding waarin Ulbricht langdurig een sleutelrol vervulde. Als portret van een persoonlijkheid is het werk minder interessant, maar dat ligt meer aan de kleurloze Ulbricht zelf dan aan diens biograaf. Ulbricht, geboren in 1893, werd in 1920 lid van de Duitse communistische partij, de KPD. Vervolgens maakte hij gedurende vijfentwintig jaar carrière als functionaris van een door Stalin met even vaste als wrede hand geleide communistische beweging.

Ulbricht manifesteerde zich door zijn onopvallendheid, een eigenschap die de beste garanties bood om in Stalins omgeving op te klimmen. Ook beschikte hij over het vermogen om te anticiperen op de koerswijzigingen die de grote roerganger in petto had. Stalins gedachten lezen – daar was Walter Ulbricht goed in. De Sovjetleider meende bijvoorbeeld dat het politieke succes van Hitler in de jaren dertig het communisme in Duitsland grote kansen bood. Als de nazi's de Weimardemocratie eenmaal hadden gesloopt, zou de communistische KPD als best georganiseerde partij van de chaos kunnen profiteren. Ulbricht voerde als KPD-chef in Berlijn Moskou's opdracht uit om met Hitlers beweging samen te werken in de strijd tegen de belangrijkste steunpilaar van Weimar, de sociaal-democratische SPD.

In november 1932 nam Ulbricht met prominente nazi's zitting in een comité dat in de Duitse hoofdstad een grote staking organiseerde. Twee maanden later bleek hoezeer Stalin Hitler had onderschat. De nazi's grepen de macht, de communisten werden vervolgd en Ulbricht moest vluchten. Als balling kwam hij in Moskou terecht, waar de stalinistische zuiveringen aan het eind van de jaren dertig hun hoogtepunt bereikten. Ook leden van de KPD werden zwaar getroffen. Zeventig procent van de naar Moskou uitgeweken Duitse communisten kwam in de cel terecht, van de negen leden van het KPD-politbureau werden er vijf geëxecuteerd, twee stierven op een andere wijze. Ulbricht bleef samen met Wilhelm Pieck over.

Toen Hitler in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, kreeg Ulbricht de taak om aan het front Duitse soldaten over te halen de kant van de vijand te kiezen. Veel succes had hij niet. In 1943 werd hij leider van het in Moskou opgerichte Nationalkomitee Freies Deutschland, een organisatie die voorbereidingen moest treffen voor een communistische machtsgreep in Duitsland, als Hitler zou zijn verslagen.

Toen die nederlaag in mei 1945 een feit was en het Sovjetleger een deel van Duitsland bezette, was de Duitse natie in de ogen van Ulbricht rijp voor het communisme. Tegen zijn gewoonte in week hij met deze opvatting af van Stalins oordeel. De Sovjetleider tikte Ulbricht en zijn Duitse kameraden op de vingers: hij verweet hen zich te gedragen als ongeduldige `Teutonen', die de politieke werkelijkheid uit het oog verloren. Stalin, aldus Frank, steunde het doel van een communistisch Duitsland, maar in de krachtsverhoudingen van 1945 was dat volgens hem alleen via een omweg te bereiken. De onmiddellijke vestiging van een communistisch systeem in het door de Sovjet-Unie bezette oostelijke deel van Duitsland was onwenselijk: de Amerikanen zouden het afwijzen en de communistische invloed in de westerse bezettingszones zou in gevaar worden gebracht.

Sleutelposities

Stalin liet daarom in de Ostzone een blok van `anti-fascistische' krachten oprichten, dat ruimte gaf aan politieke partijen van allerlei kleur, maar waarin KPD'ers wel de sleutelposities moesten bezetten. Ulbricht kreeg zelfs de opdracht de oprichting te bevorderen van een partij waarin voormalige nazi's zich thuis zouden voelen: de `Nationaal-Democratische Partij'.

Toen Ulbricht zwakjes protesteerde tegen de terugkeer van nazi's, gaf Stalin hem een lesje in machtsdenken: `Wilt u soms de lieden met dit politieke verleden in het kamp van onze tegenstanders drijven?' Ulbricht gaf zijn kaderleden vervolgens opdracht een brede massabeweging op te zetten, onder het motto: `Het moet er democratisch uitzien, maar we moeten alles in de hand hebben.'

De maskerade werd pas opgegeven toen bleek hoe gering de steun voor het communisme was en de verhouding tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zich verhardde. Ulbricht werd leider van een strakke organisatie, de Socialistische Eenheidspartij Duitsland (SED). Na de oprichting van de DDR in 1949 was hij een alleenheerser die zijn orders ontving uit Moskou.

Hoe afhankelijk hij was van het Kremlin bleek in juni 1953. Een woedende menigte, al jaren ontevreden over de slechte levensomstandigheden en de draconische arbeidsvoorwaarden in de DDR, ging in Oost-Berlijn de straat op met de leus: `De sik moet weg!' Aanleiding voor de uitbarsting was de afkondiging in Moskou van een `Nieuwe Koers'. De opvolgers van Stalin, die in maart 1953 was overleden, hoopten de consumptievoorziening in hun Oosteuropese imperium te verbeteren door de teugels te laten vieren. Maar Ulbricht, die in de Oostduitse pers sinds vier jaar als een geniale alleskunner was bewierookt, voelde niets voor een dergelijke koerswijziging. Hij moest door Moskou worden gedwongen tot openbare zelfkritiek. Toen de partijkrant Neues Deutschland op 12 juni een schuldbetuiging publiceerde over gemaakte fouten, sloeg de vlam in de pan. In massale demonstraties werd niet alleen het vertrek van `de sik' Ulbricht geëist (een wens die in Moskou inmiddels veel begrip ontmoette), maar ook uiting gegeven aan het verlangen naar vrije verkiezingen.

Pandemonium

In zijn openingshoofdstuk geeft Frank een fascinerende beschrijving van het Oostberlijnse pandemonium. Binnen vierentwintig uur stortte het staatsapparaat van de DDR in elkaar. Alle leden van het politbureau zaten verstijfd van angst in hun kantoor. De enige functionarissen die deze naam nog verdienden waren de hoogste vertegenwoordiger van de Sovjet-Unie in Oost-Berlijn, Semjonov, bijgestaan door de opperbevelhebber van de Sovjetstrijdkrachten in de DDR, Sokolovski. Samen voerden zij de bevelen uit Moskou uit: het oproer werd met militair geweld neergeslagen.

Deze afloop leek het einde aan te kondigen van partijleider Ulbricht, maar hij had in dubbel opzicht geluk. De hoofdredacteur van Neues Deutschland, Rudolf Hernnstad, had zijn opvolger moeten worden, maar bleek een aarzelaar die niet goed wist hoe hij Ulbrichts uitschakeling moest organiseren. Terwijl Ulbricht tegen de stroom in probeerde zijn aanhang in de partij te mobiliseren, kwam er uit Moskou een verlossende tijding. Beria, minister van binnenlandse zaken (en chef van de geheime dienst) die verantwoordelijk was voor de `Nieuwe Koers', leed in de strijd om de opvolging van Stalin een definitieve nederlaag. Begin juli werd hij gearresteerd. Een half jaar later volgde zijn executie na een geheim proces, wegens `samenzwering tegen de staat'.

In Oost-Berlijn kwam het bericht binnen dat de partijleiding in Moskou onder deze omstandigheden de voorkeur gaf aan consolidatie van de machtsverhoudingen in de DDR: Ulbricht mocht blijven. Onmiddellijk organiseerde hij een zitting van het Centrale Comité, waarin zijn rivaal Hernnstad werd veroordeeld voor zijn `fascistische couppoging'. Hij werd uit de partijtop gezet, maar dat was Ulbricht niet voldoende. De nauwelijks van tuberculose herstelde Hernnstad werd verbannen naar Merseburg, een centrum van chemische industrie waar zijn aangetaste luchtwegen niet lang meer functioneerden.

De greep van Moskou op de satellietstaten in Oost-Europa kende twee voorwaarden: de communistische partij in deze naties moest de politieke alleenheerschappij hebben, en de partijleiding moest zich onderwerpen aan de wensen van Moskou. Na de dood van Stalin kwamen beide uitgangspunten in het gedrang. De opstand in Oost-Berlijn van juni 1953 bewees dat de machtspositie van de partij uiteindelijk berustte op de bereidheid van de Sovjet-Unie om verzet met militair geweld te breken. Die afhankelijkheid stond echter haaks op de wens van Stalins opvolgers om de Oosteuropese leiders een grotere eigen verantwoordelijkheid te gunnen voor de gang van zaken in hun land.

Uit het boek van Frank blijkt dat Ulbricht de geboden ruimte gebruikte om eisen te stellen aan Moskou. Eisen, die tot conflicten leidden, en uiteindelijk tot zijn val. In de jaren vijftig verlangde hij van Chroesjtsjov dat het tekort aan arbeidskrachten in de DDR zou worden opgeheven door Sovjetburgers in zijn land te werk te stellen. Maar dacht u nu echt, reageerde de Sovjetleider, dat wij de oorlog van Duitsland hebben gewonnen om onze mensen jullie WC's te laten schoonmaken?

Na de bouw van de Muur werd Ulbricht steeds brutaler. Dertien augustus 1961, schrijft Frank, markeerde voor de DDR een tweede geboorte. Toen het afgelopen was met de mogelijkheid naar de Bondsrepubliek te vluchten, probeerden de burgers van de DDR, opgesloten in hun eigen staat, er het beste van te maken. Anders gezegd, de Muur bleek voor Ulbricht een succes, zozeer dat de DDR in de jaren zestig het economische paradepaard van het Sovjet-imperium werd. Tot ergernis van Brezjnev, die in 1964 Chroesjtsjov was opgevolgd, nam Ulbricht de gewoonte aan om de DDR als voorbeeld aan de andere communistische staten voor te houden.

Maar het ging pas echt mis toen de DDR-leider eind jaren zestig meende leiding te moeten geven aan de reactie van het Sovjetkamp op de Ostpolitik van Willy Brandt. Het Kremlin besloot hem te vervangen door zijn kroonprins Erich Honecker. Ondanks de steun uit Moskou was deze aspirant-opvolger, die de overlevingsdrang van de machtspoliticus Ulbricht beter kende dan wie ook, tot het laatst toe onzeker van zijn zaak. Voor de beslissende zitting van het politbureau gaf Honecker zijn persoonlijke lijfwacht de opdracht niet alleen het gebruikelijke dienstpistool mee te nemen, maar ook een machinegeweer.

Geweld bleek niet nodig. Op 27 april 1971 trad Ulbricht met een verwijzing naar zijn hoge leeftijd af. Twee jaar later overleed hij, tachtig jaar oud. Zijn muur hield het aanzienlijk langer uit. Pas op 12 november 1989 werd dit symbool van de Koude Oorlog afgebroken en een jaar later kwam er een einde aan de deling van Duitsland. Het levenswerk van Ulbricht, de DDR, bleek zonder de Muur niet te redden en werd opgeslokt door de Bondsrepubliek.

Mario Frank: Walter Ulbricht.

Eine deutsche Biografie.

Siedler, 537 blz. ƒ65,60