De Aker

In NRC Handelsblad van 19 juli schreef Bernhard Hulsman een artikel over de Dukaat, een woon- en winkelblok van Tangram Architecten in De Aker, de zuidwestelijke uitbreiding van Osdorp in Amsterdam. Hulsman concludeert dat stad en buitenwijk onverenigbaar zijn en dat er nog een manier moet worden gevonden om grootstedelijke gebouwen te verweven met de ,,onvermijdelijke rijtjeshuizen van de Nederlandse buitenwijken''.

Het door Hans Davidson, Hans Ebberink en Johan Galjaard ontworpen stedenbouwkundig plan heeft nooit de pretentie gehad een stedelijk woonmilieu in de klassieke zin op te leveren. Wel is er in De Aker een onderscheid aangebracht tussen ruimtelijke elementen die betekenis hebben op het niveau van de wijk, zoals de verschillende buurtparken. Ook vonden we het van belang om duidelijk te maken dat het om een Amsterdamse uitbreiding gaat die zichtbaar is vanuit de stad en hierop helder is aangetakt.

Dit is gebeurd door de eerder vastgestelde ontsluiting te vervangen door een weg in het verlengde van de Pieter Calandlaan en deze via een royale kromming te verbinden met de wijkontsluitingswegen. Als oriëntatiepunt is in het stedenbouwkundige plan een hoge toren met driehoekig grondvlak opgenomen, omdat deze zich vanuit de stad als slanke pyloon laat zien.

De Dukaat is niet te vergelijken met de superblokken op het KNSM-terrein. Hier hebben de afzonderlijke gebouwen de maat van een groot bouwblok en vallen de schaal van architectuur en stedenbouw min of meer samen. In De Aker overbruggen de langgerekte gevelwanden de schaalsprong tussen de brede ontsluitingsprofielen en de bescheiden maat van het Hollandse rijtjeshuis. Bewijst deze schaalsprong de `onverenigbaarheid van stad en buitenwijk', zoals Bernhard Hulsman stelt?

Naar mijn idee laten deze contrastrijke en soms ook bewust conflictueuze overgangen alleen een ander soort stedenbouw zien dan de homogene, suburbane woongebieden met hun geruststellende eenduidigheid. De Aker is zowel stad als buitenwijk, met de verdichtingen en verdunningen die daarbij horen.

Ook de door Hulsman bepleite ,,vanzelfsprekende verweving tussen grootstedelijke multifunctionele gebouwen met de onvermijdelijke rijtjeshuizen'' lijkt mij een stap terug.