Altijd weer ik, ik en ik, en nooit de slachtoffers

In 1975 kon het Nederlandse publiek via de VPRO-televisie voor het eerst sinds de oorlog kennis nemen van Leni Riefenstahls film Triumph des Willens, over de nazi-partijdag van 1934 in Neurenberg. Diezelfde film in een zaal draaien kon tot ver in de jaren tachtig alleen voor studiedoeleinden. Een deskundige kwam dan waarschuwen voor de verleidingen waaraan de toeschouwer zich blootstelde. De eersten die zich toch aan een publieke voorstelling waagden, konden rekenen op protestacties. Toen het Filmmuseum Triumph des Willens in 1987 programmeerde, eisten actievoerders dat de voorstelling geannuleerd werd. In een pamflet verklaarden ze dat vertoning een `eerbetoon aan Leni Riefenstahl, Albert Speer en Joseph Goebbels' betekende. De voorstelling ging door en niemand van de paar honderd toeschouwers was bij het verlaten van de zaal bekeerd tot het nazisme. Honderdveertien minuten Triumph des Willens zijn en blijven boeiend voor (film-)historisch geïnteresseerden, maar verder voor niemand.

Toch heeft Leni Riefenstahl inmiddels een naamsbekendheid waar menig merk jaloers op kan zijn. Zij kijkt ons in de boekhandel met haar koele schoonheid aan vanaf de voorkant van het vorig jaar verschenen Leni Riefenstahl – Five Lives. En wanneer die omslagfoto niet uit 1932 was, zou je zeggen: triomfantelijk. Tenslotte is er geen betere manier om boven de smoezeligheid van de geschiedenis te worden verheven, dan door zo'n populair prachtboek van Taschen Verlag. Rond de jaarwisseling gooide dezelfde uitgeverij bovendien massaal Riefenstahlkalenders op de markt.

De Duitse cineaste en fotografe is kortom sinds de jaren tachtig van een verguisde tot een icoon geworden, een mediafenomeen dat meer te maken lijkt te hebben met Madonna dan met Adolf Hitler. We konden dan ook al eerder in deze krant lezen dat Madonna de hoofdrol in een film over Riefenstahl wilde spelen, terwijl Jodie Fosters productiebedrijf Egg Pictures werkt aan een Riefenstahl-film waarin de filmster zelf de protagoniste moet worden.

De nieuwe status van Leni Riefenstahl is voor een belangrijk deel terug te voeren op haar vrouw-zijn. Sterke vrouwen als Madonna en Foster zijn gefascineerd door deze getalenteerde vrouw die zich een eigen plaats bevocht in een mannenwereld (ook in de nazi-tijd) en voor zichzelf blijft vechten met een onwaarschijnlijk doorzettingsvermogen.

Verhouding

In zijn boek Leni Riefenstahl. Die Verführung des Talents verklaart Rainer Rother de ophef die altijd rondom haar heeft bestaan, eveneens voornamelijk uit haar sekse. Toen zij in 1938 een bezoek aan de Verenigde Staten bracht, was een van de voornaamste kwesties voor de Amerikaanse pers of zij een verhouding met Hitler had, hoewel daar geen serieuze aanwijzingen voor waren. De Duitse boulevardbladen noemden haar na de oorlog `Nazi-Hure'. Intussen kon Veit Harlan, de belangrijkste mannelijke filmregisseur uit de nazi-tijd en de maker van venijnig anti-semitische speelfilms als Jud Süss, na de oorlog gewoon weer aan de slag.

`In zoverre – maar alleen in zoverre – kun je zeggen dat Leni Riefenstahl onrecht is aangedaan', aldus Rother. Toch heeft dit onrecht volgens zijn eigen betoog nog een andere kant: het Duitse publiek heeft zijn eigen frustraties en schuldgevoelens decennia lang op de cineaste geprojecteerd. Ondanks de vele publicaties die er al over Riefenstahl zijn, is het boek van Rother, filmprogrammeur en conservator bij het Duits Historisch Museum in Berlijn, een grote aanwinst. In wat nog het meest weg heeft van een omvangrijk essay bespreekt hij de artistieke en politieke betekenis van haar werk, onderzoekt hij opnieuw omstreden kwesties uit haar loopbaan en gaat hij uitvoerig in op de opinievorming die door de jaren heen rond haar heeft plaats gevonden. Dit alles gebaseerd op degelijk archiefonderzoek en een precieze studie van de films, waardoor Rother op allerlei punten tot nieuwe inzichten komt.

Of ze het nu leuk vindt of niet, schrijft hij, Riefenstahl dankt haar roem aan haar werk uit de nazi-tijd, vooral aan Triumph des Willens en Olympia, haar film over de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Dus kunnen we kunst en politiek niet los van elkaar zien, wanneer we haar betekenis willen bepalen. En inderdaad, wanneer in Triumph des Willens, opgebouwd rond de persoon van Adolf Hitler, de partijmilities marcheren, zien we twee dingen tegelijk: een esthetiek van geometrie, dynamiek, montage, die thuishoort bij de avant-garde, en de realiteit van een nazi-partij, die bereid en in staat is geweld te gebruiken. Meer nog: juist de esthetisering maakt de film van berichtgeving tot propaganda.

In zijn filmanalyses laat Rother Riefenstahls talent zien. Des te groter is de verrassing wanneer hij tot de conclusie komt dat zij toch geen groot kunstenaar was. Ware kunst zou, in tegenstelling tot wat Riefenstahl maakte, ambivalent moeten zijn. Het is een opvatting die sedert de Romantiek leidraad is geweest voor vele kunstenaars, maar die toch moeilijk kan worden gehanteerd voor alle kunst.

Rother velt nadrukkelijk morele oordelen, genuanceerd en met kennis van zaken. Zijn heldere stellingname is een verademing, tegenover het relativisme, waarin de schaduwzijden van Riefenstahls werk en leven weinig belang meer lijken te hebben. Over haar activiteiten in de nazi-tijd is Rother ondubbelzinnig, maar mild. Niet alleen collega Veit Harlan, ook tal van anderen binnen de Duitse filmindustrie valt aanzienlijk meer te verwijten, zonder dat er veel woorden aan vuil zijn gemaakt. Rothers grootste kritiek gaat uit naar Riefenstahls houding na de oorlog, die gekenmerkt werd door een aaneenschakeling van processen, waarin zij zich weerde tegen aantasting van haar goede naam. Formeel kreeg zij geregeld gelijk, maar wat Rother pijnlijk zichtbaar maakt is dat hierbij steeds weer een schrijnende onverschilligheid bleek voor de slachtoffers van het nazi-regime.

Zigeuners

Een fameuze kwestie uit 1941, waarover diverse processen zijn gevoerd, was Riefenstahls gebruik van zigeuners uit het het gevangenkamp Maxglan als figuranten in haar verder onschuldige speelfilm Tiefland. In 1949 klaagde zij het boulevardblad Revue aan omdat het had geschreven dat zij haar figuranten zélf in Maxglan had geselecteerd. Volgens haar hadden anderen het gedaan, een weinig belangrijke zaak. Een deel van de figuranten is later omgekomen in Auschwitz, wat Riefenstahl in 1941 redelijkerwijs niet kon voorzien. Maar toen ze dat eenmaal wèl wist, maakte ze zich er evenmin druk om. Het proces van 1949 verliep volgens de rechtbankverslaggevers in haast vrolijke stemming. Wanneer Riefenstahl zich toen eens had bekommerd om de overlevenden uit haar `cast' in plaats van om haar goede naam, was het vermoedelijk anders met haar verder gegaan.

Vergeleken bij Rothers boek valt Gevallen engel. Leven en werk van Leni Riefenstahl van de Nederlandse filmpublicist Thomas Leeflang tegen, al blijft dit het enige boek dat over dit onderwerp in het Nederlands beschikbaar is. Het is een meer gestroomlijnde, meer genuanceerde en mooier geïllustreerde versie van Leeflangs monografie over Leni Riefenstahl uit 1991, die vooral de buitenlandse literatuur samenvatte. Zijn meest opvallende vondst is een document waaruit blijkt dat Riefenstahls Olympia in 1942 in Nederland een vertoningsverbod van de bezettingsautoriteiten kreeg. Leeflang vermoedt dat de reden hiervoor was dat het internationalisme in deze film niet meer bruikbaar was voor de nazi's. Ook in de Hitlertijd verliep Riefenstahls loopbaan bepaald niet langs een rechte weg.

Rainer Rother: Leni Riefenstahl. Die Verführung des Talents.

Henschel Verlag, 286 blz. ƒ53,-

Thomas Leeflang: Gevallen engel. Leven en werk van Leni Riefenstahl. Walburg Pers, 192 blz. ƒ30,74