Turkije wil ondanks alles vriend van Israël blijven

De Israëlische premier Sharon rondde gisteren zijn bezoek aan Turkije af. Fundamentalisten protesteerden, maar niet massaal en niet van harte.

Niet minister van Buitenlandse Zaken Cem maar een lagere godheid haalde de Israëlische premier Ariel Sharon op van het vliegveld, toen deze gisteren aankwam in Ankara. Normaal, zeiden de Turkse autoriteiten, want het ging om een werkbezoek en dan komt Cem nooit. Turkse waarnemers zagen het anders: Ankara wil niemand voor het hoofd stoten en daarom kreeg Sharon, die dezer dagen wereldwijd zwaar wordt bekritiseerd om zijn harde politiek jegens de Palestijnen, een opkomst via de coulissen.

Maar die opkomst was niet representatief voor het bezoek. Israël en Turkije hebben een stevige vriendschap en geen van beide partijen wil die zomaar opgeven. Hoe nauw de band is, bleek gisteren toen er overeenstemming werd bereikt over de modernisering door Israël van zo'n duizend Turkse tanks. De verkoop van Turks water aan Israël kwam weer aan de orde en beide partijen halen de economische banden aan.

Natuurlijk leverde een voor zijn doen buitengemeen montere premier Ecevit (hij is blij dat hij eindelijk een keer kan praten met de premier van een land met nog meer problemen dan Turkije, aldus de Turkse media) voor de camera's stevige kritiek op Sharon. ,,Als de hoop op vrede in het Midden-Oosten verdwijnt, dan kan dat de Turks-Israëlische betrekkingen in de gevarenzone brengen'', aldus de premier. Maar hij voegde daar meteen aan toe dat ,,wij dat natuurlijk niet leuk zouden vinden''. ,,Wij geven belang aan zowel onze betrekkingen met Israël als aan die met de Palestijnen.''

Maar voorlopig gaat de vriendschap met Israël voor. Steun voor de Palestijnen was er vooral in de fundamentalische pers (een krant portretteerde Sharon als een vampier) en op straat, bij demonstraties. In Istanbul arresteerde de politie dinsdag een groep fundamentalistische demonstranten, onder wie een groep vrouwen in een allesverhullend zwarte kledij. In Ankara probeerde het een groepje extreem-linkse demonstranten Sharon gisteren te ontmaskeren als een pion van het internationale fascisme. Van massale demonstraties was geen sprake.

Pikant genoeg zal het moslim-fundamentalistische protest Sharons populariteit bij het Turkse leger – een van de drijvende krachten van de vriendschap met Israël – alleen maar vergroten: elke vijand van het moslim-fundamentalisme is voor het streng-seculiere leger eigenlijk per definitie een vriend.

Ook bij dat moslim-fundamentalistische protest ging het overigens om groepen in de marge. Sinds het verbod op de fundamentalistische Welvaartspartij in 1998, proberen de `mainstream' Turkse fundamentalisten zich juist acceptabel te maken voor het seculiere establishment. Een van de manieren daartoe was om veel en vaak op de foto te gaan met vertegenwoordigers van Israël.

Recai Kutan, een van de leiders van de politieke islam, kwam er mede daarom niet helemaal uit toen hij zich over het bezoek van Sharon uitliet. Sharons naam staat in verband met wreedheden (onder andere in Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon, red.) en daarom zou Turkije tijdens zijn bezoek geen verdrag met hem mogen sluiten. Maar daar voegde Kutan direct aan toe dat Sharon premier is van een staat, en daarom gewoon ontvangen moet worden. Tussen alle gestamel door werd een ding duidelijk: zelfs de mainstream politieke islam in Turkije is niet bereid Israël aan de schandpaal te nagelen. Voorlopig zijn Ankara en Tel Aviv nog maatjes.