Megawati benoemt vooral technocraten

President Megawati Soekarnoputri van Indonesië heeft vandaag, ruim twee weken na haar aantreden, de ministersploeg van haar keuze gepresenteerd. Het gezelschap telt vooral ervaren technocraten, politici en (oud-)militairen, maar geen uitgesproken hervormers.

De president doopte haar regering `Kabinet van Wederzijdse Hulp'. Dit, zo zei ze, om te onderstrepen dat teamgeest een eerste vereiste is om in de tweeënhalf jaar die haar regering resten de grote problemen van het land het hoofd te kunnen bieden. Met de nieuwe ploeg, die Megawati hoogstpersoonlijk heeft geformeerd en waarvan de samenstelling tot de presentatie geheim bleef, mikt de president vooral op binnenlandse stabiliteit en economisch herstel.

De twee bewindslieden die verantwoordelijk zijn voor veiligheid en binnenlands bestuur zijn afkomstig uit de strijdkrachten. Superminister van Politiek en Veiligheid wordt luitenant-generaal bd Susilo Bambang Yudhoyono, die deze post ook bekleedde in het tweede kabinet van Abdurrahman Wahid, en als minister van Binnenlandse Zaken koos Megawati de (nog actieve) luitenant-generaal Hari Sabarno, vice-voorzitter van het Volkscongres. Ter completering van dit team benoemde zij H. Abdullah Hendropriyono, eveneens een gepensioneerde generaal, tot hoofd van de Staatsveiligheidsdienst met de status van minister zonder portefeuille.

Vooral het economische team is in de smaak gevallen bij `de markt'. Coördinerend minister van Economische Zaken wordt de academicus en oud-diplomaat prof. dr. Dorodjatun Kuntjoro-Jakti; Financiën gaat naar dr. Boediono, een gewezen directeur van het Nationale Planbureau, en minister van Handel en Industrie wordt Rini M.S. Soewandi, voormalig president-directeur van het conglomeraat Astra International. Als ministers zonder portefeuille voor Ontwikkelingsplanning en Staatsbedrijven koos Megawati twee partijgenoten:oud-ondernemer Kwik Kian Gie en de gewezen bankier Laksamana Sukardi. Beiden zaten in het eerste kabinet Wahid, maar kwamen in aanvaring met hem.

In haar krachtige inleiding maakte Megawati duidelijk dat Indonesië nog steeds een presidentieel systeem heeft en dat zij noch haar kabinet verantwoording schuldig is aan het parlement. Met het oog op `democratischer verhoudingen' en een goede verstandhouding met de volksvertegenwoordiging heeft ze niettemin gezocht naar een brede politieke vertegenwoordiging. Alle zeven grotere partijen kregen ministerposten. Van de drie 'superministeries' gaat er één – Welzijn – naar Golkar, ooit het politieke vehikel van potentaat Soeharto en nu de tweede partij van het land. Megawati's nationalistische PDI-P kreeg vijf ministerposten: naast die van Kwik en Sukardi ook Arbeid, Landbouw en Bosbouw. De Nationale Mandaatpartij (PAN) van de moslimpoliticus Amien Rais, als voorzitter van het Volkscongres een sleutelspeler bij de afzetting van Wahid, kreeg maar één post. Hatta Rajasa, secretaris-generaal van de PAN, wordt minister zonder portefeuille van Onderzoek en Technologie.

De portefeuille van Godsdienstzaken gaat naar een geleerde uit de moslimbeweging Nahdlatul Ulama (NU), die 15 jaar werd geleid door Abdurrahman Wahid. De onlangs door Wahid afgezette voorzitter van de op NU-leest geschoeide Partij van het Nationale Ontwaken (PKB), Matori Abdul Djalil, krijgt Defensie. Onderwijs gaat naar Muhammadiyah, 's lands tweede moslimorganisatie en de bakermat van Amien Rais.

Ofschoon Megawati veel belang zei te hechten aan ,,rechtshandhaving en corruptiebestrijding'' heeft ze de hervormingsbeweging in de personele sfeer teleurgesteld. De staatsrechtsgeleerde prof. dr. Yusril Iza Mahendra, tevens voorzitter van de islamitische Partij van Maan en Sterren (PBB), was ook onder Wahid minister van Justitie en Mensenrechten, maar heeft daarbij geen blijk gegeven van visie of hervormingsijver. De keuze van een procureur-generaal, heeft Megawati uitgesteld tot na de installatie van haar kabinet, morgen.