Koekje van eigen deeg

Een loopbaan in Joegoslavische Volksleger kreeg voor Enver Hadzihasanovic een bijzonder einde; aan het begin van de oorlog in Bosnië kreeg de luitenant-kolonel huisarrest in Sarajevo. Maar hij ontsnapte, deserteerde en sloot zich aan bij het Bosnische leger. Binnen een half jaar werd hij, in november 1992, commandant van het Derde Legerkorps. In de oorlog was hij ook stafchef van het leger van de moslims. Acht jaar later verliet hij, inmiddels gepromoveerd tot generaal, het leger.

Begin april was Hadzihasanovic (1950) nog in Den Haag als laatste getuige in het vorige week afgesloten proces tegen Radislav Krstic, de Bosnisch-Servische generaal die 46 jaar cel kreeg voor zijn aandeel in de genocide in Srebrenica.

Ook getuigde Hadzihasanovic twee jaar geleden tegen de Bosnisch-Kroatische generaal Tihomir Blaskic. De ergste Kroatische wreedheden werden begaan door paramilitaire eenheden als `De Jokers' en `De Ridders'; ze zouden zich aan Blaskic' gezag hebben onttrokken. Hadzihasanovic stelde dat Blaskic ,,maatregelen had moeten nemen om misdaden te voorkomen''. Hij voegde eraan toe dat in zijn functie van commandant ook dergelijke maatregelen had genomen. Nu krijgt Hadzihasanovic een koekje van eigen deeg: hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de misdaden die de `paramilitaire' muhajedeen heeft begaan.