Kloondokter

WAT EEN OPEN en vooral wetenschappelijke discussie over klonen had moeten worden, is in Washington uitgedraaid op een robbertje publicitair straatvechten. Het gaat wél om een van de grote vragen van deze tijd. De Italiaanse gynaecoloog Severino Antinori gooide de knuppel in het hoenderhok met de aankondiging dat hij klaar staat een menselijke kloon te maken. Hij heeft een reputatie te verliezen want hij hielp al eens een vrouw in de pensioengerechtigde leeftijd aan een reageerbuisbaby. De Italiaanse wonderdokter kan zich ditmaal beroepen op een onbetwiste hulpvraag. Hopeloos kinderloze echtparen staan te dringen. Hun verlangen is legitiem. Maar dat zegt nog niet dat de voorgestelde methode dat ook is. Achter het succesverhaal van het schaap Dolly en consorten gaat een hele geschiedenis schuil van experimenten die gruwelijk uitpakten.

De Amerikaanse expert Jaenisch schat zelfs dat het in 90 tot 95 procent van de dierproeven misgaat. Hij behoort duidelijk tot het andere kamp. In elk geval zijn de technische risico's niet weg te wuiven. Daarbij komen in het geval van Antinori nog de nodige juridische en ethische bezwaren. De Italiaan redeneert geheel vanuit de wens van de kinderloze ouders, maar het recht kent nog zoiets als het belang van het kind. De graag getrokken vergelijking met tweelingen gaat niet op. Tweelingen zijn even oud en hebben elk de genetische input van twee ouders. Maar hier gaat het om een `diachrone' verhouding tussen de oudere donor met het kind dat bovendien ook nog alleen aan deze donor genetisch verwant is. Deze eenzijdige afhankelijkheid roept volgens sommige deskundigen haar eigen risico's op, zowel fysiek als psychisch.

Moeilijker grijpbaar maar daardoor niet irrelevant is dat het kloonkind in de benadering van Antinori cum suis tot een `object' wordt. Er zijn natuurlijk al heel wat nazaten langs natuurlijke weg het product van de gefrustreerde ambities of fantasieën van hun ouders of zakelijke berekening. Het is de vraag of een kloondokter daar nog een schepje bovenop moet doen. Het is een grondrecht van ieder mens een gezin te stichten, maar dat geeft nog geen recht op een kind. Het reproductief klonen van mensen wordt trouwens met zoveel woorden verboden door het nieuwe Handvest van grondrechten van de EU.

OP ZICHZELF WAS de conferentie van Washington een mooie poging verder te kijken dan instinctieve afkeer en de spookbeelden van `cyborgs' of een nieuwe slavenkaste waartegen sommige futuristen waarschuwen. De locatie was wat dit betreft goed gekozen want de Verenigde Staten zijn verwikkeld in een heftig doch verwarrend debat over wetgeving op dit gebied. Er zijn niet minder dan zes wetsvoorstellen bij het federale Congres in behandeling. Het vraagstuk van het klonen van mensen is verstrikt geraakt in discussies over onderzoek op zogeheten stamcellen en de regulering van biomedische producten. Door dat alles heen loopt ook nog eens de eeuwige Amerikaanse preoccupatie met abortus.

Alleen al gezien de veiligheidsrisico's kunnen pogingen mensen te klonen niet worden toegestaan. Voor die conclusie was de conferentie in Washington niet nodig. De polarisatie die daar vrij baan kreeg, belemmert vooral het noodzakelijke debat over een wél bepleitbare zaak zoals onderzoek naar beperkte kloneringstechnieken voor therapeutische doeleinden. Dat is voorlopig al moeilijk genoeg.