Kijkwijzer

De Kijkwijzer, de service van de televisie-, film- en videobranche waarmee consumenten geïnformeerd worden over mogelijk voor kinderen schadelijk aanbod, is begin dit jaar geïntroduceerd. De in Kijkwijzer samenwerkende audiovisuele branche heeft gekozen voor een gefaseerde introductie: eind februari werd begonnen met bioscoopfilms, een maand later volgde films en series op televisie en afgelopen maand verschenen de eerste dvd's en video's voorzien van Kijkwijzer pictogrammen in de videotheken.

Uit een peiling van het onderzoeksbureau Intomart in mei toen Kijkwijzer dus nog slechts gedeeltelijk van start gegaan was bleek een zeer hoge bekendheid en waardering voor de nieuwe service bij ouders van kinderen. Nog verrassender echter was het feit dat meer dan 30% van de belangrijkste doelgroep ouders aangaf Kijkwijzer te gebruiken bij het voor hun kinderen kiezen van films op televisie en in bioscopen. Zo snel na een partiele introductie een dergelijk hoge mate van gebruik is niet alleen verrassend voor de initiatiefnemers van Kijkwijzer maar ook voor wetenschappers: communicatie-en onderzoeksdeskundigen.

Niet echter voor redactrice Titia Ketelaar. Volledig voorbijgaand aan de stap-voor-stap introductie van de nieuwe consumentenservice en een karikatuur makend van een telefonisch gesprek met ondergetekende trekt zij in de krant van 4 juli haar eigen conclusie: ,,slechts 32 procent van de ouders van kinderen maakt gebruik van de Kijkwijzer symbolen''. Het is maar wat je `slechts' noemt. Ik heb me namelijk door deskundigen laten vertellen dat er weinig voorbeelden zijn van voorlichtingsystemen met een dergelijk snel resultaat.