Eerbetoon aan pionier Tristano

Structurele gelaagdheid en complexe ritmeverschuivingen, dat waren de twee peilers waar pianist en componist Lennie Tristano zijn oeuvre op bouwde. Een weinig populaire visie in de jaren vijftig, toen het gepassioneerde expressionisme van lieden als Bill Evans de jazz domineerde. De emotionele virtuositeit won het ook qua populariteit van het technische vernuft. Maar Tristano volhardde in zijn intellectuele, door critici vaak als `kil' bestempelde, benadering en vond navolging.

Toch geldt Tristano nog steeds als een bedenker van `moeilijke muziek'. Die status zat en zit een brede waardering voor de pionier die hij was, nog altijd in de weg. Maar ruim twee decennia na zijn dood is er in Nederland een generatie muzikanten opgestaan die zijn werk nieuw leven probeert in te blazen. En zij vinden in Pompoen een podium om dat te doen. Eind februari stond daar Sound-Lee! al op de planken, de band waarmee pianist Guus Janssen het repertoire van Tristano-adept Lee Konitz interpreteert. Deze week is het de beurt aan het Marco Kegel/Axel Hagen Quartet, dat sinds de oprichting in 1995 de aanpak van de Lennie Tristano School hoog in het vaandel heeft.

Dat de inspiratie vooral de geest van Tristano betreft, wordt al duidelijk bij het zien van de bezetting, waarin de piano de grote afwezige is. Een poging tot imitatie van de meester – en de onvermijdelijke vergelijking – sluit het kwartet bij voorbaat uit. Bandleiders Kegel en Hagen refereren met hun frontline wel aan het geluid van de gitaar-altsax combinatie van Lee Konitz en Billy Bauer – beiden Tristano-begeleiders in de late jaren veertig en vroege jaren vijftig. Ook volgen ze nauwgezet de werkwijze van hun held: het repertoire bestaat uit tot de akkoorden uitgeklede standards waar naar hartelust op gesoleerd kan worden. Daar kwamen overigens niet alleen Tristano-composities aan te pas, maar bijvoorbeeld ook `Isfahan' van Billy Strayhorn, James Moody's blues `Ahum Ahum' en het overbekende, maar fris klinkende `When you're smiling'.

Het duidelijkste persoonlijk stempel kwam van saxofonist Kegel. Vergeleken met Konitz' koele geluid is het zijne aardser, soms op het frivole af. In sommige nummers deed hij in de verte denken aan Yusef Lateef, maar op dwarsfluit is hij de mindere van deze blazer. Gitarist Hagen hield zich wat meer op de achtergrond en legde zich vooral toe op het bewaken van de akkoorden. Zijn solo's overtuigden vooral in de ballades.

Maar zodra het tempo omhoog ging, sloop er een hoekige abruptheid in zijn spel die niet helemaal strookte met de lyriek van het meeste materiaal. Drummer Peter Kahlenborn en bassist Joep Lumeij bewezen zich als vlekkeloze `timekeepers', waarbij gezegd moet worden dat Lumeij ook geen onverdienstelijk solist is.

Concert: Marco Kegel/Axel Hagen Quartet. Gehoord: 8/8 in Pompoen, Amsterdam. Herh: t/m 11/8 in Pompoen.