`De politie is hier geen vijand'

De Groningse politie is sinds de rellen in de Oosterparkwijk nadrukkelijker aanwezig in de buurt. ,,Een agent is iemand met wie je gewoon kunt praten.''

,,Dit is een wijk als alle anderen'', zegt R. Hofman, buurtagent in de Groningse Oosterparkwijk. Vandalisme, vernielingen, het gebeurt in de Oosterparkwijk niet vaker dan in andere buurten, verzekert hij. Hofman vindt het hoog tijd dat de wijk, die eind 1997 werd opgeschrikt door rellen van baldadige jongeren, het stempel van probleemwijk kwijtraakt. ,,Zo'n etiket verdient deze buurt niet. Het is gewoon een gezellig, oud volksbuurtje. Met minder drugsoverlast dan in menige andere buurt.''

In de Oosterparkwijk werd drie jaar geleden het eerste kantoor van `Justitie in de buurt' (JIB) geopend. Hofman en jeugdagent F. Wilbrink houden er elke week spreekuur. Het kantoor is gevestigd in de woning van SP-Statenlid S. Lammerts in de Laurierstraat, waar de relschoppers destijds huishielden.

A. Jutte (65) woont aan het Goudenregenplein. Vanuit haar woning kijkt ze uit op het grasveldje waar in de nacht van 30 op 31 december 1997 drie bomen onder de kettingzaag van baldadige jongeren vielen. Ze gingen verhaal halen bij Lammerts, die hen zou hebben bestempeld als ,,tuig''. Als vergelding werden de ruiten van zijn woning ingegooid. Van een andere woning werd huisraad in brand gestoken. Tientallen jongeren pleegden na een uit de hand gelopen feestavond diverse vernielingen. De politie greep niet in. Het kostte burgemeester Ouwerkerk zijn baan en ook hoofdofficier van justitie Daverschot en korpschef Veenstra moesten het veld ruimen.

Jutte woonde krap een paar maanden in de Oosterparkwijk en vierde er haar eerste oudjaar, toen ze getuige was van de rellen. De patattent tegenover haar op de hoek ,,ging in de fik''. ,,Ik dacht: shit, waar ben ik verzeild geraakt?'' Er gebeurt nog wel eens wat. Net nog. ,,Er werd iemand voor mijn huis in de boeien geslagen. Ik dacht: wat gebeurt hier? Maar dat is een momentopname.''

Na de rellen werden de problemen op verschillende manieren aangepakt. Behalve het JIB kwamen er gemeentelijke wijkcoördinatoren en werden een jeugd- en jongerenteam ingesteld. Wie in de wijk vernielingen pleegt of ander crimineel gedrag vertoont, wordt in het JIB-kantoortje ontboden en krijgt meteen straf opgelegd. ,,Dat werkt beter dan wanneer iemand over een aantal maanden een dagvaarding krijgt'', meent Hofman. ,,De tijd tussen overtreding en straf moet zo kort mogelijk zijn.'' Een werkstraf is meestal het gevolg.

Jeugdagent Wilbrink loopt geregeld op straat en wordt dan vaak aangeschoten door bewoners, vertelt hij. Kennen en gekend worden is erg belangrijk voor de politie, stelt hij. Soms klaagt een bewoner tegen hem over geluidsoverlast, een ander heeft vragen over bijvoorbeeld een dagvaarding. Tijdig signaleren van problemen kan erger voorkomen.

Politievoorlichter H. Bouwkamp: ,,De politie wordt in deze wijk niet als vijand gezien. Mensen groeten agenten, stappen gemakkelijker op ze af. Het zijn bekende gezichten geworden. Een agent is iemand met wie je gewoon kunt praten.''

Drie Groningse criminologen concludeerden deze week in een rapport dat de `sensitieve' benadering van de Groningse politie beter werkt dan de zero tolerance waarmee de politie in de Amsterdamse wijk Slotervaart/Overtoomse Veld jongeren aanpakt. Bouwkamp vindt dat de criminologen een `kunstmatige tegenstelling' oproepen. ,,Onze buurtagenten zijn agenten en geen sociaal werkers. Ze hebben ook een bonnenboekje op zak dat ze gebruiken. Als er in deze wijk langdurig overlast is, wordt ingegrepen, net als in een andere wijk.''

G. Zielstra en haar buurvrouw A. ten Wolde zitten in hun voortuin in de Laurierstraat. Zielstra woont al achttien jaar in de buurt. Het is veel rustiger in de wijk geworden, vertelt ze. ,,En er is veel meer politie op straat. Dat is goed. Het geeft een veilig gevoel. Niet omdat ik bang ben hoor.'' Zelf heeft ze nooit iets naars meegemaakt.

Haar buurvrouw is te spreken over de buurtagent. ,,We zeggen moi tegen elkaar.'' Vorig jaar stapte ze naar de buurtagent na een burenruzie. ,,Ik ben toen heel goed en serieus behandeld.''

Aan de Klaprooslaan zit bewoner J. van der Velde buiten. Al 53 jaarwoont hij in de buurt en hij wil er nooit meer weg. Een half jaar geleden liepen er nog wel eens jongeren met potjes bier over straat, die ze op straat kapot smeten. ,,Maar ik moet zeggen dat het nu een stuk rustiger is dan voorheen. Je ziet gelukkig meer politie in de wijk.''