De denkende generaal

Zonder uniform heeft hij weinig van een militair. Hij heeft een vriendelijke uitstraling, maakt een gecultiveerde indruk en formuleert zijn zinnen zonder het commandantenbombast dat Indonesische officieren zich tijdens hun loopbaan eigen maken. Zijn bedachtzame en verzorgde spreektrant, een grote belezenheid en een daaraan ontleend intellectueel imago leverden hem in de burgermaatschappij de bijnaam `de denkende generaal' op.

Toch is Susilo Bambang Yudhoyono (51) een militair in hart en nieren. Zijn loopbaan is zonder meer indrukwekkend. Hij studeerde in 1973 als beste van zijn lichting af aan de Landmachtacademie. In Fort Benning, Georgia, bekwaamde hij zich in luchtlandingsoperaties en acties in moeilijk terrein en in Fort Leavenworth, Kansas, studeerde hij aan het General Staff College. Aan de Webster University haalde hij een graad in de bedrijfskunde.

Behoudens leslokalen heeft hij ook de nodige `actie' gezien. Als eerste luitenant deed hij in 1976 mee aan een militaire operatie in Oost-Timor, waar hij later nog tweemaal diende bij acties tegen Falintil, de gewapende arm van het Oost-Timorese verzet. Van november 1995 tot maart 1996 gaf hij met de rang van kolonel leiding aan de militaire waarnemers van de VN in Bosnië (UNPROFOR). `SBY', zoals collega's en bevriende burgers hem noemen, verwierf in 1996 als eerste van zijn lichting de generaalsster.

Als brigade-generaal was hij enkele maanden chef-staf van het militaire garnizoen van Jakarta. Enkele weken voor hij werd overgeplaatst naar Sumatra, werd op 27 juli 1996 het hoofdkwartier van Megawati's Partij voor Indonesische Democratie (PDI) bestormd door in partijdracht geklede, maar opvallend kortgeknipte vechtersbazen. `Mega' was op last van president Soeharto afgezet als partijvoorzitster en met medewerking van het hoofdstedelijke garnizoen werden haar aanhangers uit het partijbureau geslagen. Daarbij vielen ten minste vijf doden; tientallen PDI-leden werden sindsdien vermist.

Dat beruchte `27 juli incident' heeft even een hypotheek gelegd op SBY's verstandhouding met Megawati, maar lang heeft dat niet geduurd. Toen Abdurrahman Wahid SBY in augustus vorig jaar benoemde tot superminister van Politiek en Veiligheid, leerde de toenmalige vice-president, die de kabinetsvergaderingen voorzat, hem waarderen. Zij is onder de indruk van zijn grote rust, goede manieren en sterke argumenten. SBY is bovendien geen houwdegen van de ouderwetse soort. Hij heeft zich laten kennen als een voorstander van `reformasi' voordat die term de straat opging. Dat vereiste verbeeldingskracht en John Lennon's Imagine is dan ook zijn favoriete popsong.

In 1998, toen Soeharto viel, was SBY hoofd van de sociaal-politieke afdeling van de strijdkrachten en daarmee de behoeder van `dwifungsi', de sociaal-politieke en militaire dubbelrol van het Indonesische leger en pleitte hij voor een radicale herziening van dat concept. SBY vindt dat militairen zich moeten beperken tot de landsverdediging. In een recent interview zei hij dat officieren, mits ze hun uniform uittrekken, het land met zijn grote sociale en politieke problemen iets extra's te bieden hebben. Nu hij opnieuw verantwoordelijk is voor de nationale veiligheid, mag hij dat bewijzen.