Ad Melkert als speelbal van Europa

Ad Melkert is zijn leven lang politicus. Als fractieleider moet hij ongetwijfeld hard werken, maar is het ook een baan – in de zin van een functie bekleden en verantwoordelijkheid dragen binnen de hiërarchie van een bedrijf? Eigenlijk heeft Melkert maar vier jaar van zijn leven een echte baan gehad, namelijk van 1994 tot 1998 toen hij minister van Sociale Zaken was. Toen kreeg hij te maken met bestuurlijke afwegingen die voortvloeien uit de leiding over een grote organisatie. Uitgerekend een erfenis uit die ministerstijd achtervolgt Melkert.

Politici worden zelden getest op hun managementskwaliteiten voordat ze de verantwoordelijkheid over een ministerie krijgen. Melkert heeft als minister van Sociale Zaken met de ESF-affaire, de kwestie van de subsidies van het Europees Sociaal Fonds, een enorme inschattingsfout gemaakt. Wat men er verder ook van vindt en wat de commissie-Koning binnenkort ook bericht, vaststaat dat de Europese Commissie een groot deel van de verstrekte ESF-subsidies terugvordert en dat Nederland met een probleem zit opgezadeld.

Een directeur van een onderneming zou na een debacle dat kan oplopen tot een strop van een miljard gulden naar een andere baan uitkijken. Melkert wil hogerop: hij wil lijsttrekker worden van de PvdA en, als hij de verkiezingen wint en de formatiebesprekingen handig voert, premier van het volgende kabinet. Hoe groot is zijn bewezen geschiktheid om politieke leiding te geven aan Nederland als hij bij het ministerie van Sociale Zaken zo'n imbroglio heeft achtergelaten? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Dan is er de Europese dimensie. Stel dat Melkert premier van het volgende kabinet wordt. Dan moet hij in de zomer van 2002 naar zijn eerste Europese Raad, in Spanje. Nadat Tony, Jacques, Gerhard, Silvio en al die andere regeringsleiders hem hartelijk hebben verwelkomd, zullen ze een moment denken: `Dat is dus de man van 440 miljoen!'. Nu slepen wel meer regeringsleiders financiële schandalen met zich mee Chirac, Berlusconi – maar, hoe schadelijk ook, dat zijn binnenlandse affaires. Bij Melkert gaat het om een Europese zaak. Het wordt toch lastig voor de nieuwe premier als hij met `Brussel' moet gaan praten over een erfenis uit zijn eigen tijd als minister. Een uitvloeisel van de ESF-affaire is dus niet alleen of Melkert geschikt is om lijsttrekker van de PvdA te worden, maar ook of hij voldoende gezag heeft om Nederland als premier vier jaar lang te vertegenwoordigen in de Europese Unie.

De ESF-affaire is geen kwestie van fraude. Ja, zeg, dat moest er nog bijkomen. Het is wel een typisch Nederlandse zaak. Aangezien het bol staat van de afkortingen en half sociaal-economisch Nederland erbij betrokken was, valt het helder te maken met een anologie. Nederland geeft ontwikkelingshulp aan een arm land. Die hulp is bestemd voor projecten: scholen, gezondheidscentra, agrarische programma's. Nu denkt de regering van het ontvangende land: er staan demonstrerende ambtenaren voor het presidentiële paleis die hun achterstallige salarissen uitbetaald willen krijgen. Laten we een deel van het hulpgeld uit Nederland níet bestemmen voor die vermaledijde projecten, maar in de grote pot stoppen en daaruit de ambtenarensalarissen betalen. Tevreden ambtenaren zijn tenslotte een vorm van ontwikkeling.

Zo ging het ook bij de Arbeidsvoorziening. In het regeerakkoord van 1994 was afgesproken dat 400 miljoen op de Arbeidsvoorziening bezuinigd zou worden, omdat dit een notoir ineffectieve organisatie was. Melkert wilde de gemeenten een grotere rol geven bij de Arbeidsvoorziening, want dan kon hij zijn plannen voor Melkertbanen uitvoeren. De tegenwerking uit de Arbvo was formidabel. Gevestigde posities van Arbvo-bestuurders uit de vakbeweging en de werkgeversorganisaties dreigden verloren te gaan. Het spel werd hard gespeeld en Melkert bond in. De minister maakte de bezuiniging ongedaan door het ESF-geld uit Brussel in te zetten. Dat was weliswaar bestemd voor projecten, maar zo kocht hij de sociale vrede in het poldermodel af.

Waarom moest Nederland zo nodig geld uit ESF-fondsen voor de Arbeidsvoorziening? Dat vloeide voort uit de politieke frustratie dat Nederland begin jaren negentig een `netto-betaler' aan Brussel was geworden, een gevolg van financiële aanpassingen waarmee Lubbers en Kok op de Europese top in Edinburgh (1992) hadden ingestemd. Om dat te verzachten werden alle mogelijke projecten bedacht waarvoor Nederland in Brussel kon aankloppen voor steun. Bij de regionale en structuurfondsen was geld te halen voor `arme regio's' en zo werd Flevoland tot achtergebleven gebied verklaard.

Voor de scholing en begeleiding van langdurig werklozen putte Nederland uit de Europese fondsen voor werkgelegenheid. Plotseling waren bakken met geld beschikbaar waar handige types gretig gebruik van maakten. Ze verkochten lucht als werkgelegenheidsproject voor kansarmen. Los van de kwestie die Melkert over zichzelf afriep, is dat de bedenkelijkste kant van de ESF-affaire. Langzaam maar zeker komen de verhalen over wanbesteding van de subsidies boven tafel en Justitie heeft er haar handen vol aan.

Het beste zou zijn om met onmiddellijke ingang alle aanvragen voor subsidies uit Brussel stop te zetten. Maar Nederland is hardleers. Vorige week werd bekend dat Noord-Nederland 752 miljoen gulden subsidie voor economische versterking krijgt. Negen steden en Zuid- en Oost-Nederland wachten nog op de Europese goedkeuring van subsidieaanvragen.

Niet doen! Nederland moet zich niet gedragen als ontwikkelingsland en die subsidieverslaving leidt alleen maar tot ellende. Melkert kan daarover meepraten. Een handigheidje waarmee hij het regeerakkoord aan zijn laars lapte en de sociale partners aan zich bond, maakt de raspoliticus ruim zes jaar later tot een speelbal van Europa.

rjanssen@nrc.nl