`UÇPMB niet betrokken bij aanslag Z-Servië'

Leiders van het in mei ontbonden Albanese rebellenleger in Zuid-Servië, het UÇPMB, hebben tegengesproken betrokken te zijn geweest bij de aanslag op een Servische politiepatrouille, vorige week, waarbij twee Serviërs werden gedood en twee anderen gewond raakten.

De chef van de Servische staatsveiligheidsdienst, Goran Petrovic, gaf gisteren onomwonden de schuld van de aanslag nabij het dorp Muhovac aan het UÇPMB, het rebellenleger dat in mei, na bemiddeling door de NAVO, de strijd staakte en zichzelf ophief. De aanslag van Muhovac was het eerste sinds het akkoord van mei in de regio.

Volgens Petrovic heeft het UÇPMB zich nooit daadwerkelijk opgeheven en heeft het ook niet al zijn wapens ingeleverd. Na de aanslag werd de verantwoordelijkheid opgeëist door een organisatie die zich `Nationaal Albanees Leger' (AKSh) noemt. Een organisatie met die naam was tot dusverre onbekend. Petrovic zei gisteren dat het AKSh ,,slechts een masker is waarachter ex-leden van het UÇPMB zich verschuilen'.

Voormalige kopstukken van het UÇPMB spraken dat gisteren tegen. Januz Musliu, die zestien maanden lang de politieke tak van het `Bevrijdingsleger van Preševo, Medvedja en Bujanovac' leidde, zei gisteren dat de voormalige rebellen zich houden aan het vredesproces en aan de afspraken die in mei met de NAVO zijn gehouden. ,,We hebben het akkoord over demilitarisering uitgevoerd en we respecteren het.' Volgens Misliu wordt het incident misbruikt door de Servische politie, die uit zou zijn op versterking van haar positie in Zuid-Servië. De bioloog (`gepensioneerd zonder pensioen') klaagde dat wel geen voormalige strijders van het UÇPMB in de nieuwe, door de OVSE op te leiden multi-etnische politiemacht in de regio zijn opgenomen.

Ook Muhamet Xhemajli, voormalige UÇPMB-commandant in het dorp Muhovac en in mei nog een betrekkelijk rebelse criticus van het akkoord met de NAVO, sprak gisteren tegen dat hij of zijn aanhangers betrokken waren bij de aanslag in Muhovac.