Tussen cognacvaten en porselein

Aanvankelijk is het even wennen hoe regisseur Olivier Assayas zijn beweeglijke, realistische cameravoering (als vanouds in handen van Denis Lenoir) en elliptische verteltrant toepast op een voor hem heel vreemd genre. Les destinées sentimentales is een kostuumfilm gebaseerd op een museumstuk. De in 1936 voltooide romantrilogie van Jacques Chardonne (1884-1968) beschrijft tot in de kleinste ambachtelijke details hoe tussen het begin van de twintigste eeuw en de Tweede Wereldoorlog de cognac- en porseleinindustrie in respectievelijk Jarnac en Limoges teloor gingen aan de veranderingen die de moderne tijd met zich meebracht. Chardonne kon het weten, want zijn beide ouders waren respectievelijk gelieerd aan beide vormen van traditionele bedrijvigheid. Een en ander vormt de achtergrond voor de tragische geschiedenis van een hervormde predikant, die op later leeftijd het familiebedrijf overneemt en aan het einde van zijn leven constateert dat liefde het enige is dat telt. De literaire erfenis van Chardonne wordt in Frankrijk doorgaans nogal stoffig gevonden, onder meer doordat hij in woord en daad collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog, en desondanks een literair favoriet was van de latere president Mitterrand.

Wat Assayas, voormalig redacteur van les Cahiers du Cinéma, en chroniqueur van desperate jonge stadsbewoners van de jaren negentig in films als L'eau froide en Paris s'éveille, bewogen heeft dit boek te verfilmen, is een groot raadsel. Waarschijnlijk voelde Assayas zich als liefhebber van genrefilms uitgedaagd om zijn hand eens te beproeven op onbekend terrein. Inderdaad is dat even spannend, maar in de loop van de eindeloze drie uur die Les destinées sentimentales beslaat gaat de `moderne' cameravoering steeds minder opvallen. Dan valt de film steeds meer ten prooi aan heemkundige esthetisering, aan de al zo vaak door regisseur van historische films uitgeleefde aandrang om gouden zonlicht door de bomen te laten strijken, aan pogingen tot exacte reconstructie van korsetten, cognacvaten en kerkinterieurs. Natuurlijk lukt het Assayas af en toe om te betoveren. Het door de glazuur laten glijden van een vers gebakken porseleinen bord is zo'n wonderlijk beeld dat bijblijft, net als het rigide vormgegeven, filmisch intrigerend beeldverslag van een bal aan het begin van de vorige eeuw.

Assayas kent de filmhistorie goed genoeg om te beseffen dat hij zich op het territorium van Luchino Visconti begeeft. Dat is gevaarlijk terrein, want Visconti bezag de ondergang van de aristocratie met mededogen en affiniteit, en bovendien vanuit een hecht, marxistisch georiënteerd wereldbeeld. Assayas waagt zich alleen aan de buitenkant, zo ongeveer zoals Brian De Palma plichtmatig keer op keer Hitchcock citeert. Maatschappelijke en historische perspectieven worden door Assayas bijna provocerend terzijde geschoven. Zo behoudt hij van het in Frankrijk exotische protestantisme alleen de beelden van scanderend psalmen zingende kerkgangers en laat niets zien van het bijbehorende noeste arbeidsethos. De Eerste Wereldoorlog, beslissend voor de ontwikkeling van de hoofdpersoon (Charles Berling) wordt brutaal gereduceerd tot twee exemplarische scènes.

Het gevolg van deze aanpak is dat een onderwerp, dat inzet van alle filmische middelen vereist om een eigentijds publiek alsnog te boeien, verzandt in muf academisme. De kijker kan zich nauwelijks identificeren met de psychologisch weinig uitgediepte personages, zelfs niet de briljant vertolkte, maar in de montage verminkte bijrol van Isabelle Huppert als de neurotische eerste echtgenote van de predikant. Wat resteert is een arrogante, ondanks alle zonnigheid kille stijloefening.

Les destinées sentimentales. Regie: Olivier Assayas. Met: Charles Berling, Emmanuelle Béart, Isabelle Huppert, Olivier Perrier, Julie Depardieu. In: Filmmuseum, Amsterdam; Haags Filmhuis; Lux, Nijmegen.