Probleemjeugd

,,HET KORPS KIEST niet voor een on-Nederlands zero tolerance-beleid. Wel zullen wij minder tolereren van hen die hinder en overlast veroorzaken.'' Dit verklaarde de Amsterdamse hoofdcommissaris Kuiper drie jaar geleden in zijn nieuwjaarstoespraak. Het was een mooi, typisch Nederlands, tussenstandpunt. Nederland moet van oudsher weinig hebben van `Amerikaanse toestanden', maar de berichten over de successen die aan gene zijde van de Atlantische Oceaan werden geboekt met een tactiek van snel en streng ingrijpen vonden hier veel weerklank. Ook al zoekt de Nederlandse diender het van oudsher eerder in zachte aandrang.

Er was wel aanleiding de touwtjes ook hier aan te trekken: geweld in uitgaansgebieden en zelfs ,,gewoon'' op straat, op school, in de buurt. Kuiper herinnerde in zijn nieuwjaarstoespraak drie jaar geleden speciaal aan de problemen met jongeren in het westelijke deel van Amsterdam. Juist daar lijkt zijn tactiek van lagere tolerantie echter minder goed uit te pakken dan verwacht. Criminologen van de Groningse universiteit concluderen uit een vergelijkend onderzoek dat de jeugd een wat subtielere aanpak verdient.

Deze conclusie komt niet echt als een verrassing. De belangrijkste veiligheidsstrategieën van de politie dreigen met elkaar in aanvaring te komen, waarschuwde de oud-directeur van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP), Van der Vijver, al in zijn oratie als hoogleraar politiestudies aan de Universiteit Twente, een half jaar na de nieuwjaarstoespraak van Kuiper. De ,,aanscherping van de praktijk'' waar minister De Vries (Binnenlandse Zaken) medio vorig jaar nog met zoveel woorden om vroeg op een SMVP-conferentie valt moeilijk te verenigen met de formule van ,,gebiedsgebonden politiezorg'' (wijkgericht werken) die alom in het land opgeld doet. Deze moet het juist hebben van overreding. Een automatische bon voor een bierblikje op straat waarop de aanscherping al gauw neer komt past daar moeilijk in. Het is maar de vraag wélk bierblikje, op wélke straat.

VAN DER VIJVER vroeg ook aandacht voor een derde trend: `anoptisering'. Uitwisseling van (geautomatiseerde) gegevens krijgt een steeds belangrijker rol in het veiligheidsbeleid. Niet alleen binnen de politie maar ook tussen de politie en andere `stakeholders' zoals scholen, jeugdhulp of de horeca. Nu lijkt dat zeker bij de aanpak van jeugdproblemen een mooie manier om de strikte handhaving toe te spitsen op en, wel zo belangrijk, te beperken tot de werkelijke probleemgevallen, zodat de goeden niet onder de kwaden lijden.

De moeilijkheid is dat de gebruikte profielen van probleemgevallen erg primitief zijn en dat zo'n boodschap uit de computer bij de directbetrokkenen vaak alleen maar verdere vervreemding in de hand werkt. Dan maar liever de snelle tik op de neus van hoofdcommissaris Kuiper, zou men bijna zeggen. Helaas is dat blijkens het Groningse onderzoek ook weer te kort door de bocht. Het verdient overigens aantekening dat de Groningers niet pleiten voor een `softe' aanpak. De primaire opdracht om het vertrouwen van probleemjongeren te winnen sluit het stellen van duidelijke grenzen ook niet uit, integendeel.

Waar het vooral om gaat is stereotype reacties en toverformules te vermijden.