Poëzieminnaar

Met de dood van Jo Peters, afgelopen zondag, komt een einde aan Uitgeverij Herik te Landgraaf. De laatste uitgave die tot stand kwam, de poëziebundel Een man en een engel, bevat gedichten van Toon Tellegen en tekeningen van Anne van Buul.

Peters werd geboren in het Zuid-Limburgse Nieuwenhagen, in een mijnwerkersgezin. Begonnen als onderwijzer eindigde hij zijn officiële werkzame leven vier jaar geleden, toen hij met vervroegd pensioen ging als lid van het College van Bestuur van de Hogeschool Sittard. Met zijn uitgeversactiviteiten begon hij in 1988, toen hij onder de voor die gelegenheid gekozen naam Herik (de naam van de straat waar hij woonde) een bibliografie van mijn literaire werk publiceerde: De onderste steen. Daarna kreeg hij, zoals hij zei, de smaak te pakken en startte zijn fameuze Zwarte Reeks (een verborgen hommage aan de mijnstreek), vierenvijftig uitgaven van Nederlandse dichters in een eenmalige oplage van 399 exemplaren. De dichters schreven nieuw werk op zijn verzoek; met minder nam de beminnelijke Peters geen genoegen. Voor ieder deeltje zocht Peters een andere typograaf en een andere illustrator. Het is in betrekkelijk korte tijd een prachtige collectie geworden, zonder winkeldochters.

Vrijwel alle grote dichters uit Nederland en Vlaanderen, maar ook tal van beginnelingen kregen in zijn verzameling een plaats. De Zwarte Reeks werd geleidelijk aan en ongewild tot zoiets als een norm voor het belang van een dichterschap. En dat deed hem natuurlijk plezier. Zo vertelde hij me vorige week nog dat een van de bekendste Nederlandse dichters op zijn uitnodiging was ingegaan met een kort briefje van deze omvang en strekking: `Eindelijk ben ik aan de beurt!'