Pleitbezorgster van `zondig' voedsel

Wina Born, die gisteren op 80-jarige leeftijd overleed in haar woonplaats Amsterdam, was meer dan een halve eeuw voor menigeen een gids in het culinaire avontuur. Aan het begin van haar loopbaan vormde een varkenshaasje met champignons uit blik het hoogste gastronomisch genot en dronk de Nederlander een halve liter wijn per jaar. In dit kille culinaire klimaat verleidde Wina Born haar lezers tot het gebruik van een teentje

knoflook, verse kruiden of een glaasje bordeaux in de stoofschotel.

Haar recepten stonden jarenlang wekelijks in Margriet. Door haar recensies in Avenue, destijds een baken van goede smaak, slechtte ze de drempels tot de beste restaurants. Met haar man, zanger Han Born, ontsluierde ze tijdens duizenden bijeenkomsten in het hele land voor velen de geheimen van de Franse wijn. Wina Born publiceerde meer dan honderd boeken. En niemand anders kon zo lyrisch schrijven over een onderwerp als het drinkwater in Sofia.

Sinds 1949 was Wina Born actief als culinair pleitbezorger en journalist, uitgerekend in een land van dominees en opgeheven vingertjes, waar genieten verboden leek te zijn. Aan eten kleefde het odium van verleiding, zonde en straf. De wrede straf na de zondeval was het `brood eten in het zweet des aanschijns'. Als Wina Born al een opdracht zag, dan was het over te dragen dat eten en drinken ook plezier konden geven. Ze zong de lof van het genieten.

Koks en restaurateurs dragen Wina Born op handen. Door de lezers van het vakblad Misset Horeca is ze uitgeroepen tot de invloedrijkste persoon in de bedrijfstak uit de tweede helft van 20ste eeuw.

Haar lyrische schrijfstijl en welwillende benadering van de gastronomische wereld kwamen Wina Born juist op felle kritiek te staan van een aantal collega's. In deze krant gaf ze twee jaar geleden repliek: ,,Ik schrijf expres lyrisch. Eten wil ik uit de sfeer van het alledaagse halen, laten zien dat het cultuur is en dat het esthetisch genoegen kan opleveren. Het is mijn stijl geworden, niemand anders laat het po√ętische zien.''

De miskenning van de gastronomische cultuur in Nederland was haar een gruwel. Ze vond het tekenend dat een kok hier een lintje krijgt wegens veertig jaar trouwe dienst en niet voor zijn kookprestaties.

In weerwil van haar reputatie van zachtzinnigheid had Wina Born een scherp oog voor de waan van de dag. Ze trok van leer tegen dunne nieuwe-stijl-bourgognetjes, gemakzuchtig vertaalde receptenboekjes, vleesvervangers, gedurfde maar slechte smaakcombinaties ,,Het is kwakwerk'' en oppervlakkige trends.

Ondanks vijftig jaar culinaire emancipatie, een proces dat ze beschreef en waar ze eigenlijk ook deel aan had, is er volgens Wina Born slechts verandering en geen vooruitgang in de gastronomie. Er is nu meer belangstelling voor eten en drinken dan vijftig jaar geleden en er is een groter en gevarieerder aanbod aan verse producten. Maar in welk huishouden staat er nog op zaterdag een lekkere pan bouillon te trekken? Eten komt uit zakjes, pakjes en potjes. Wina Born vreesde dat de aftakeling van de huishoudelijke keuken ook de toekomst van de restaurants zou bedreigen. Hebben niet alle grote chef-koks het koken thuis van hun moeder, tante of grootmoeder geleerd?

Ze zag een lichtpuntje in de grote vlucht van het hobbykoken, met plezier in de keuken staan. Koken, eten en drinken moeten onbekommerd zijn, niet beladen met verleiding, schuld en straf. Wina Born haalt in haar Culinaire bijbel instemmend Prediker 5:7 aan: `Ziet wat ik gezien heb, een goede zaak, die schoon is: te eten en te drinken, en te genieten het goede van al zijn arbeid, gedurende de

dagen van zijn leven dat God hem geeft.'