Nederlanders met polsstok in finale WK

De polsstokhoogspringers Chris Tamminga en Rens Blom zorgden gisteren voor Nederlands succes bij de WK atletiek in Edmonton. Beiden plaatsten zich voor de finale, die morgenavond wordt gehouden.

Waar Tamminga (27) met één foute sprong tot de topvier van de kwalificatieronde behoorde, voorkwam Blom op de valreep uitschakeling. Bij zijn laatste poging in de laatste sprong overbrugde de 24-jarige atleet 5,70 meter, de hoogte die toereikend was voor een finaleplaats. Officieel gold 5,75 meter als kwalificatiehoogte voor de twaalf beschikbare finaleplaatsen. Maar nadat Blom als dertiende van de 24 atleten 5,70 meter had overbrugd, en het programma was vertraagd als gevolg van een regenbui, besloot de jury het erbij te laten en één atleet extra tot de eindstrijd toe te laten.

Op een discipline waar Nederland nauwelijks een geschiedenis heeft, behoort het kwantitatief plotseling tot de wereldtop. Twee polsstokhoogspringers in een WK-finale is nooit eerder vertoond. Het zou sensationeel zijn als die luxe positie over twee dagen ook in kwaliteitkan worden vertaald. Maar aannemelijk is dat niet, omdat zowel Tamminga als Blom nog een achterstand in kracht en techniek op de topspringers hebben.

Dat Nederland plotseling meetelt bij het polsstokhoogspringen is geen gevolg van beleid bij de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU), maar van doorzettingsvermogen van de springers zelf. Door gebrek aan goede faciliteiten in eigen land hebben de twee WK-finalisten de wijk genomen naar het buitenland. Blom woont in Leverkusen, waar hij wordt getraind door de Duitser Leszek Klima. En Tamminga verblijft veel in Tel Aviv, omdat hij een technisch verbond heeft gesloten met de naar Israël uitgeweken Oezbeekse coach Valery Kogan.

Tegen die achtergrond noemde Tamminga het Nederlandse succes onvoorstelbaar, maar wel een bewijs dat Blom en hij over de grens de juiste omstandigheden hebben gecreëerd. Tamminga, die gisteren een voortreffelijke indruk maakte: ,,Ik hoop dat we hiermee een stabiele basis hebben gelegd voor de Olympische Spelen over drie jaar in Athene.''

Voor Patrick van Balkom, de laatste weken geplaagd door blessures, eindigde de WK al in de series van de 200 meter. Met een tijd van 20,96 seconden bleef de nummer drie van de laatste WK indoor ver achter bij de concurrentie. Troy Douglas plaatste zich wel voor de kwartfinales van de 200 meter, maar werd daarin uitgeschakeld. Tienkamper Chiel Warners stond lang bij de beste tien, maar door een blessure op de slotdag zakte hij in het eindklassement naar de zestiende plaats.