Indiase garnalen

Pel de garnalen en laat het laatste segment van de staart er aan. Maak met een scherp mes langs de bolle kant van de garnalen een ondiepe inkeping in de lengte en verwijder de darmkanalen. Doe de garnalen in een kom, dek af en zet in de koelkast terwijl u de marinade voorbereidt.

Schil de gember en rasp hem fijn. Pel de teen knoflook en hak fijn. Schep de gember, knoflook, het limoensap, de komijn, cayennepeper, geelwortel en een snufje kruidnagel door de garnalen in de kom. Dek de kom weer af en laat 30 minuten marineren op kamertemperatuur.

Pel de sjalotjes en snijd ze in zeer dunne plakjes. Was de verse kruiden, laat goed uitlekken en hak ze grof. Doe 2 eetlepels plantaardige olie in een grote, zware koekenpan en verhit op een matig tot middelhoog vuur. Doe er de sjalotjes in en laat onder regelmatig omscheppen 4 tot 5 minuten fruiten tot ze mooi goudbruin van kleur zijn. Schep er de verse kruiden door en laat al omscheppend 20 tot 30 seconden verhitten. Schep dit mengsel met een schuimspaan uit de pan en doe in een kom. Zet weg.

Doe de overgebleven eetlepel olie bij de resterende olie in de koekenpan en verhit weer op een middelhoog vuur. Leg er zodra de olie zeer heet is de garnalen naast elkaar in. Bak ze circa 3 minuten onder af en toe omdraaien tot ze roze worden en opkrullen. Schep ze uit de pan over op een dienschaal en strooi er de gefruite sjalotjes met de kruiden over. Dien onmiddellijk op.