Homomonument in Amsterdam brokkelt af

Twee opgebrande waxinelichtjes staan op het rose graniet vlak boven het water van de Prinsengracht. Op de hoekpunt rust een grote, donkerkleurige schelp op een witte doek. Een viertal verwelkte bosjes bloemen vervolmaakt het onopvallende stilleven. Wie of wat hier wordt herdacht, is onduidelijk, maar zoveel is zeker: het Amsterdamse homomonument wordt gebruikt.

Karin Daan, de maakster van het monument, had dat ook gehoopt. Het monument moest geen steriel kijkobject worden. En ontegenzeggelijk slaagt het homomonument erin burgers en buitenlui van alle seksen en geaardheden aan te trekken. Waar het in faalt, is het pure, fysieke bestaan. Het monument brokkelt vanaf de oplevering in 1987 gestaag af en is in de ogen van de gemeentelijke Dienst Binnenstad een zorgenkindje.

Het homomonument bestaat uit drie driehoeken van rose natuursteen. Kleur en vorm verwijzen naar het distinctief dat homoseksuele gevangenen in de Duitse concentratiekampen moesten dragen. Naast de driehoek in het water is er op het land een `podiumdriehoek' van zestig centimeter hoog, en een `gedenkdriehoek' op straatniveau. Alle driehoeken meten tien bij tien bij tien meter. De grachtpunt, fungeert vaak als schrijn, de twee andere driehoeken op de kade als skateboard glijbaan of als picknickplaats. Maar dit gebruik is niet zo destructief dat het het verval kan verklaren.

Het hoofd van de sector Openbare Ruimte van de Dienst Binnenstad, Bert Niemeijer, schat dat het onderhoud aan het homomonument de gemeente al anderhalve ton heeft gekost, staat in het augustusnummer van de Gay Krant. Hij noemt het keer op keer oplappen van de granieten platen `water naar de zee dragen' en zegt te hopen dat het stadsbestuur op korte termijn tot een `structurele aanpak' zal besluiten. ,,Een dergelijke operatie zal zeker enkele tonnen gaan kosten'', schat hij. Het monument kostte oorspronkelijk vier ton.

Maakster Karin Daan verbaast het niet dat Niemeijer klaagt over het geldverslindend onderhoud. Ze had, met het oog op het verwachte gebruik, geadviseerd granietplaten van zes centimeter dikte te nemen. ,,Maar het moest weer allemaal op een koopje'', zegt ze, en het werden platen van drie centimeter dikte. Daarbij is volgens haar de fundering te klein voor de buitenmaat waardoor er teveel ruimte zit tussen fundering en platen. Hemelwater doet in die ruimte zijn verwoestend werk. ,,Nederland is schraperig'', zegt ze. Wat er hier in de buitenruimte wordt geschapen is volgens haar altijd `achenebbisj'.

De woordvoerder van de Dienst Binnenstad zegt dat de onderhoudskosten niet anderhalve ton zijn, maar 89.000 gulden. Zij zegt dat het voorstel van de gemeente, dat nog met de maakster moet worden besproken, is om op de driehoeken één plaat te leggen. Nu bestaat iedere driehoek uit een aantal platen. Iedere voeg is een verzwakking van de totale structuur en daarbij is het materiaal poreus. De gemeentewoordvoerder vergelijkt het homomonument, qua poreusheid, met het monument op de Dam. Ook daar ondermijnde de regen, al dan niet zuur, de constructie.

Regen mag dan een boosdoener zijn, verwoestend is volgens Richard Keldoulis, verkoper in de kiosk van de Pink Point of Presence (PPP), eveneens het werk van de gemeentelijke veegwagens. Die rammen regelmatig tegen de hoeken van het monument aan. Staande bij het monument toont hij de onlangs weer gerepareerde hoekstukken. ,,Kijk, het is beschilderd cement''. Keldoulis verkoopt, naast aids-strikjes, briefkaarten met het monument erop ook stukken van de granieten platen. Voor vijf gulden is een klein doosje te koop met `original' stukken van het monument.

Die stukjes steen zijn de Dienst Binnenstad weer een doorn in het oog. De Dienst zegt `onaangenaam verrast' te zijn door het feit dat in de Pink Point of Presence kiosk originele granietstukjes van het homomonument worden verkocht. ,,We gaan er weliswaar niet vanuit,'' schrijft de Dienst, ,,dat jullie stukjes van het monument afbikken maar we denken wel dat hier een verkeerd signaal vanuit gaat. Het kan en mag niet zo zijn dat de stukjes belangrijke `hebbedingetjes' worden terwijl de gemeente zich moeite getroost om het monument goed te onderhouden. Uit de schadebeelden krijgen we ook de indruk dat sommige randen van het monument `losgewrikt' worden door bezoekers''. In de brief aan de PPP vergelijkt de dienstdoend ambtenaar het homomonument met de Akropolis ,,waar in de loop der tijd (ook) weinig van overgebleven is''. Het dringende verzoek van de Dienst Binnenstad is dan ook om `deze artikelen uit de verkoop te halen'.

Daarover peinst Matthias Duyves, namens de PPP, niet. Het zijn immers slechts brokjes van het oorspronkelijke graniet afkomstig van de renovatie in 1998. Toen, aldus Matthias ,,shovels tijdens de werkzaamheden reeds beschadigde stukken aan barrels reden''. Vervolgens belandden die stukken bij het puin, waar ze door PPP-medewerkers uit zijn gehaald. Duyves meent dat al een deel van de chronische schade kan worden voorkomen wanneer de `houten drijvers' weer terug in het water komen. Die voorkwamen dat bootjes onzacht op de grachtdriehoek afmeerden. Om hem onbekende redenen zijn die drijvers verdwenen.

Duyves suggereert dat de hersteloperatie aan het monument betaald kan worden uit de zogeheten oorlogstegoeden. Volgens hem is meer dan één miljoen gulden beschikbaar gesteld door de regering ,,voor initiatieven die de herinnering aan homo's en de oorlogservaring tastbaar houden''. De woordvoerder van de gemeente laat op enigszins vermoeide toon weten dat dit gelden uit een `rijkspotje' zijn en dat de gemeente eerst moet zien de eigen broek op te houden.