Gladiator

Het verschrikkelijkste dat je als toerist kan overkomen, is die ene vraag na thuiskomst: ,,Heb je ook ... gezien?''

Het betreft altijd een of andere onbekendere bezienswaardigheid die niettemin volgens de vraagsteller tot de meest exquise attracties van de bezochte stad of streek moet worden gerekend. Als je er niet geweest bent, wil hij je alsnog graag enige bijzonderheden verstrekken. De volgende keer moet je beslist even gaan kijken, zegt hij er nog bij.

Je vloekt inwendig. Tientallen kilometers heb je te voet afgelegd in de bloedhitte, álles van enige betekenis dacht je gezien te hebben, en nu blijk je toch nog een bepaalde torenspits, opgraving of vervallen kasteel over het hoofd gezien te hebben.

O, bedoel je...ja, natúúrlijk ben ik daar geweest, lieg je, maar je reis is al volledig verpest.

Met het Colosseum in Rome kan je dat niet overkomen. Niemand vraagt ernaar, iedereen gaat er vanuit dat je er geweest bent. Het Colosseum is zo'n toeristisch cliché geworden dat je het net zo goed kunt overslaan. Er valt na de reis geen eer mee in te leggen. Toch ben ik er heengegaan, maar meer uit nieuwsgierigheid naar de trekpleister als trekpleister.

Ik werd niet teleurgesteld. Op hoogtijdagen moet je minstens een uur in de rij staan voor de kaartloketten. Een heerlijk begin van de middag, vooral als de zon pal boven je hoofd schroeit. Tijdens het voortschuifelen kun je genieten van taferelen die tot de oubolligste voortbrengselen van de internationale toeristenindustrie behoren: de act van de nepgladiatoren. Dit zijn lieden (mannen en vrouwen) die zich de fiere uitmonstering van een klassieke gladiator hebben aangemeten, inclusief wapenschild, zwaard en helm met vederbos, en tegen betaling met je op de foto willen.

Dus als toerist ga je dan tussen hen in op een schavotje staan, en terwijl zij je op de schouders slaan of uitbundig kietelen (de geile gladiator bij de jonge toeriste), kunnen je reisgenoten een en ander voor de eeuwigheid vastleggen. Ik voelde opeens een sterk heimwee naar Volendam en Marken opkomen. Wij doen daar toch niet voor onder?

Alleen vroeg ik me niet zonder huivering af welk mensbeeld zo'n nepgladiator aan zijn broodwinning overhoudt. Ik ving er aan het einde van de middag een glimp van op toen we via het terrein om het Colosseum naar het centrum terugliepen. Op een parkeerhaven stond een nepgladiator zich in de deuropening van zijn ingedeukte bestelwagentje te verkleden. Het was een oudere man met een ingevallen borstkas. Zijn wapenuitrusting lag al op een troosteloos hoopje, hij moest zich alleen nog ontdoen van zijn bezwete onderhemd. Zijn vrouw stond even verderop gereed met een emmertje water.

De werkdag zat erop, eindelijk verlost van de idioten. Ik tastte aarzelend naar mijn fototoestel. Zou ik...? Nee, ik zou niet. De man keek op en zond me zo'n blik vol haat toe dat ik me snel afwendde.

Ik vertelde er later aan een kennis over. Hij luisterde afwezig. Toen vroeg hij: ,,Hoe vond je trouwens het Gouden Huis van Nero?'' Het zwaard van een echte gladiator had me niet dieper kunnen treffen.