Fraudeur brengt regering-Aznar in verlegenheid

De Spaanse regering is pijnlijk getroffen door een affaire die in alle opzichten een klassiek geval van beursfraude lijkt en die de staatssecretaris van Belastingen inmiddels tot aftreden noopte.

De slachtoffers: twee monnikenordes uit Valladolid, de blindenloterij ONCE, een groot aantal hulporganisaties, de sociale verzekeringsdienst van het leger, het Sevilliaanse zangduo `Los del Rio' (bekend van de zomerhit Macarena) en met hen waarschijnlijk rond de 12.000 kleine beleggers. De dader: een als `beleggingsdeskundige' vermomde oplichter. De buit: 20 miljard peseta (120 miljoen euro).

Premier José María Aznar begint dezer dagen zijn vakantie op het eiland Menorca met een schandaal met de allure van een detective. Maar deze biedt hem geen ontspanning maar brengt zijn regering andermaal in diskrediet. Net nu zijn minister van Buitenlandse Zaken Josep Piqué in een oude steekpenningenzaak wat uit de gevarenzone is geraakt, blijkt het kabinet lelijk in zijn hemd gezet door een affaire waarbij vooral het geblunder van toezichthouders en hun politieke bazen in het oog loopt.

Spanjes vakantieschandaal heet Gescartera. Dat is de naam van het beleggingsadviesbedrijfje waar tot voor kort vrijwel niemand van had gehoord. Maar dat veranderde toen staatssecretaris van Belastingen Enrique Giménez-Reyna twee weken geleden plotseling zijn ontslag indiende na onthullingen over een justitieel onderzoek bij Gescartera, waarvan zijn zuster Pilar bestuursvoorzitter is. De eigenaar van Gescartera, Antonio Camacho, was toen al gearresteerd.

Alles wijst op een klassieke vorm van beursfraude, waarbij de beleggers het geld uit de zak werd geklopt met veelbelovende beleggingsproducten met hoog rendement en laag risico. Belegd werd er waarschijnlijk geen cent, de dividenden werden betaald uit de stortingen en wat er overbleef is spoorloos. De zaak kwam aan het licht toen verontruste beleggers merkten dat er valse bankverklaringen waren opgesteld. Het eerste valse bankstempel is inmiddels aangetroffen. Wat de zaak politiek zo pijnlijk maakt, is dat de regering-Aznar zich ondanks alle beloftes niet blijkt te kunnen ontworstelen aan de oude Spaanse kwaal waarbij kruiwagens, vriendendiensten en de juiste contacten belangrijker zijn dan openbaarheid, controle en kennis van zaken.

Antonio Camacho lijkt een vertrouwd geval van uit de hand gelopen kruimeldiefstal. Een bedrijf van hem werd in 1994, twee jaar na zijn start als beleggingsadviseur, beboet wegens ongeoorloofd innen van geld van beleggers. In 1999 volgde een sanctie tegen Gescartera omdat het bedrijf geen inzage in de boeken gaf. En vorig jaar juli, op dezelfde dag dat Gescartera van de Nationale Commissie voor het Beurstoezicht (CNMV) officieel de status van beurshandelaar verwierf, kreeg Camacho een boete wegens gesjoemel met de boekhouding.

CNMV-voorzitter Pilar Valiente, politiek benoemd door Aznar, mocht het eind vorige week komen uitleggen in het parlement en dat was geen bemoedigende vertoning. Omdat de vereiste papieren voor een grondige controle nog steeds ontbraken, aldus de beurstoezichthouder, was het niet duidelijk hoever het gerommel ging en werd de promotie van Gescartera dus maar goedgekeurd. En de gehandicaptenorgansatie annex loterij ONCE deed een goed woordje voor Gescarta, waarin zij een aandeel van tien procent heeft. Als een organisatie met het prestige van ONCE haar vertrouwen gaf, dan zat het wel snor, meende Valiente, die kennelijk vergeten was dat de ONCE zelf herhaaldelijk het middelpunt is geweest van frauduleus geknoei. Nee, de sanctie tegen Camacho was niet openbaar gemaakt: dat zou de goede naam van Gescartera alleen maar hebben beschadigd en onnodig paniek hebben veroorzaakt. Wel was de bisschop van Valladolid discreet ingelicht dat de monniken in zijn bisdom hun centjes beter elders konden beleggen.

Intussen rolde het schandaal onverminderd voort. De huisadvocaat van Gescartera is de broer van de directeur juridische zaken van de beurscommissie. Gescartera-presidente Pilar Giménez-Reyna was een week voor de goedkeuring van de beurscommissie ingehuurd. Een gouden greep, want ze is niet alleen de zus van de staatssecretaris, maar ook van kolonel José Giménez-Reyna die optrad als adviseur bij de beleggingen van het wezenfonds van de Guardia Civil dat alras ook via Gescartera belegde. Net als de staatsholding Sepi, waar weer een andere broer, Francisco Giménez-Reyna, de administratie beheert.

Waar het geld is gebleven, blijkt evenmin moeilijk te beantwoorden. Camacho bleek de trotse bezitter van honderd pakken en vijftig zonnebrillen van Armani, vijf auto's, drie kapitale woningen in Madrid en acht lijfwachten. De verbijsterde socialistische oppositie heeft inmiddels een handjevol ministers ter verantwoording geroepen. Voor het enige werkelijke politieke slachtoffer, Enrique Giménez-Reyna, had de oppositie echter vooral troostende woorden. De ex-staatssecretaris raakte zelf rond de 25.000 euro spaargeld kwijt aan Gescartera.