Reljeugd `gevoelig' aanpakken

De politie moet ,,sensitiever'' optreden tegen relschoppende jongeren in probleembuurten, omdat een harde aanpak van het type `zero tolerance' escalatie in de hand werkt.

Dit concluderen de drie Groningse criminologen J. Nijboer, W. de Haan en A. van der Laan in hun rapport Escalatierisico's bij openbare orde-verstoring. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken interviewden zij 46 jongeren die betrokken waren bij rellen in de Amsterdamse wijk Slotervaart/Overtoomse Veld in 1998, en bij rellen in de Groningse Oosterparkwijk in 1997. De onderzoekers hebben in het bijzonder gekeken naar de verhouding tussen jongeren en politie.

Terwijl de jongeren in Groningen begrip tonen voor het feit dat de politie gewoon haar werk moet doen, dreigde de situatie in Amsterdam ten tijde van de gesprekken (eind 1999) opnieuw te escaleren. Volgens de onderzoekers hangt dat samen met de hardere aanpak van de politie in Amsterdam.

Terwijl de openbare orde in Groningen op een terughoudende wijze wordt gehandhaafd door buurtregisseurs die een goede verhouding met de jongeren hebben weten op te bouwen, vindt de politie in Amsterdam strikte ordehandhaving, ofwel `zero tolerance', noodzakelijk.

Ofschoon de geïnterviewden in Amsterdam van Marokkaanse en Antilliaanse afkomst waren en die in Groningen autochtoon, heeft dat volgens de onderzoekers geen aantoonbare invloed op hun denken over de politie.

De onderzoekers stellen dat drie factoren jongeren in probleembuurten wél gewelddadig maken: het ontbreken van vertrouwen in politie en justitie; een buurtcultuur waar territoriumdrift een rol speelt en behoefte aan veiligheid. Wie in gewelddadige buurten opgroeit, ontwikkelt eigen regels ter zelfbescherming. Volgens de onderzoekers maakt een politieaanpak die daarvoor begrip toont de grootste kans op succes.

zero tolerance: pagina 3