Megawati wil niet wonen in paleis

President Megawati trekt niet in het paleis waar ooit gouverneurs-generaal resideerden en waar ze haar kinderjaren doorbracht. Een architect noemde het een `stomme getuige van een eeuw smakeloosheid'.

Zondag kwam ze samen met een handvol medewerkers kijken naar het paleis waar ze haar kinderjaren doorbracht. De Indonesische president Megawati Soekarnoputri tilde tapijten op en inspecteerde planten in de paleistuin. Bij een immense spiegel in het voorvertrek bleef ze wat langer staan. Achter het glas zocht ze naar een kogelgat, in de witte muur geslagen bij een van de vijf mislukte moordaanslagen op haar vader. Op 9 maart 1960 scheerde een piloot van de luchtmacht, een fanatieke islamiet, met zijn MiG-17 laag over het Vrijheidsplein en vuurde met zijn boordgeschut een salvo af tussen de witte Dorische zuilen. Soekarno, de eerste president van Indonesië, zat niet in zijn favoriete rotanstoel en bleef ongedeerd.

Megawati oordeelde dat het paleis `een bende' was. Wonen wil ze er niet, maar ze besloot voortaan wel kantoor te houden in dit neoclassicistische gebouw, dat sinds 27 december 1949 Istana Merdeka, Vrijheidspaleis, heet. Gisteren ontving ze er voor het eerst gasten. Kennelijk hecht ze nog aan dit monument, dat haar vader erfde van de Nederlanders en waar hij de moeilijkste ogenblikken van zijn presidentschap beleefde.

Gouverneur-generaal J.P. Meijer heeft de geschiedenisboeken niet gehaald, maar zijn bewind is vereeuwigd in marmer en witgepleisterde zuilen. De `GG' vroeg Den Haag in 1869 om een paleis en zijn verzoek werd in 1873 ingewilligd. De residentie verrees aan de noordzijde van het Koningsplein, een groene vierkante kilometer bezuiden Batavia, ooit exercitieplaats voor de troepen van de Compagnie. Het Paleis Koningsplein is ontworpen door Dorssaers, bouwmeester der Burgerlijke Openbare Werken van Nederlandsch-Indië. Die dienst beschikte tot de eeuwwisseling niet over architecten en moest het hebben van genie-officieren en waterstaatsingenieurs. Het oordeel dat architect P.A.J. Moojen in 1903 velde over wat hij in Indië aantrof, is van toepassing op dit paleis: ,,Smakeloze imitaties van een zielloos neohellenisme; stomme, witte getuigen van een eeuw van smakeloosheid en onvermogen tot scheppen.''

Het gebouw werd in 1879 in gebruik genomen. De eerste feestelijkheden ten paleize golden het huwelijk van Willem III en koningin Emma. De gouverneurs-generaal woonden meestal in Buitenzorg (nu Bogor), in de koele heuvels bezuiden Batavia, maar hadden met het witte paleis een residentie in de stad. Dat bleef het tot het einde van Nederlands-Indië. Luitenant-gouverneur-generaal H.J. van Mook en zijn opvolger, oud-premier L.J.M. Beel, als Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon, hebben er nog geresideerd. De laatste `landvoogd' die er woonde, was A.H.J. Lovink, sinds 2 juni '49. Op 27 december 1949 droeg hij er de macht over aan de Federale Republiek Indonesië. [Vervolg MERDEKA: pagina 5]

MERDEKA

In het Merdeka Paleis spookt het

[Vervolg van pagina 1] Een Nederlandse getuige: ,,Het gebeurde in de te nauwe achtergalerij van het Paleis Koningsplein. Op een gegeven ogenblik kwam Lovink binnen met de sultan van Yogyakarta. Soekarno had niet willen verschijnen. Lovink en de sultan hielden een rede en daarna zijn de protocollen getekend. Toen gingen we naar buiten. De Nederlandse vlag werd gestreken, er brak een vreselijk gefluit uit onder het spelen van het Wilhelmus, en toen ging het rood-wit omhoog onder de tonen van het Indonesische volkslied.'' Lovink vertrok meteen na deze ceremonie naar Nederland, de koloniale paleizen – ook dit – overlatend aan de nieuwe bewoner.

Soekarno maakte de volgende dag een triomfantelijke intocht in Jakarta. Op het Koningsplein, intussen omgedoopt tot Vrijheidsplein, was een miljoenenpubliek op de been om de Ratu Adil, de door Javaanse kronieken beloofde `rechtvaardige vorst', te verwelkomen. In zijn aan Cindy Adams verhaalde autobiografie zegt Soekarno: ,,Toen ik mijn intrek nam in het Merdeka-paleis was het gebouw leeg. Alle tapijten en vloerkleden, zelfs deurmatten, waren verdwenen. Meubels waren meegenomen of opzettelijk onbruikbaar gemaakt. De Belanda (Nederlanders) zouden hier nooit meer wonen.''

Het gezin Soekarno – de president, first lady Fatmawati en hun vijf kinderen – woonde er tot 1955. Uit protest tegen Soekarno's huwelijk met Hartini Suwondo verliet Fatmawati dat jaar het Merdeka-paleis. Ze liet zich niet van Soekarno scheiden, maar nam haar kroost mee. De kinderen bleven echter regelmatige bezoekers van het paleis en oudste dochter Megawati voerde er, tot genoegen van haar vader, wel eens een Javaanse dans op.

Op 17 oktober 1952 kwam een sluimerende politieke crisis aan de oppervlakte. Militairen met tanks en pantserwagens sloten zich aan bij demonstranten die ontbinding eisten van het parlement. De linkse oppositie verzette zich tegen reorganisatie van de strijdkrachten, het werk van chef-staf A.H. Nasution, en Soekarno flirtte met dit verzet. De president keek in de lopen van op het paleis gericht geschut, daalde kalm de treden van het bordes af en babbelde met enkele militairen. Hij hield een vaderlijke rede, beloofde spoedige verkiezingen en maande de menigte zich te verspreiden, wat ze prompt deed.

Op 11 maart 1966, een half jaar na een mislukte coup van ontevreden officieren die een samenzwering tegen Soekarno vermoedden en zes generaals ombrachten, leidde de president in het paleis een kabinetsvergadering. Buiten klonken leuzen van studenten die met instemming van generaal Soeharto demonstreerden tegen Soekarno en zijn kabinet. Iemand fluisterde de president in dat het paleis was omsingeld door militairen. Hij sloot de vergadering en haastte zich naar de paleistuin, waar een helikopter klaarstond die hem naar het buitenverblijf in Bogor vloog. Daar kreeg Soekarno die middag bezoek van drie Soeharto-getrouwe officieren die hem dwongen hun lastgever vergaande bevoegdheden te geven. Dat was het begin van Soekarno's politieke einde.

Soeharto heeft nooit gewoond in de paleizen van Soekarno. Tegen zijn biografen zei hij: ,,Ik verkoos buiten het paleis te blijven opdat de kinderen niet buiten de maatschappij zouden opgroeien.'' In werkelijkheid schuwde de Javaanse boerenzoon de huizen van zijn voorganger uit angst voor diens wahyu, een kracht van goddelijke oorsprong die een vorst in staat stelt te regeren.

De laatste bewoner was president Abdurrahman Wahid. De dag voordat het Volkscongres hem afzette, doken er opnieuw tanks op voor het Merdeka-paleis. Volgens Wahids jongste dochter Inayah Wulandari spookt het in het oude gebouw. Televisietoestellen, zo vertelt zij, gingen plotseling aan en een oude wandklok begon, telkens als ze er langs liep, te slaan. Geen wonder dat Megawati de nacht liever elders doorbrengt.