Geen bijval voor EU-oproerpolitie

Het pleidooi van Duitsland en Italië voor de vorming van een Europese oproerpolitie krijgt vrijwel nergens bijval.

Het plan van de Duitse en Italiaanse ministers van Binnenlandse Zaken, Otto Schily en Claudio Scajola, voor de oprichting een Europese oproerpolitie stuit op scepsis en afwijzing. Volgens beide ministers kan een `Euro-ME' effectiever optreden bij betogingen en rellen zoals half juli rond de G8 in Genua. Ze willen het idee volgende maand bespreken met hun collega's in de Europese Unie.

Politici en deskundigen trekken het nut van een grensoverschrijdend politiekorps in Europa in twijfel. In Berlijn is het idee – door Schily gelanceerd in vraaggesprekken met verschillende Duitse dagbladen en door Scajola verwelkomd – zowel door politici van de rood-groene regeringscoalitie als van de christendemocratische oppositie afgewezen. Ook de Duitse politiebond keerde zich ertegen, net als zijn Nederlandse zusterorganisatie gisteren. Volgens de Duitse vakbond is Schily ,,te vroeg''.

De woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Berlijn heeft de bedoelingen van Schily gisteren genuanceerd. Hij zei dat het Schily er vooral om te doen was te beklemtonen dat de nationale politie-organisaties nauwer moeten samenwerken, hun opleidingen moeten stroomlijnen en de uitwisseling van gegevens moeten verbeteren.

Ook de Nederlandse politietop ziet niets in een grensoverschrijdende politie-eenheid. ,,De operationele bevoegdheid hoort bij het land waar het speelt'', aldus een woordvoerster van de Raad van Hoofdcommissarissen tegen het persbureau ANP. De raad bepleit wel een betere uitwisseling van informatie over potentiële relschoppers. Net zoals bij voetbalwedstrijden al enkele jaren gebruikelijk is, zouden experts uit de verschillende landen de politie in het `thuisland' kunnen bijstaan. In Groot-Brittannië heeft een woordvoerder van de politiecommissarissen ook afwijzend op het plan gereageerd.

Ex-veiligheidscoördinator tijdens het voetbaltoernooi Euro 2000, Monique de Knop, noemt de Duits-Italiaanse suggestie ,,psychologisch zeer delicaat''. Volgens deze Belgische topambtenaar, die op persoonlijke titel spreekt, zullen Europese burgers niet snel gewelds- of dwangmaatregelen van een politiekorps uit een ander land accepteren.

In de Nederlands-Belgische samenwerking tijdens Euro 2000, waarvoor een bilateraal verdrag werd getekend, was geweldsgebruik door politiekorpsen in het andere land niet voorzien. Wel kon de politie van beide landen op elkaars grondgebied komen.

De Knop wijst erop dat de Nederlands-Belgische samenwerking ,,jaren van voorbereiding'' heeft gekost. Zo kende België al de mogelijkheid van administratieve aanhouding en Nederland aanvankelijk niet, waarna de Nederlandse wet werd aangepast. België voerde het snelrecht in, een procedure die in de praktijk overigens niet bleek te voldoen.

Volgens De Knop zijn er voor andere EU-lidstaten lessen te trekken over bijvoorbeeld informatie-uitwisseling en op politioneel-tactisch vlak. Dit najaar willen Nederland en België een gezamenlijke evaluatie maken van de samenwerking tijdens Euro 2000. Eerder deden beide landen dat al afzonderlijk. De Knop sluit niet uit dat het voorbeeld van Euro 2000 enkele van de EU-lidstaten tot meer politie-samenwerking zal brengen. ,,Ik denk aan drie of vier landen. Maar dat zullen in eerste instantie toch alleen buurlanden zijn.''

(Met medewerking van onze correspondent te Brussel.)