Fraai variété uit doos van Pandora

De man vouwt de krant dicht die hij zojuist op bed heeft liggen lezen, rekt zich uit, staat op en gaat aan een tafeltje een spelletje patience zitten spelen. Dit is geen toonbeeld van een spannend bestaan. Maar dan loopt er een overjas zijn kamer binnen, met het haakje van een klerenhanger op de plaats waar een ander zijn hoofd heeft. De gestalte draagt een grote tas bij zich. Als hij die opent, rolt er een danseres uit. De tas is, kortom, een doos van Pandora en zo kan de voorstelling zich letterlijk ontvouwen, als de fantasie van een gewone man in een gewone kamer.

Trix is het resultaat van de samenwerking tussen het Zweedse circus Cirkör en een theater in Stockholm en werd geregisseerd door Lars Rudolfsson, die daar te boek staat als een vooraanstaand theaterregisseur. Nu het tien man sterke gezelschap, samen met de zevenkoppige popgroep Urga, twee weken in Amsterdam speelt, is te zien waar die combinatie van circustechnieken en theateropvattingen op neerkomt. Het heeft iets van het kleine Cirque Plume en ook van het veel grotere Cirque du Soleil – ongelijksoortige ondernemingen, die toch alletwee uit dezelfde bronnen putten. Ze halen de acrobatiek van circus en variété uit de sfeer van de losse nummers en leggen die in een bedding van mime, muziek en malle fratsen. Steeds komt het een voort uit het ander, vrij associërend in plaats van hiërarchisch, en zonder de black-outs van het traditionele circus.

Ook in Trix lopen gedaanten rond die aan Jeroen Bosch doen denken, terwijl de groep Urga zich net zo makkelijk uitleeft in gitaarrock als in een ritmische variant van de zigeunermuziek of in de etherische melodiegolven uit het elektronisch toetsenbord. De verfijnde jongleur en de gespierde acrobaat zijn gelijktijdig aan het werk. Intussen duikt er telkens een pierrot-achtig vrouwtje op, dat tenslotte zelfs in een levensgrote ballon gevangen lijkt te zitten. Maar de redding is nabij, net als de volgende wending in dit fraaie spectacle coupé.

De beste van allemaal is ongetwijfeld de koorddanseres, die met ongeëvenaarde balletgratie haar sprongetjes maakt. De slechtste is de goochelaar, die met zijn al te gewone trucjes aan de schrale nadagen van het ouderwetse variété doet denken. En daartussenin zien we de verbluffende opvouwkunst van een – niet eens graatmager – slangenmeisje, twee zwevende commentatoren bij een slapstick-achtige boksmatch, de acrobaat in de touwen en de doeken, een kort nummertje brandend-touwtje-springen en de schilderachtige entr'acts die er onnadrukkelijk de vaart in houden.

Eigenlijk past zo'n voorstelling beter in een tent dan in een schouwburg, met al die afstand tussen toneelhuis en zaal. Maar het is mooi Trix hier te zien; van mij mag er zelfs nog wel wat meer (en geraffineerder) licht op. Het is af en toe zo donker als een middeleeuws schilderij, dat veel te lang niet is gerestaureerd.

Voorstelling: Trix, door Cirkus Cirkör en Orionteatern. Regie: Lars Rudolfsson. Gezien: 6/8 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar t/m 18/8. Inl.: (020) 6242311.