Democratie is het sleutelwoord in de bestrijding van honger

Dit najaar heeft de Wereldvoedseltop plaats. Daar zal weer veel gepraat worden, vooral over de meest gewenste productiewijze om zoveel mogelijk te produceren. Maar honger wordt niet veroorzaakt door schaarste aan voedsel, maar door een schaarste aan democratie, meent Frances Moore Lappe.

Biotechnische bedrijven en zelfs een aantal geleerden zijn van mening dat wij genetisch gemanipuleerde zaden nodig hebben om de wereld te voeden en de aarde tegen chemicaliën te beschermen. Hun argumenten klinken griezelig bekend.

Dertig jaar geleden schreef ik om maar één reden Diet for a Small Planet. Als onderzoeker in de landbouwkundige bibliotheek van de University of California in Berkeley ontdekte ik tot mijn verbijstering dat de deskundigen – te vergelijken met de huidige voorvechters van de biotechniek – ongelijk hadden. Zij hielden ons voor dat we de grenzen van de aarde om ons te voeden hadden bereikt, terwijl er eigenlijk meer dan genoeg voedsel voor ons allemaal was.

Honger, zo leerde ik, is het gevolg van economische `gegevens' die wij zelf hebben geschapen, uitgangspunten en structuren die actief overvloed in schaarste omzetten. Dat is vandaag de dag eerder meer dan minder waar.

De hele geschiedenis hadden de herkauwers de mens gediend door gras en andere `oneetbare waar' tot hoogwaardige eiwitten te verwerken. Zij waren onze wandelende eiwitfabrieken. Maar zodra wij vee gingen voeren met de oogst van akkers waarop ook eetbaar voedsel kon worden geteeld, maakten wij de herkauwers tot onze eiwitvuilnisbak.

Een klein deel van de aan dieren gevoerde voedingsstoffen komt maar bij ons terug als vlees; de rest gebruiken dieren vooral voor energie of laten ze weer achter als uitwerpselen. Dertig jaar geleden ging een derde van het wereldgraan naar vee; tegenwoordig ligt dat dichterbij de helft. En nu bekwamen we ons in dezelfde verdwijntruc met de wereldvisvoorraad. Door vis aan vis te voeren verkleinen we opnieuw het potentiële aanbod.

We verkleinen het wereldvoedselaanbod maar om één reden: de honderden miljoenen mensen die honger leiden kunnen niet genoeg `marktvraag' scheppen voor de vruchten van de aarde. Dus gaat er steeds meer door de mond van vee, dat het omzet in iets wat de welgestelden zich kunnen veroorloven. Maïs wordt haasbiefstuk. Sardines worden zalm.

Nu komt de biotechniek. Terwijl de voorstanders beweren dat de biotechnische werkwijzen met zaden `veilig' en `precies' zijn, wordt dit door andere geleerden tegengesproken, evenals de beweringen dat biotechnische gewassen ook echt het gebruik van bestrijdingsmiddelen hebben teruggebracht.Maar dit debat is in sommige opzichten nu juist een deel van het probleem. Het is een tragisch vermaak dat onze planeet zich niet kan veroorloven.

Nog altijd wordt de verkeerde vraag gesteld. Er is niet alleen al genoeg voedsel op de wereld, maar zolang we alleen over voedsel praten – over de beste productiewijze – zullen we nooit een eind aan de honger maken of de gewenste voedselveiligheid tot stand brengen. In plaats daarvan moeten we vragen: hoe vestigen we gemeenschappen waarin niemand bezorgd hoeft te zijn of hij wel eten – veilig, gezond eten – op tafel kan zetten? Die vraag voert ons veel verder dan voedsel. Die voert ons naar kern van de democratie als zodanig, naar de vraag welke stemmen er worden gehoord als het gaat om land, zaden, kredieten, werkgelegenheid, handel en voedselveiligheid.

Het probleem is dat deze vraag niet aan de orde kan worden gesteld door geleerden of particuliere organen, ook niet door de meest hoogstaande onderneming. Alleen burgers kunnen er antwoord op geven, door een openbaar debat en de uit onze betrokkenheid voortkomende verantwoordelijke instellingen. De publieke discussie over voedsel en honger wordt steeds meer bepaald door de public relations van multinationale bedrijven die niet alleen de productie en distributie van voedsel beheersen, maar ook de agrarische grondstoffen en zaadoctrooien.

Twee jaar geleden sloten de zeven voornaamste biotechnische bedrijven, waaronder Monsanto, zich aaneen in de neutraal klinkende Raad voor biotechnische informatie, en ze besteden miljoenen om ons te sussen met paginagrote krantenadvertenties over de deugden van de biotechniek.Overheidsinstellingen zijn langzamerhand meer verplicht aan die bedrijven dan aan hun burgers. Nergens is dat duidelijker dan bij besluiten over de biotechniek – of het nu gaat om goedkeuring of patentering van biotechnische zaden en levensmiddelen zonder publieke inbreng of om afwijzing van een verplichte etikettering van biotechnisch voedsel ondanks een brede publieke wens daartoe. Het gebrek aan een waarachtige democratische dialoog en een verantwoordelijke overheid is een belangrijke reden dat de meeste mensen blind blijven voor de vele doorbraken die de afgelopen dertig jaar hebben laten zien dat we gezond voedsel in overvloed kunnen telen en toch de aarde kunnen beschermen.

Honger wordt niet veroorzaakt door schaarste aan voedsel maar door een schaarste aan democratie. De oplossing kan dus ook nooit komen van nieuwe technieken, ook al zouden die `veilig' blijken. De oplossing kan alleen komen van burgers die democratieën vestigen waarin de overheid verantwoording schuldig is aan hèn, en niet aan ondernemingen.

Frances Moore Lappe is gastdocent aan het Massachusetts Institute of Technology.