Bij Daimler zit aidskliniek vol

Dertien procent van de beroepsbevolking in Zuid-Afrika is seropositief. De regering doet weinig, bedrijven nemen daarom nu zelf het initiatief. DaimlerChrysler ziet in aids de grootste bedreiging sinds een halve eeuw.

Dokter Panter heeft het druk. De wachtkamer van zijn bedrijfskliniek in de autofabriek van DaimlerChrysler zit elke morgen vol. Clifford Panter heeft de afgelopen jaren een gestage stijging gezien van het aantal ziektegevallen in de fabriek. ,,We testen hier niet op hiv/aids. Maar uit de toename van ziektes als tbc en nekkramp, die zich vaak voordoen in samenhang met aids, kan ik afleiden dat zeker 30 procent van de patiënten seropositief is'', zegt hij. Het management heeft uit de cijfers zijn conclusie getrokken: men moet eigenhandig de epidemie bestrijden, anders dreigt een kostenexplosie die het voortbestaan van de Zuid-Afrikaanse vestiging in gevaar kan brengen.

DaimlerChrysler, in Duitse handen, heeft 4.500 werknemers in Zuid-Afrika, van wie het grootste deel werkt in de zuidelijke havenstad Oost-Londen. Het is een modern en bloeiend bedrijf, waar onder andere de Mercedes C-klasse wordt gemaakt, met het stuur rechts. De meeste wagens worden weer geëxporteerd, naar landen met linksrijdend verkeer. Elke dag rollen er 270 auto's van de band. Vanuit de bedrijfshal rijdt men de `Mercs' en Mitsubishi's via een speciale brug naar de vrachtschepen in de belendende Buffelsrivier, die uitmondt in de Indische Oceaan.

Mercedessen en andere auto's worden hier gemaakt sinds 1948. Alle politieke en economische stormen die Zuid-Afrika sindsdien teisterden, heeft het bedrijf overleefd, maar nu staat de grootste bedreiging in vijftig jaar op de stoep: aids. Dit geldt niet alleen voor DaimlerChrysler, het hele bedrijfsleven in Zuid-Afrika ziet zich geconfronteerd met een probleem van ongekende, dodelijke omvang. In 2000 was volgens cijfers van de overheid ten minste 13 procent van de beroepsbevolking seropositief, over vijf jaar is dat volgens de prognose 25 procent. Elke dag hebben 1.700 nieuwe besmettingen plaats.

De regering beperkt zich hoofdzakelijk tot informatiecampagnes, die weinig succes hebben. President Mbeki en zijn minister van Gezondheid, Tshabalala-Msimang, blijven bij hun koppige weigering het causale verband tussen hiv en aids te leggen. Ze zien derhalve geen heil in het toedienen van de speciale geneesmiddelen ter bestrijding van hiv/aids. Bovendien is er bij lange na niet genoeg geld in de Zuid-Afrikaanse staatskas om de miljoenen seropositieven – het aantal bestrijdt Mbeki niet – te behandelen.

Voor een onderneming is de rekensom gauw gemaakt: de regering doet niets, niet behandelen van besmet personeel betekent hoger ziekteverzuim en dus hogere kosten en in geval van overlijden van een in het bedrijf opgeleide werknemer verlies van menselijk kapitaal.

Het nu door DaimlerChrysler gelanceerde programma behelst het verstrekken van de noodzakelijke medicijnen en volledige begeleiding van seropositieve werknemers. Voor elke besmette werknemer of diens gezinslid is 30.000 rand (ruim 9.000 gulden) per jaar beschikbaar om de kosten te dekken. [Vervolg AIDS: pagina 15]

AIDS

Köpke: dit probleem los je niet op met een aspirientje

[Vervolg van pagina 1] DaimlerChrysler steekt 15 miljoen rand per jaar in het project, maar zal, als dat niet genoeg blijkt te zijn, meer geld beschikbaar stellen. Verder investeert de autofabrikant 6 miljoen rand in een project voor onderzoek naar een strategie voor de aanpak van hiv/aids op de werkvloer. Ook de Duitse regering en de Zuid-Afrikaanse vakbond voor werkers in de metaal (NUMSA) nemen hieraan deel.

De topman van het bedrijf, Christoph Köpke, leverde vorige maand bij de presentatie van het programma zware kritiek op Mbeki. ,,Dit probleem los je niet op met een aspirientje'', zei hij in een verwijzing naar de staande praktijk in overheidsziekenhuizen: neem bij aids een aspirientje. Volgens Köpke, die tevens voorzitter is van de Zuid-Afrikaanse Kamer van Koophandel, is de aids-epidemie op weg de grootste belemmering voor buitenlandse investeerders te worden. ,,Als ik buitenlandse toeleveranciers van ons bedrijf probeer over te halen hier te investeren, willen ze informatie over vier dingen: vakbonden, financieringskosten, misdaad en in toenemende mate over aids.''

De voorzitter van NUMSA, Mthuthuzeli Tom, een werknemer van DaimlerChrysler, is bijzonder te spreken over de aids-kliniek van zijn bedrijf. De discussie over de herkomst van aids, zoals de regering die voert, vindt hij tijdverspilling. ,,Elk weekeinde staan we in lange rijen aan de poorten van het kerkhof voor de zoveelste begrafenis'', aldus Tom, ,,het is tijd dat er iets gebeurt.''

Het bedrijf voert deze maand een onderzoek uit onder alle werknemers om het werkelijke aantal dragers van het aids-virus te kunnen bepalen. ,,Aids heeft nog altijd een groot stigma'', zegt dokter Panter. ,,Mensen schamen zich ervoor en willen zich meestal niet laten testen. Daarom doen we het anoniem. Ook de werknemer zelf krijgt zijn status niet onder ogen.'' Tezelfdertijd probeert Panter de werknemers over te halen niet langer verstoppertje te spelen. ,,Ik maak hen duidelijk dat hiv niet het einde van de wereld is. We hebben de middelen om net als bij suikerziekte mensen nog een lang en goed leven te garanderen. Maar het is niet eenvoudig om deze boodschap over te brengen.''

De twintig vakbondskaderleden bij DaimlerChrysler zijn ingeschakeld om de gewone werknemer te overreden. Een van hen, Headman Jass, heeft het goede voorbeeld gegeven door zich te laten testen. Hij was negatief. Jass: ,,Mijn beste vriend heb ik verloren aan aids. Ik weet hoe erg het is. Maar onze mensen luisteren nu. Ik heb het idee dat het aids-programma in de fabriek zal aanslaan.''