Asielzoekers als alibi voor fietsendieven

In Leiden mogen asielzoekers alleen op een fiets rijden als is aangetoond dat die niet is gestolen. Een rode sticker op de stang onder het zadel dient als bewijs.

Het komt misschien een beetje onvriendelijk over, erkent Wim Latupeirissa, namens het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) directeur van onder meer het asielzoekerscentrum Nieuweroord in Leiden, maar soms moet je maatregelen nemen om de relatie met buurtbewoners goed te kunnen houden. Hij spreekt over het zogenoemde fietsenplan van Nieuweroord. Daarin staat dat iedere asielzoeker die op een fiets wil rijden, deze eerst moet laten keuren in de werkplaats op veiligheid en op de vraag of de fiets wellicht is gestolen. Als op de werkplaats de fiets in orde is bevonden, komt er een rode sticker op.

Intensivering van het bestaande fietsenplan is een van de maatregelen die het COA heeft genomen om de veiligheid en de leefbaarheid van Nieuweroord te garanderen. Het asielzoekerscentrum bevindt zich in een torenflat die sinds ruim een jaar wordt bewoond door 550 asielzoekers, onder wie honderd zogenoemde ama's, alleenstaande minderjarige asielzoekers die als lastig worden beschouwd en veel begeleiding vergen. De flat, bijna dertig jaar geleden geopend door prinses Margriet, werd jarenlang bewoond door verpleegsters die er tevens werden opgeleid door het Academisch Ziekenhuis Leiden. Onder studenten stond de flat bekend als `hunkerbunker'.

De sfeer is nu danig veranderd. Op de kamers van twaalf vierkante meter huizen nu steeds twee asielzoekers, die moeten afwachten of ze wel of niet in Nederland mogen blijven. Voor de ingang staat in veertien talen het woord welkom. Afghaanse kinderen spelen in een speeltuintje, Somalische tieners hangen op het gazon en roken sigaretten, zorgelijke Joegoslaven rijden met kinderwagens rondjes in het bos achter de flat, het Bos van Bosman waar ijsvogeltjes en bosuilen zich verstopt houden.

De asielzoekers komen twee dagen na aankomst in dit zogenoemde onderzoekscentrum terecht. Drie tot zes maanden later verhuizen ze weer, meestal terug naar het land van herkomst of naar een ander meer permanent asielzoekerscentrum. De meeste bewoners zijn tevreden over de locatie: een aardige accommodatie met eigen badkamer, in een groene omgeving en vooral dicht bij het centrum van de stad zodat ze, zeggen ze, niet voortdurend hoeven te piekeren over hun lot en de ellende die ze hebben achtergelaten, maar afleiding krijgen door op de fiets naar de stad te gaan. Een meisje uit Somalië heeft zelfs gespaard om na haar overplaatsing naar een centrum in de provincie Groningen haar oude vrienden hier in Leiden te kunnen bezoeken.

Ook directeur Wim Latupeirissa is in principe tevreden over een locatie dicht bij het centrum, midden in de bewoonde omgeving en niet, zoals bijvoorbeeld in het noorden van het land, ver van de bewoonde wereld afgesloten met als enige buren een stel koeien. En koeien praten niet, zeggen ze er bij. Hij vertelt dat hij er ook in andere asielcentra zelfs een beleid van heeft gemaakt om van centra geen dorp op zichzelf te laten worden, maar de asielzoekers te dwingen, al is het maar voor het kopen van een telefoonkaart, naar een stad te laten reizen.

De buurtbewoners zijn minder enthousiast. Ooit ging de Vogelwijk akkoord met het plan om de hunkerbunker voor tien jaar als asielopvang in te richten, maar dan wel op voorwaarde dat de rust en orde in de wijk zou worden gegarandeerd. Buurtbewoners organiseerden een kindercircus voor de asielzoekers en vrouwenmiddagen. Een jaar lang was de overlast ,,aanvaardbaar'', zegt bioloog Ruud Stam, die pal naast de voormalige verpleegstersflat woont in een rustig hofje en als voorzitter van het Wijkcomité de gemengde gevoelens van de Vogelwijkers verwoordt. Ruim twee maanden geleden ging het mis. ,,Er is een periode geweest dat ik in tuin geen boek meer kon lezen door de herrie in het centrum'', zegt Stam.

De voorzitter van het wijkcomité somt een lange lijst aan klachten op. Geluidsoverlast vooral door de muziek die schettert uit de gettoblasters en die bovendien, merkt een andere buurtbewoner op in wiens huiskamer een pianosonate klinkt, helemaal niet de smaak van iedereen is. Dan de grote hoeveelheden zwerfvuil op het terrein dat openbaar is. Vervolgens enkele jonge alleenstaande asielzoekers die in het bos vrouwen lastig vielen en 's nachts ook passerende auto's, fietsers en wandelaars. En daar bovenop, zegt Stam, de aanzuigende werking van het centrum op lieden die het niet zo goed met onze samenleving voor hebben, dat wil zeggen inbrekers en fietsendieven. Er zijn bewijzen dat inbrekers hier met de trein naartoe komen om hier even snel een kraakje te zetten, vertelt Stam. ,,Want een asielzoekerscentrum in de buurt is natuurlijk een prachtig alibi.''

Vandaar nu een aantal maatregelen. De ramen naar de balkons kunnen nog maar twintig centimer open en er zullen geluiddempers op de muziekapparatuur worden gezet. Nog meer vrijwilligers gaan zwerfvuil verzamelen. Er komt extra toezicht door de bewakingsdienst, ook om de kwetsbare alleenstaande minderjarigen tegen kwalijke invloeden van buitenaf te beschermen, zegt directeur Latupeirissa. En de fietscontrole, zeker. Het COA laat weten dat controle ook in andere centra gebeurt, maar dat het plakken van een rode sticker op de stang onder het zadel een unicum is.

Overigens zijn onlangs drie Somalische asielzoekers in de hunkerbunker in hongerstaking gegaan uit protest tegen het feit dat ze vermoedelijk terug worden gestuurd. Ze lopen in de verte. Praten willen ze niet. Dat heeft toch geen zin, roepen ze nog.