Uren wachten op een Zweedse kast

Een zwerm klapstoelen wiekt over het plein. Aan de voet van de Sint Jan in Den Bosch is dit weekend het jaarlijkse theaterfestival Boulevard begonnen. Bovenin een enorme stellage vol theateracts en terrassen hing kunstenaar Miesjel van Gerwen een aantal houten klapstoelen op, aan haast onzichtbare draden. Als je aan een van de neerhangende touwtjes trekt, klapwieken de stoelen. Het is een mooi, en in tweede instantie ook geestig, gezicht.

Het Boulevard-festival, voor jong en oud, speelt zich behalve in, op en rond de stellage (de `Corridor' genaamd), af in theaters en tenten en op onorthodoxe locaties in de stad. In de romantische Casino-tuin speelt theater Artemis voor iedereen vanaf zes jaar een klucht in een Berber-tent. In Mijn eerste Zweedse kast trachten een woedende Nederlandse kastenkoopster (Judith Klute) en een Marrokaanse kastenbezorger (Amin Hagouchi) een zelfbouwkast in elkaar te zetten. De kast is afkomstig uit een Zweeds woonwarenhuis en heeft een naam, iets in de trant van: `Klötenkütte'. Dat is gelijk ook het enige woord dat de spelers beiden begrijpen, want de bezorger spreekt geen Nederlands.

Als het publiek de prachtige tent binnenstroomt, beent Klute over het podium met een mobieltje aan haar oor geklemd. Ze wacht al uren op de kast, en op de klantenservice, en is dus woedend. Hoe aanstekelijk en herkenbaar deze drift ook is, voor de voorstelling is het jammer dat het al meteen zo heetgebakerd begint. Van een zorgvuldig getimede, strakke sketch is geen sprake. De al aanwezige woede zit de opbouw in de weg. De slapstick-effecten komen niet uit de verf. Klute kaffert, Hagouchi stamelt en de kast flikkert bij voortduring om. Interessanter was het geweest als de emoties wisselden, als de twee er ondanks het taalprobleem letterlijk samen wat van probeerden te maken. Nu is de korte voorstelling weinig meer dan een schreeuwerig stukje met een te abrupt, rooskleurig einde.

Verrassend geestig daarentegen is 300 Seconden Superglimp van Ciné Coupé, een iniatief van de Bossche artiest Victor van Geloven in een tentje op het centrale festivalplein. In een tekstloze, driehonderd seconden durende heldensage worden theater en film origineel gecombineerd. De act, rond helden als `Rauwe Knoert' en `Vuistman', doet in zijn geheel nog het meest denken aan de animaties van Monty Python. Uitgangspunt is de vraag wat helden in hun vrije tijd zoal doen. Kinderen en volwassenen komen nagrinnikend het tentje uit, vast van plan om niets te verklappen aan de volgende lading toeschouwers.

Een deel van het Boulevard-festivalprogramma is dit jaar geïnspireerd op het werk van Jeroen Bosch, in het kader van het Jeroen Bosch Jaar 2001. Daar zit ook veel vrolijke gekte tussen. Zo kunnen kinderen vanaf acht jaar meedoen met een speurtocht getiteld `Loop naar de hel met je trechter', of, evenals hun ouders, lid worden van de `Lonely Peoples Poncho Club'. De Poncho-club is een absurdistisch project van striptekenaar Jeroen de Leijer (bekend van Eefje Wentelteefje). De Leijer ontdekte de poncho (een ruime, mouwloze cape) als terugkerend thema in het werk van Jeroen Bosch. Bij wijze van eerbetoon tooide hij ondermeer Barbie-poppen met een poncho-pannenkoek, te consumeren met stroop.

Familievoorstelling: Mijn eerste Zweedse kast, door Artemis. Tekst: Justus van Oel. Regie: Matthijs Rümke. V.a. 6 jr. 300 Seconden Superglimp, door Cine Coupé. Regie/spel: Victor van Geloven e.a. Alle leeftijden. Gezien op 5/8, Theaterfestival Boulevard Den Bosch. Aldaar t/m 12/8. Inl. (073)6137671, www.festivalboulevard.nl