Pronken met menselijke ervaring

Oud-doelman Jean-Marie Pfaff fungeert sinds zes weken als commercieel directeur van voetbalclub RWDM uit de Brusselse migrantenwijk Sint-Jans Molenbeek. Een vlot babbelende ambassadeur met een hoge aaibaarheid.

,,Dag lieveke, ge weet dat ik ge graag zie, he lieveke.'' Jean-Marie Pfaff praat in zijn gsm. ,,Is mijn kleindochter'', fluistert hij glimmend. Het kleine meisje wilde gewoon even met opa praten en haar enthousiasme is ook van enige afstand hoorbaar. Jean-Marie Pfaff geeft even later aanwijzingen aan vrijwilligers die alles in orde maken voor de persconferentie van voetbalclub RWDM de volgende dag. Ook voor hen heet de ex-doelman van het Belgisch nationaal elftal simpelweg `Jean-Marie'. ,,Zeg aan die mannen van de kuis, dat ze ook boven nog moeten doen'', instrueert hij.

Sinds zes weken is de inmiddels 48-jarige Pfaff commercieel directeur bij de naar de hoogste klasse gepromoveerde voetbalclub uit de Brusselse migrantenwijk Sint-Jans Molenbeek. Hij wijst op de grasmat. ,,Als je dat plein nu ziet, dat is groen he? Die nieuwe stukken zijn er in gelegd. Ik heb ook gezegd dat onze clubkleuren overal zichtbaar moeten zijn. De dugout heb ik in het rood-zwart gemaakt. En daar komen nog drieduizend stoelen bij. Hoe kun je goed spelen als je een slecht veld hebt? In de luxe van de goede ploeg die hier vroeger speelde, is veel verloren gegaan. Een dugout die al dertig jaar oud was. Ze hebben nooit iets aan die dingen gedaan. Nu ben ik hier gekomen. Ze hebben me gezegd, Jean-Marie, doet zoals ge wilt, wij staan niet honderd procent, maar duizend procent achter u.''

Met de benen gestrekt in een van de business-seats zet Jean-Marie Pfaff zijn betoog voort. Af en toe door zijn gsm (,,Nein, ich bin jetz in Interview, bis später.'') onderbroken. ,,Ik moet eerlijk zeggen, ik heb hier een mentaliteit leren kennen die me aan het hart ligt. Zo maakt de madam van de vice-voorzitter met haar dochter het eten voor de spelers in de middag. Ze presenteert zich als de moeder van de spelers. Ik had nooit verwacht dat een vrouw met zoveel geld dat nog zou doen. Echt familiair. Ik herken de sfeer, die ik als speler bij het grote Beveren heb meegemaakt. Je ziet hier het sociale terug. Ik geniet van de openheid en de spontaniteit van de mensen, die gelukkig zijn dat het goed gaat.''Jean-Marie Pfaff heeft weinig vragen nodig. Zijn monologen roepen bij de toehoorder soms een wat ongemakkelijk gevoel op.

De man die ooit werd beschouwd als de beste keeper ter wereld, praat over voetbal met een zweem van nostalgie, zoals het voetbal-literaire tijdschrift Hard Gras het de lezers graag vertelt. Hij spreekt wel erg vaak de woorden die menigeen graag hoort, over de teloorgang van de echte voetbalsfeer, over voetbalmakelaars die voor één telefoontje twintigduizend gulden vragen.

Het goud om de polsen, de geblondeerde krullen en de hoge aaibaarheid van Pfaff (,,Ik ben tijdens mijn carrière altijd mens gebleven'') maken het er ook niet makkelijker op. Toch lijkt Jean-Marie Pfaff helemaal zichzelf. Als vader van drie volwassen dochters is hij nog steeds bij z'n eerste liefde Carmen. Pfaff verkeert bovendien in een hogere staat van genade sinds hij zich financieel onafhankelijk keepte via Anderlecht, Bayern München en het Turkse Trabzonspor. Maar er is ook nog steeds dat streven naar erkenning. Al op zijn veertiende verliet Pfaff (,,Ik heb het diploma menselijke ervaring en ik spreek Frans, Duits en Engels'') de schoolbanken. Zijn vroeg gestorven vader liet een gezin met negen kinderen achter.

,,Ik heb altijd gezegd dat mijn carrière pas na mijn carrière begint'', zegt Pfaff. ,,Ik ben al tien of twaalf jaar met mijn bureau aan het werken. En nu beginnen ze mijn bureau te respecteren. Vroeger werd je na een carrière in het voetbal tegengehouden, je kreeg geen kans om de zakenwereld te betreden.'' Jean-Marie Pfaff is werknemer van z'n eigen, sportieve BV. Eerder sloot zijn bureau een contract met voetbalclub Oostende, waar Pfaff met weinig succes als trainer werkte. Hij werd daar ,,geboycot'' door een manager die zelf trainer wilde worden en een bestuurder met persoonlijke financiële belangen. ,,Dat waren mannen die niet tegen discipline en orde konden en alleen d'r eigen goesting wilden doen''.

Meer succes had Pfaff bij tweede-klasser Turnhout, waar hij als algemeen-directeur aan de slag ging. ,,Ik bracht er drie en een half miljoen gulden aan sponsoring binnen.'' Voor RWDM een belangrijke reden om Pfaff via diens bureau als commercieel directeur binnen te halen. Pfaff nam zijn 22-jarige dochter Lyndsey (,,die betaal ik zelf'') als secretaresse mee. Ook de computer en de printer in het kantoor onder de RWDM-tribune komen van Pfaff. Of hij het veldwerk zal missen? Pfaff sluit niet uit dat hij in zijn vrije tijd keeperstraining gaat geven, puur voor het plezier. ,,Ik wordt zot gebeld.''

RWDM heeft een tamelijk bescheiden budget van 100 miljoen frank (5,5 miljoen gulden) per jaar. Hiervan komt 20 miljoen frank uit tv-rechten en 15 miljoen uit kaartrecettes. De resterende 65 miljoen moet Pfaff via sponsoring binnenbrengen. Bij RWDM droomt men van de successen van weleer, al beseft iedereen dat handhaven in de eerste klasse komend seizoen het hoogst haalbare is. RWDM ontstond in 1973 uit een fusie van de Brusselse clubs Racing White en Daring Molenbeek. Al in meteen in 1975 werd de nieuwe club Belgisch kampioen en twee jaar later bereikte de fusieclub de halve finales van de UEFA-beker. In die periode trokken Jan Boskamp en andere Nederlandse spelers naar de Molenbeekse club.

Pfaff put vooral uit zijn ervaringen bij Bayern München. ,,Ik heb alles geleerd bij Bayern. Orde, discipline, organisatie'', zegt de oud-international. Hij maakt voor de sponsoring, waarop zijn bureau een provisie verdient, ook gebruik van de vele `vrienden', die hij in zijn voetballoopbaan en erna maakte. ,,We hebben een groep van vijftien die overal met me mee gaan. Mits het business to business is.'' Deze week arriveert in Molenbeek de in clubkleuren geschilderde bus voor het spelersvervoer van een Oostenrijkse vriend, die in België zijn wijnhandel wil promoten.

Pfaff heeft een eigen filosofie over voetbal-sponsoring. ,,Ik ben niet iemand die bij een sponsor alleen op zakken met geld uit is. Het moet een doelstelling, een waarde, hebben. Bij RWDM is de sponsor geen nummer'', zegt hij. ,,Kijk naar de hoofdsponsor hier. Die zegt ook, Jean-Marie, uw filosofie klopt met die van ons. Dat wil zeggen van mens tot mens gaan: wij zijn uw sponsor, maar wij willen niet stil blijven zitten.''

Zo haalde RWDM na een mailing aan 200 potentiële sponsors België's oudste uitzendbureau, Daoust Interim, dat veel migrantenjongeren aan werk helpt, als hoofdsponsor binnen. ,,Zowel het uitzendbureau als de club willen een maatschappelijke rol vervullen. Dat blijkt uit de grote aandacht voor jongeren, hun opleiding, de integratie van migranten, de strijd tegen racisme'', zegt de hoofdsponsor in de persmededeling over het sponsorcontract. Volgens directeur Jean-Claude Daoust willen zijn uitzendbureau en de voetbalclub samen de sportbeoefening door migrantenjongeren bevorderen. Jean-Marie Pfaff (,,Ik heb ook in Turkije gewerkt en me altijd overal aangepast'') laat zich als multiculturele ambassadeur graag inschakelen.

De ex-keeper wordt door de nieuwe hoofdsponsor dan ook geprezen als de man die ,,het imago van eenvoud, aandacht, nabijheid van mensen uitdraagt.'' Op initiatief van technisch-directeur Freddy Smets kocht RWDM deze zomer de populaire international El Housaine Ouchla van Rabat, mede om supporters van Marokkaanse afkomst meer bij de club te betrekken. Helemaal zonder problemen is het multiculturele zendingswerk van Jean-Marie Pfaff niet. De leider van de fanatieke supportersgroep Brussels Boys zit namens het extreem-rechtse Vlaams Blok in de Molenbeekse gemeenteraad. ,,Als ze hun werk maar doen'', zegt hij tijdens een oefenpartijtje over de buitenlandse voetballers bij RWDM. Over Jean-Marie Pfaff van hem voorlopig geen kwaad woord. ,,Pfaff heeft al goed werk geleverd.''