Maurice Greene benadert status van Carl Lewis

Maurice Greene is nu de grootste sprinter ter wereld. Jon Drummond, collega-sprinter uit de stal van John Smith in Los Angeles, poneerde die stelling nadat zijn landgenoot vannacht in Edmonton voor de derde opeenvolgende keer wereldkampioen op de 100 meter was geworden. In tijd uitgedrukt heeft Drummond gelijk, want Greene is de wereldrecordhouder. Gerekend naar titels is er nog steeds één beter: Carl Lewis.

De erelijst van Greene is indrukwekkend. Hij werd wereldkampioen 100 meter in 1997 in Athene en bracht het wereldrecord die dag op 9,79 seconden, exact de tijd die Ben Johnson stijf van de stanozolol liep tijdens de Olympische Spelen van 1988 in Seoul.

Twee jaar erna, in Sevilla, prolongeerde Greene zijn wereldtitel op de sprint, om weer een jaar later in Sydney op die afstand zijn eerste gouden medaille te winnen op de Olympische Spelen. En vannacht veroverde de Amerikaan in Edmonton zijn derde wereldtitel op de 100 meter.

Daarmee achterhaalde hij Lewis, die in 1983 (Helsinki), '87 (Rome) en '91 (Tokio) driemaal op rij wereldkampioen werd op de 100 meter. Daar staat tegenover dat hij nog één olympische medaille achter ligt op Lewis, die in zowel Los Angeles (1984) als vier jaar later in Seoul de sprint won. Die laatste medaille kreeg hij overigens na diskwalificatie van een `positieve' Ben Johnson.

De conclusie is snel getrokken: Maurice Greene is nóg niet de grootste sprinter ter wereld. Drummonds bewering was meer gebaseerd op emotie dan op feiten. Bovendien nam hij in zijn overwegingen niet het charisma en de status van Lewis mee. In zijn tijd was Lewis de koning van de atletiek en zo gedroeg hij zich ook. Greene mist de arrogantie om zich boven de rest te stellen. Natuurlijk, hij is een baasje, zoals vrijwel alle sprinters dat zijn, maar dan op de baan. Daarbuiten is hij just a nice guy.

Greene maakt er geen geheim van dat hij de grootste 100-meterloper aller tijden wil worden. Dat is geen bluf, want vanaf het moment dat hij zijn eerste sprint won, heeft Greene niet meer verloren; althans niet in de grote wedstrijden. En als Greene zijn huidige niveau vasthoudt, is er ook niemand die hem kán verslaan.

In Edmonton werd er vooraf in de pers een verbale oorlogsverklaring afgelegd door zijn landgenoot Tim Montgomery, die riep dat Greene's tijd was gekomen en hij hem eindelijk voorbij zou streven. Hij vond het tijd voor verfrissing, tijd voor een nieuw gezicht op de 100 meter. Sprinterstaal, wist Greene. Desgevraagd lachte hij zijn tanden bloot en sprak slechts drie woorden: `We zullen zien.'

En Greene liet het zien, want met groot vertoon van macht sprintte hij in de finale naar een winnende tijd van 9,82 seconden. Dat Montgomery hem nog tot tweehonderdste van een seconde naderde, dankte hij aan een blessure van de kampioen. In de laatste vijftien meter schoot de pijn achtereenvolgens in de knie en de hamstring van Greene. Hinkend en krimpend van de pijn overschreed hij de finish, om vervolgens vast te stellen dat die blessures hem wel een eens wereldrecord gekost kan hebben. Na afloop voedde Greene gaarne alle speculaties met de bewering dat hij voor zijn gevoel op 9,77 had kunnen uitkomen. In die woorden zat bovendien de boodschap voor Montgomery verstopt, dat er van troonsafstand nog geen sprake kan zijn.

De verslagen bluffer schreef zijn nederlaag toe aan de valse start die hij had veroorzaakt. Daarmee sneed Montgomery in eigen vlees, want hij erkende na afloop te hebben gegokt op een pikstart, waarbij de atleet in het startschot valt. Dat pakte dus verkeerd uit. Enigszins naïef van de Amerikaan, die had kunnen weten dat de nieuwe apparatuur een valse start feilloos registreert.

Van zulke trucs houdt Greene niet. En hij heeft ze ook niet nodig. De man bereidt zich altijd onverstoorbaar en op zijn eigen wijze voor op een wedstrijd. Dat gaat gepaard met spastisch aandoende lichaamsbewegingen, een parmantig loopje, speelse tongbewegingen en een spiritueel moment van gebed. Als Greene vervolgens in het startblok gaat staan, zijn lichaam en geest volledig in balans. Hij houdt zich verre van koude-oorlogvoering en is slechts geconcentreerd op zijn race.

Greene maakt het ook niet uit dat de valse start met ingang van 2003 wordt gewijzigd. Hij vindt de toekomstige regel, dat bij een tweede valse start de veroorzaker wordt gediskwalificeerd, grote bullshit, maar zal zijn strategie noch zijn ritueel er voor aanpassen. Mocht Greene vals starten, dan zal hij de gevolgen accepteren. De praktijk heeft echter geleerd dat de kampioen zich geen zorgen hoeft te maken, want Greene veroorzaakt zelden een valse start.

In de schaduw van het fascinerende gevecht tussen 's werelds beste sprinters, beleefde Troy Douglas na een schorsing van twee jaar zijn rentree op een groot kampioenschap. De van Bermuda afkomstige sprinter verliet vannacht met opgeheven hoofd het Commonwealth Stadium, ook al was hij in de halve finale - aan de zijde van Greene, Bailey en Boldon - als laatste gefinisht.

Douglas was terug op de plek waarvan hij naar zijn opvatting ten onrechte was verbannen. Het Nederlands record van 10,09 seconden, dat hij zaterdag in de tweede ronde liep, en het bereiken van de halve finales koesterde de sprinter als kostbare juwelen. Tragisch genoeg kon het record niet erkend worden, omdat tijdens zijn race de tijdmeting was uitgevallen.

Daarmee beginnen recordverbeteringen van Douglas pijnlijke vormen aan te nemen, omdat hem dit al voor de derde keer overkomt. In 1996 werd het record van 10,16 hem na een positieve plas ontnomen. Kort voor de WK liep hij in het Belgische Heusden 10,22, maar bleef erkenning uit, omdat hij vergat een dopingcontrole aan te vragen. En als hij dan in Edmonton voor Nederlandse begrippen een supertijd van 10,09 loopt, hapert de windmeter. Maar echt druk maakte Douglas zich er niet om, omdat hij had bewezen terug te zijn. Of zoals hij het zelf uitdrukte: ,,It was business as usual.''