Lonely Planet

Je hart breekt als je ze ziet. Zo vies en verwaarloosd, soms in groepjes, maar vaak ook zielsalleen. Jonge, blanke mensen in de Derde Wereld. Globetrotters. Bagpackers, rugzakkers. Ze zitten langs de weg, op glibberige stoepjes, bezig zich niets aan te trekken van de rioollucht, in kleren die ze thuis nooit zouden aan mogen. Je weet onmiddellijk in welk stadium van hun reis ze verkeren. De veteranen zijn al een halfjaar onderweg: het haar stijf van het vuil, zwarte vegen om de hals, zweertjes op armen en onderbenen. Maar ze hebben een blik van trots en zelfvoldaanheid. Na alle diarree-aanvallen en kotspartijen durven ze overal te eten. Althans, ze willen laten zien dat ze het durven.

Ze gaan dus niet naar de achteraf gelegen eettentjes met deuren van donker glas, want daar merkt niemand hun triomf. Ze eten bij de straatkraampjes, ze zitten zomaar op de grond en kauwen nonchalant op hun Indiase snack. Wie ze daarvoor bewondert? Niet de Indiërs. Die denken dat deze mensen geestesgestoord zijn. Men maakt nare opmerkingen over ze, vooral over de vrouwen, die worden beschreven als smerig en brutaal, met dijen en billen van boter.

Nee, de veteranen worden bewonderd door de amateurs, die net een paar weken in India zijn. Amateurs dragen vrij nieuwe sportschoenen en sokken, alsook een vrees op het gezicht die vraagt om troost. Je ziet ze staan met Het Boek in de handen. Hun exemplaar van Het Boek is nog fris, de veteranen hebben hun beduimelde exemplaren onderin de rugzak zitten. Ze kennen de pagina's toch al uit het hoofd. U weet natuurlijk wat Het Boek is. Dat is `The world's leading guidebook: Lonely Planet'.

Soms denk ik dat het allemaal de schuld is van dit Australische bedrijf, dat de gidsjes uitgeeft en jeugdigen tot reizen aanzet. De gids van India is hun meest verkochte editie, ze zijn er groot en oppermachtig van geworden in de wereld van de reisgidsen. Het begon onschuldig, in 1981, toen een paar hippies uit Melbourne weigerden hun haren te knippen. In plaats van rustig naar huis te gaan, na hun omzwervingen in de bergen van de Himalaya en langs de stranden van Goa, wilden ze hun spirituele ervaring delen, op een praktische manier, door te vertellen waar je buskaartjes kunt kopen voor Manali en waar je dollars moet wisselen in Simla.

Ze suggereren dat je nog altijd aan twee of drie dollar per dag genoeg hebt om over onze eenzame planeet te wandelen en dat is zo'n leugen, dat ik me niet kan voorstellen dat de auteurs van `Lonely Planet' niet ergens zijn aangeklaagd.

Ik heb een paar van de door `Lonely Planet' aangeraden accomodaties bezocht die werden aangeprezen als `most comfortable', met `a great view'. Nou, dat uitzicht heb je alleen als je een prentbriefkaart voor je neus houdt en wat ze onder comfort verstaan: wc's spoelen niet door, uit de douche komt soms water, maar dan bruin van kleur, op de dekens zijn er harde korsten en over het straatlawaai is gezwegen. Het kost drie dollar, dat wel. Het is allemaal niet zo erg, er zijn meer boeken vol leugens. Erg is dat `Lonely Planet' haar motief van snel even wat geld verdienen aan onwetende jongens en meisjes presenteert als een ideaal: `To help make it possible for adventurous travellers to get out there to explore and better understand the world.'

Een gids voor ontdekkers, je moet er op komen. Maar ook nog een beter begrip van de wereld? Rugzakkers willen helemaal niets begrijpen. Ze koesteren een diepe argwaan tegenover Indiërs en terecht, het zijn geen schatjes en het enige wat die rugzakkers doen is naar de logementen gaan die `Lonely Planet' aanprijst. Niet alleen omdat ze goedkoop en comfortabel zijn en een groots uitzicht hebben, maar in de eerste plaats omdat daar andere rugzakkers rondhangen. Dat wil zeggen: andere blanken, die ook hun ouders in Engeland, Frankrijk, Duitsland of Nederland hebben wijsgemaakt dat het belangrijk is om een jaar de wijde wereld in te trekken.

Ik heb deze verklaring niet uit de eerste hand, want met mij praten ze niet. Ik zie er te Indiaas uit en ik zou ze misschien wel slechte hasj willen verkopen. Ik heb het van William Sutcliffe, een Britse jongen die een hilarisch boek schreef over zijn reis door India, onder de titel `Are you experienced', in Nederlandse vertaling uitgegeven door Prometheus. Er zijn al honderdduizenden exemplaren van verkocht en de meeste mensen lezen het boek om de sullige achttienjarige reiziger die alleen maar aan seks denkt en in gekke situaties belandt. Zo'n postpuberaal boek waar Jan Cremer ook rijk van is geworden.

Maar de essentie van Sutcliffe is, dat hij de gedachten van de bagpackers feilloos openbaart. Hoofdpersoon Dave spreekt niet met Indiërs. Die vindt hij dom, slinks en vervelend. Zijn `Lonely Planet' gebruikt hij om medeblanken te vinden, tot hij een blanke ontmoet die in India gewoon een baan heeft, als correspondent. Vertel eens, vraagt de correspondent, hoe ziet je dag eruit? ,,Ik zoek een hotel'', zegt Dave, ,,ik praat met andere reizigers en ga dan een kaartje kopen voor de volgende reis.'' ,,Juist'', zegt de correspondent. ,,Het meest enerverende dat jij overal doet is een kaartje kopen om ergens anders heen te gaan.'' Het gesprek eindigt met waar de correspondent Dave duidelijk maakt waarvoor die eigenlijk naar India kwam: Dave is bezig een ervaring op te doen die hij in zijn cv kan zetten, opdat hij straks bij het sollicitatiegesprek in Europa kan vertellen dat hij wel het een en ander aankan.

De reis die jongeren door de Derde Wereld maken is te vergelijken met een dropping dat spel waarbij men in de nacht in een of ander bos wordt afgezet, met als opdracht zo snel mogelijk terug te keren naar het kamp. Scholieren vinden het reuze lollig, ze stoeien lekker met elkaar en raken vervuild, maar ze leren er niets van. En de beestjes in het bos hebben er ook niets aan.

Ouders, hou die kinderen toch thuis.

ramdas@nrc.nl