Zomerslipper

Er bungelt iets aan zijn voeten dat daar nog nooit gebungeld heeft. Rood plastic, twee bandjes kruislings over zijn hobbelige wreef. Het knelt. En dan dat trosje aardbeitjes met groene bloemetjes en rode bolletjes erop. Welke artistiekeling mocht zich hier uitleven?

,,Heeft u iets anders'', vraagt hij in het campingwinkeltje. ,,Espadrilles, sandalen desnoods?''

De jonge vrouw werpt een korte blik op zijn voeten en zegt: ,,Niets dat u zal passen, meneer. En in het dorp kunnen ze u ook niet helpen.''

Dus proberen zijn knokige tenen zich te verbergen. Kletsen zijn voeten onwennig op en neer. Links, rechts, links, rechts. Zwikkend over de rotstrapjes naar boven. Hij schaamt zich voor het plakkerige geluid wanneer hij zich in beweging zet. Een fractie later flapt de zool tegen zijn hiel. Rechts, links, rechts, links. Vergeefs naar het dorp en terug.

Nog twee weken.