`Zie hier een wonder der natuur'

Tweelingen in kunst en wetenschap, in teylers museum (spaarne 16, haarlem), tot 25 november. toegang ƒ2,50 tot 10,- (mjk gratis). di t/m za 10-17 uur, zon- en feestdagen 12-17 uur. catalogus ƒ15,-

Een tweeling zijn is niet ongevaarlijk. Het grootste gevaar dreigt in de baarmoeder. Tweelingen hebben gemiddeld een lager geboortegewicht, hetgeen algemeen als een ongunstig begin van een bestaan wordt gezien. Maar ze kunnen ook elkaar goed dwars zitten in de baarmoeder. Eeneiige tweelingen kunnen bij een late splitsing in dezelfde vruchtzak terechtkomen en elkaar dan flink stompen (een bijbelse situatie, zie Genesis 25:22, over Rebekka's tweeling Jakob en Esau: `En de kinderen stieten in haar binnenste tegen elkander').

Maar het kan nog veel erger. Op de interessante tentoonstelling Tweelingen in kunst en wetenschap, in Teylers Museum, wordt met schema's en foto's van placenta's uitvoerig getoond hoe de bloedtoevoer via de placenta zo ontregeld kan raken dat de ene helft van de tweeling te veel en de ander te weinig bloed krijgt. Met alle gevolgen die daarbij horen, soms verpietert de ene helft van de tweeling volkomen en blijft een opgezwollen eenling over. Een eindje verderop in Teylers fraaie tentoonstellingsruimte hangt een schilderij uit 1617, van de tweeling van de Amsterdamse burgermeester Jacob de Graeff, keurig ingebakerd. De een heeft een wit hoofd, de ander een rood. Zij hebben het `transfusie-syndroom' samen overleefd. Oude kunst illustreert hier treffend de moderne wetenschap.

De wetenschap der tweelingen is relatief jong. Pas in de negentiende werd bijvoorbeeld het verschil ontdekt tussen eeneiige en twee-eiige tweelingen (respectievelijk ontstaan uit één gesplitste bevruchte eicel en uit twee gelijktijdig bevruchte eicellen). Tegenwoordig spelen tweelingen een belangrijke rol in het onderzoek naar de invloed van omgeving en genen op de variatie van menselijke eigenschappen. In de tentoonstelling in Teylers domineert overigens het medisch onderzoek, met alle embryo's op sterk water vandien. De andere aspecten van het tweelingschap: antropologisch, psychologisch, komen amper aan de orde.

Keurig wordt op de tentoonstelling vermeld dat in sommige culturen tweelingen als een demonisch fenomeen worden beschouwd maar dat ze in andere culturen als `hemels' worden gezien. Maar wèlke culturen dat zijn, komt de bezoeker van de tentoonstelling of de lezer van de overigens fraaie catalogus niet te weten. In ieder geval in Nederland werd in de zestiende en zeventiende eeuw een tweeling soms als een bewijs van overspel gezien: kennelijk had er nòg een bevruchting plaats gevonden. De antropologie is in Teylers wel ruim vertegenwoordigd met een tiental tweelingbeeldjes uit Nigeria, een gebied waar zeer veel tweelingen worden geboren. Na de dood van een tweeling worden in het Yoruba-gebied in Nigeria typerende beeldjes gemaakt die de moeder vaak bij zich draagt en die zelfs symbolisch worden gevoed en verzorgd. Of ter nagedachtenis voor dode eenlingen ook beeldjes worden gemaakt, wordt niet gemeld.

Het percentage twee-eiige tweelingen varieert over de wereld, van 6 op de 1000 geboorten in Oost-Azië tot meer dan 40 op de 1000 in Nigeria. Het percentage eeneiige is overal gelijk, zo wordt gemeld. Toch blijkt uit een statistiekje dat wordt getoond op een uitlegbord dat dat percentage eeneiigen wèl aan het stijgen is sinds de jaren zestig: toen lag het duidelijk onder de vier op de duizend, nu ligt het er duidelijk boven. Deze tegenstrijdigheid wordt helaas niet verklaard.

En dan de Siamese tweeling, een levensgevaarlijk lot dat 0,25 procent van de eeneiige tweelingen treft: als de vrucht pas splitst na de 14de dag van de zwangerschap. Het vaakst (75 procent) zijn buik of borst met elkaar vergroeid, maar in Haarlem zijn ook skeletjes te zien van Siamese tweelingen die met de hoofden zijn vergroeid. Het ongelukkigst zijn wel de tweelingen waarvan er een `parasitair' is, zoals te zien op de circusaffiches waarbij de ene helft van de tweeling half uit de borst steekt van de ander. De oudst bekende succesvolle medische ingreep om een vergroeide tweeling te splitsen vond plaats in 1669 in Bazel, door een dokter die de vlezige verbinding bij de navel langzaam afknelde met een band. Maar meestal durfden artsen zo'n stap niet aan: vaak zijn vitale delen, zoals lever of bloedvaten, gemeenschappelijk.

Uit een groot aantal prenten en schilderijen blijkt de grote fascinatie voor deze deerniswekkende `dubbelmonsters', zoals ze tot de negentiende eeuw werden genoemd. `Zie hier een wonder der natuur', meldt een pamflet over zo'n tweeling uit 1708. In dat pamflet worden ook mogelijke oorzaken van de ongelukkige versmelting gemeld: ``1 Gods eer. 2 Door zijn Toorn. 3 Door te veel zaad. 4 Door te weinig zaad. 5 Door inbeelding. 6 Door nauwe baarmoeder. 7 Door gekruiste benen of knieën tegen buik'' enzovoorts. Ook `vermenging van zaad' en `streken van vreemde mannen' worden als mogelijke oorzaken genoemd.

`Siamees' worden deze tweelingen genoemd sinds de Thaise tweeling Chang en Eng (1811-1871) furore maakte. Zij kwamen eerst naar Europa, in de hoop daar gescheiden te worden, maar niemand durfde de ingreep aan. Na hun dood bleek dat zij een lever deelden. Scheiding zou hun dood hebben betekend. Vervolgens trokken de twee naar Amerika en maakten vele tournees langs kermissen en theaters. Ze trouwden er ook, Chang kreeg 10 kinderen, Eng 12.

Over de psychologie van deze twee mannen en van al die andere Siamese tweelingen die noodgedwongen àlles samen deelden, tot aan hun seksleven toe, zwijgen helaas de tentoonstelling en de catalogus. Alleen aan de band tussen gewone tweelingen worden een paar bladzijden gewijd. Er blijken grote verschillen te bestaan. Sommige tweelingen achten hun kameraadschap van onschatbare waarde, anderen zien elkaar als een bedreiging voor de eigen identiteit. Ook de ouders zijn gewaarschuwd: ``Het kan zeer moeilijk zijn om met de gebundelde kracht van een tweeling om te gaan'', schrijft kinderarts Elizabeth Bryan, voorzitter van de `International Society for Twin Studies'.