Wonderen in zang Cappella

Exquis als weinig andere Nederlandse muziekensembles is de Cappella Figuralis, begeleid door een klein instrumentaal ensemble. De leden vormen de elite uit het voortreffelijke koor van de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven, de topman onder de Nederlandse koordirigenten. Niet alleen de 18de eeuwse muziek van Bach en Händel staat op het repertoire, ook 17de eeuwse muziek, zoals de Mariavespers van Monteverdi.

Tijdens het buitengewoon fraai uitgevoerde Zomerconcert in het Amsterdamse Concertgebouw zong de Capella Figuralis gisteravond muziek van de twee beroemde Italianen Monteverdi en Carissmi en van twee nauwelijks bekende Nederlandse componisten. Servaes de Koninck, een Vlaming, die zich in 1685 in Amsterdam vestigde, componeerde het levendig uitgevoerde Quid siletis, een oproep tot een loflied op de Heer. Van de monnik Benedictis a Sancto Josepho, die woonde in Boxmeer, klonk een wonderschoon Ave Maria, het begin herinnerde nog even aan de stijl van de 11de eeuwse abdis Hildegard von Bingen.

De aantrekkelijke gedachte om de Nederlandse en de Italiaanse muziek rechtstreeks met elkaar te vergelijken, kon niet helemaal eerlijk worden volvoerd: daarvoor zijn de componisten te veel afkomstig uit verschillende generaties. Dat telt te meer omdat de zich snel verspreidende modes in de renaissancistische kunst veelal Europees van karakter waren. Nederlandse schilders trokken in de 16de eeuw naar Italië, terwijl de Zuid-Nederlandse componisten voor liepen op hun Italiaanse collega's. De jonge Monteverdi, rond 1590 instrumentalist aan het hof van Mantua, werd beïnvloed door Giaches de Wert, de kapelmeester van de kerk van Santa Barbara in Mantua. De Wert legde zo de basis voor Monteverdi's vernieuwende sterk beeldende declamatorische zangstijl.

Dit soort muziek is de hoorbare versie van de dramatische Italiaanse schilderstijl van het chiaroscuro met zijn felle contrasten in licht en donker. Geen wonder dat Monteverdi heftige teksten op muziek zette: `Zo mengt in minnende harten, de liefde vuur en ijs' of `Ook al breng je dood in mijn hart, blaas tenminste leven in mijn lied.' En geen wonder dat die stijl zo past bij Carissimi's aangrijpende Historia di Jephte, het gruwelijke bijbelverhaal van Jefta, die zijn overwinning op het slagveld bekocht met de dood van zijn dochter, wier klachten de ziel doorsnijden.

Cappella Figuralis. Gehoord: 3/8 Concertgebouw Amsterdam.