VONDST VAN ELEMENT 118 DOOR `ONTDEKKERS' TERUGGETROKKEN

Twee jaar nadat natuurkundigen van het Lawrence Berkeley National Laboratory in Californië de vondst van element 118 wereldkundig maakten, hebben zij in Physical Review Letters, het tijdschrift waar destijds het artikel verscheen, het superzware element weer uit het Periodiek Systeem geschrapt. Reden: de resultaten konden niet in herhaalexperimenten worden gereproduceerd.

Element 118, aldus de Amerikaanse groep in 1999, zou zijn gemaakt door een trefplaat van lood (de isotoop Pb-108) te beschieten met een bundel krypton-ionen (Kr-86). Na het samensmelten van beide middelzware elementen en het wegvliegen van een neutron ontstond element 118 was het idee. Een efficiënte scheidingsmachine zou uit de duizenden miljarden botsingsproducten de enkele exemplaren van element 118 hebben weten te vissen.

De vondst kwam min of meer als een verrassing omdat volgens de heersende theorie het fuseren van twee middelzware kernen bij relatief lage energie niet verder zou mogen voeren dan element 112. Nu blijkt dat de analyse van de botsingen inderdaad niet deugde. Element 118 is zeer instabiel en verraadt zich door te vervallen onder uitzending van alfadeeltjes (heliumkernen). Dat radioactieve verval zou volgens drie verschillende routes hebben gelopen. In de herhaalexperimenten, uitgevoerd met dezelfde apparatuur, konden de fysici in Berkeley die ketens niet reproduceren.

Ook in het GSI-laboratorium in Darmstadt, dat heel wat superzware elementen als eerste ontdekte, en het RIKEN in Japan konden het resultaat niet bevestigen. Heranalyse van de Berkeley-data uit 1999 met andere software leverde evenmin een reproductie op. Daarop kon Charles Shank, directeur van het Lawrence National Laboratory, niet anders doen dan toegeven dat de plank was misgeslagen en dat het artikel waarin de ontdekking van element 118 stond beschreven zou worden teruggetrokken. ``Het laboratorium zal hier lering uit trekken'', zei hij in een commentaar.