Tunnel naar de vrijheid

Over een week herdenkt Duitsland dat veertig jaar geleden de Berlijnse Muur werd gebouwd. Honderden DDR-burgers stierven bij pogingen naar het Westen te vluchten. Maar op 14 september 1962 bereikten 29 Oost-Berlijners de vrijheid via een 150 meter lange tunnel.

`Wat moet dat?' De nieuwsgierigheid heeft het gewonnen van de twijfel of je hier wel zomaar een kijkje mag nemen. ,,Donder op!', zegt een man die geen tegenspraak duldt. Uitleggen dat het alleen maar gaat om een blik in de kelder van de Schönholzer Strasse nummer 7, en dat de voordeur die leidt naar het hofje achter het huis openstaat, heeft geen zin.

Veertig jaar geleden stond de deur ook open. Mimmo en Gigi, twee Italiaanse studenten uit West-Berlijn die er destijds rondkeken, hadden meer geluk. Ze liepen niemand tegen het lijf en vonden zo deze Oost-Berlijnse kelder die later zou dienen als uitgang voor de bijna honderdvijftig meter lange tunnel die ze aan het graven waren. De tunnel begon in het Westen, de kelder waar hij eindigde moest voor een Oost-Duitse vriend en zijn gezin de ingang worden van de vrijheid.

Het huis aan de Schönholzer Strasse lijkt sinds de jaren zestig maar weinig veranderd. De kleur is nog even grauw als toen, het stucwerk rondom de ramen op de begane grond brokkelt langzaam af. Dat valt des te meer op, omdat de huizen ernaast zijn opgeknapt. Het ene is fel donkerblauw geschilderd, het andere heeft een zachte crème kleur. Verder is hier veel bij het oude gebleven. De straten zijn stoffig, de stoeptegels liggen schots en scheef, ertussen groeit onkruid. Zelfs het speelplaatsje op de hoek van de Schönholzer en de Ruppiner Strasse is er nog. Het ligt er even verlaten bij als veertig jaar geleden. Vanaf het bankje zijn, tussen de bomen door, de ramen zichtbaar van de flats aan de Bernauer Strasse.

Eén ding is wel veranderd. De muur is weg. De Berlijnse Muur, die de Bernauer Strasse en de Schönholzer Strasse van elkaar scheidde, werd na 1989 afgebroken – op een restant na, dat dienst doet als monument. Verder heeft de Muur alleen een lange groenstrook achtergelaten. Het is niet meer dan een onopvallend lidteken. Een circus heeft er zijn tent opgeslagen. En even verderop is een rommelmarkt, die zijn naam eer aan doet. Aan het zicht onttrokken door een hek blaft een herdershond, een geluid dat hier dag en nacht weerklonk toen de Muur er nog stond. De grens liep precies over de Bernauer Strasse. De huizen aan de ene kant van de straat hoorden nog bij het Oosten. De rest was deel van het Westen, zelfs de stoep voor de Oost-Duitse huizen.

Als de DDR op 13 augustus 1961 besluit om zijn burgers in Berlijn met een antifaschistischer Schutzwall te beschermen tegen kwalijke Westerse invloeden, dienen de huizen aan de Bernauer Strasse nog een paar dagen als een gemakkelijke vluchtweg. Maar al snel worden deuren en ramen op de begane grond dichtgemetseld. Het weerhoudt mensen er niet van om van hogere verdiepingen naar beneden te springen. Sommigen moeten die sprong met de dood bekopen. Anderen hebben geluk. Ze worden opgevangen in de netten van West-Berlijnse brandweerlieden, of door burgers geholpen met ladders. Al gauw gaat ook dat niet meer. De bewoners van de Bernauer Strasse worden elders ondergebracht en de huizen worden gesloopt – op een deel van de voorgevels na, die nog een tijdlang als deel van de Muur dienstdoen.

Peter Schmidt, de Oost-Duitse vriend van de twee Italiaanse studenten, heeft dan iets te lang getwijfeld. De mazen in het net worden steeds fijner, tot ze te klein zijn voor een simpele vlucht.

,,Er hing een wonderlijke sfeer toen ik in Berlijn aankwam', vertelt Domenico Sesta, Mimmo voor zijn vrienden. Hij studeert in Düsseldorf maar wordt in 1960 door zijn vriend Luigi (Gigi) Spina overgehaald om naar Berlijn te komen. Nu woont hij met zijn vrouw Ellen in de deftige wijk Charlottenburg. ,,De S-Bahn tussen Oost en West was altijd vol. Berlijners mochten nog vrij in de hele stad reizen. Zomers gingen West-Berlijners in het weekeinde naar de meren in het oosten. Anderen deden er hun boodschappen omdat alles zo goedkoop was. Tenminste als het er was, want in het Oosten was inmiddels gebrek aan alles. Oost-Berlijners werkten in het Westen, sommigen gingen er naar school. Maar die eerste maanden in Berlijn vielen op door krantenkoppen over vluchtelingen. Bij duizenden tegelijk kwamen ze in de zomer van 1961 de grens over naar het Westen. De aantallen werden alleen maar groter. Zoiets kan geen enkele staat lang volhouden, zeiden Gigi en ik tegen elkaar.'

Ruim 2,5 miljoen mensen maken gebruik van deze laatste opening in het IJzeren Gordijn. ,,Je voelde dat er iets moest gebeuren. Het hing gewoon in de lucht', zegt Sesta.

Het besluit van DDR-leider Ulbricht de grens te sluiten, is in strijd met het viermogendhedenverdrag dat de stad na de Tweede Wereldoorlog in vier sectoren verdeelde – het oostelijke deel voor de Sovjet-Unie, het westelijke voor Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten. In de praktijk komt van het verdrag niet veel terecht. In 1948 wil Stalin West-Berlijn uithongeren door sluiting van alle toegangswegen. Met een `luchtbrug' weten de Amerikanen dat te voorkomen. Tien jaar later eist Chroesjtsjov in een ultimatum dat Berlijn een `vrije stad' wordt. Het Westen laat het ultimatum verstrijken, zonder dat er iets gebeurt.

Intussen hebben beide kampen allang hun eigen bedoelingen met de twee stadshelften. West-Berlijn wordt, onder meer door de invoering van de nieuwe D-mark, steeds meer een deel van de Duitse Bondsrepubliek. De stad wordt het Schaufenster des Westens, een etalage van Westerse weelde. Oost-Berlijn ontpopt zich tot de hoofdstad van de DDR. Maar de grens, die tussen de Bondsrepubliek en de DDR allang is gesloten, blijft in Berlijn tot 1961 open, als een relict van geallieerde samenwerking tegen de nazi's. ,,Peter Schmidt geloofde aanvankelijk nog dat de DDR het prikkeldraad wel weer weg zou halen, of in ieder geval het grensregime zou versoepelen', zegt Domenico Sesta. ,,Toen hij merkte dat het tegendeel gebeurde, vroeg hij ons om hulp.'

Stofzuiger

Mimmo en Gigi hoeven niet lang over het verzoek na te denken. Terwijl veel West-Duitsers onder aanvoering van bondskanselier Konrad Adenauer na de bouw van de Muur gauw weer overgaan tot de orde van de dag, blijft in Berlijn zelf de verontwaardiging groot. Studenten van de Vrije Universiteit houden vrijwel dagelijks protestmanifestaties bij de Muur. Ze beginnen met `onderneming reisbureau', waarbij met snelle acties mensen over versperringen worden geholpen zolang dat nog gaat. Sommige studenten overwegen of ze de Muur in de lucht kunnen laten springen, er worden zelfs aanslagen beraamd op de Oost-Duitse grenspolitie. Uiteindelijk besluit de westelijke sectorleiding daar een stokje voor te steken en de westkant van de Muur te beschermen. Een oorlog is een te hoge prijs voor het neerhalen van de Muur.

,,Het zoeken naar vluchtwegen was een vriendendienst en politiek protest tegelijk', aldus Sesta. Een tunnel vinden Luigi Spina en hij de veiligste manier, ook omdat Peter Schmidt een kleine dochter heeft. ,,En we wilden iets doen wat eigenlijk onmogelijk was. Zo konden we profiteren van de verrassing.'

Door een toeval komen ze bij de Bernauer Strasse terecht. Een leegstaand fabriekje met ruime kelders blijkt zeer geschikt. Ze huren de plek, en kopen de spullen die ze nodig hebben voor de bouw. Met grote precisie bereiden ze iedere stap voor. ,,Onze strijd ging tegen een systeem dat veel sterker was dan wij', vertelt Sesta, doelend op de Oost-Duitse veiligheidsdienst. ,,De Stasi beschikte over bijna onbegrensde middelen om DDR-burgers tegen te houden. Wij hadden alleen onze handen en ons hoofd. Maar we hebben het gered door de professionaliteit van de tunnel.'

Die professionaliteit kost wel steeds meer geld. De bodem waarin wordt gegraven blijkt van een harde leemsoort. Dat vraagt om beter gereedschap. Het hout om de gang te stutten krijgen ze gratis van een bevriende houtfabrikant. Maar er is ook verlichting nodig, en als de tunnel langer wordt een telefoonlijn om te communiceren tussen begin- en eindpunt. En voor zuurstoftoevoer aan het uiteinde van de tunnel voldoet op het laatst de stofzuiger die ze op een buizenstelsel hadden aangesloten ook niet meer. Een Volkswagenbusje is onmisbaar om onopvallend het terrein op te gaan. De grensbewaking houdt niet alleen het oosten in de gaten, maar let ook steeds meer op verdachte bewegingen aan de westkant van de Muur.

Als de tunnel al tientallen meters lang is, lezen Mimmo en Gigi over de speelfilm Tunnel 28, waarin het verhaal wordt verteld van een tunnel onder de Muur. Het lijkt hún verhaal, maar in de vorm van fictie. Zo komen ze op het idee om contact op te nemen met de Amerikaanse filmmaatschappij NBC. De werkelijkheid is tenslotte spannender dan een speelfilm. Dat vindt ook NBC. De filmmaatschappij geeft de tunnelbouwers een voorschot van vijftigduizend mark, waardoor de financiële problemen voorbij zijn.

,,De film moest niet alleen zorgen voor voldoende geld. De wereld moest ook weten hoe waanzinnig de situatie in Berlijn was', zegt Ellen Sesta, die een boek over de tunnel heeft geschreven. ,,De documentaire heeft veel Amerikanen de ogen geopend. Vijfendertig miljoen Amerikanen hebben er destijds naar gekeken.'

In 1961 is Ellen Sesta met Mimmo verloofd. Ze woont nog in Düsseldorf en hoort pas vier dagen voordat de tunnel wordt gebruikt van de illegale activiteiten van haar vriend. Ze is net in Berlijn aangekomen om haar 22ste verjaardag te vieren. In plaats van te feesten, struint ze op haar verjaardag als koerier door Oost-Berlijn. Zij moet de vluchtelingen een teken geven dat het moment is gekomen.

Volgens Ellen Sesta heeft de Amerikaanse Inlichtingendienst CIA zich fel verzet tegen uitzending van de documentaire. Amerika en Rusland waren toen net verwikkeld in de Cuba-crisis. Niemand zat te wachten op zo'n staaltje van `Westerse propaganda'. ,,Gelukkig is de film toch vertoond, zelfs president Kennedy heeft hem gezien. Bij het zien van de beelden hebben ze gehuild in het Witte Huis. Een paar maanden daarna was Kennedy in Berlijn en sprak zijn bekende woorden: `Ich bin ein Berliner'.'

De tunnel is ongeveer negentig centimeter breed en een meter hoog. Om diep genoeg onder de fundamenten van de huizen te blijven, en te voorkomen dat voetgangers op straat iets horen van de graafwerkzaamheden, wordt gezorgd dat de bovenkant van de tunnel meer dan een meter onder de kelders ligt.

De kerngroep bestaat uit een man of zes. Een van hen is bouwkundig ingenieur. Op hem rust de verantwoordelijke taak om de precieze loop van de tunnel te bepalen. Een doorbraak op een verkeerde plek zou fataal zijn. Verder hoort bij de kerngroep ook een man die vier jaar in de DDR in de gevangenis heeft gezeten wegens `staatsondermijnende activiteiten'. Uiteindelijk hebben dertig tot veertig mensen aan het project meegewerkt. Sommigen helpen tussen hun studie door af en toe een uurtje. Anderen worden in ploegendiensten ingedeeld. Velen komen na de eerste keer niet meer terug, omdat ze het werk – gehurkt wroeten in de keiharde bodem – te zwaar vinden, of omdat ze last krijgen van claustrofobie. Telkens als de tram over de Bernauer Strasse rijdt, lijkt het alsof de tunnel instort.

Verrader

Zolang de groep niet te groot wordt, en er alleen goede vrienden meehelpen, blijft het risico van verraad beperkt. Maar op het laatst doen er ook anderen mee, onbekende jongens die eerder aan tunnels hebben gewerkt, waaronder ook tunnels die verraden zijn. De Stasi zit intussen overal.

,,De schrik van ons leven kregen we toen er een paar weken voor we klaar waren, op een avond ineens iemand bij onze kelder opdook', vertelt Sesta. ,,Hij zei dat hij een plek zocht om een tunnel te bouwen, maar wij vertrouwden het niet. We meenden ongerijmdheden te herkennen in wat hij zei, maar konden niks bewijzen. Uiteindelijk zijn we met hem naar de politie gegaan.'

De politie en ook justitie is intussen allang op de hoogte van de werkzaamheden van de groep. Nadat het waterleidingbedrijf om hulp is gevraagd als er een lek in de tunnel ontstaat, krijgen de tunnelbouwers bezoek van de politie en ook van de Amerikaanse sectorleiding van West-Berlijn. Alle namen van de groepsleden worden gecontroleerd, vooral om te voorkomen dat er bij de overheid bekende verraders tussen zitten. Verder laten ze de groep met rust. ,,De politie kon in de verklaring van de indringer niets verkeerds vinden en moest hem wel vrijlaten.' De volgende dag is de man alweer terug bij de Bernauer Strasse. Hij wil tegen elke prijs meewerken, zegt hij, als hij maar zijn vrouw en zijn twee kinderen naar het Westen mag halen.

,,Jaren later hoorden we dingen die onze vermoedens over de man toch hebben versterkt – let wel, ik zeg versterkt en niet bevestigd.' Domenico Sesta doet zelfs na veertig jaar nog geheimzinnig over mogelijke verraders. In het boek van Ellen Sesta is zelfs sprake van twee jongens – Dieter en Rolf. Volgens het boek vertrouwde de groep Dieter niet, maar was Rolf degene die vermoedelijk voor de Stasi werkte. Hij is een West-Duitser met een Oost-Berlijnse vriendin. Een Stasi-officier liet hem arresteren en dreigde met een lange gevangenisstraf wegens spionage voor het Westen. Tenzij hij voor de Stasi wilde gaan werken. Rolf aarzelde, maar na een week onder erbarmelijke omstandigheden in een Stasi-gevangenis was hij murw en ondertekende hij een verklaring dat hij vrijwillig inlichtingen voor de DDR zou vergaren.

Domenico en Ellen Sesta geven toe dat het boek, misschien uit vrees voor een rechtszaak, op dit punt niet helemaal de werkelijkheid volgt. ,,Je moet het zo zien', zegt Domenico Sesta. ,,Ook als hij wel voor de Stasi werkte, gaven wij hem een kans. Als hij ons had verraden, zou zijn situatie niet zijn veranderd. Dankzij de tunnel kon ook hij zijn familie halen.'

Precieze informatie over de uitgang van de tunnel en het moment van de doorbraak worden achtergehouden. Aanvankelijk zou de tunnel twintig meter verderop in de Rheinsberger Strasse eindigen. Maar de tijd dringt. De doorbraak wordt verlegd naar de Schönholzer Strasse. Iets wat pas op het allerlaatste moment aan de hele groep wordt meegedeeld. De dag van de doorbraak wordt de mogelijke verrader vastgehouden in de Bernauer Strasse, zodat hij de Stasi niet kan waarschuwen. Pas als alle vluchtelingen in veiligheid zijn wordt hij vrijgelaten en krijgt hij de gelegenheid om zijn familie te halen.

De doorbraak zelf op 14 september 1962 verloopt vlekkeloos. Ellen Sesta geeft in verschillende cafés in de buurt van de Schönholzer Strasse de vluchtelingen een teken dat het moment daar is. De ene keer koopt ze zoals afgesproken een doosje lucifers, de andere keer bestelt ze een glas limonade.

,,Vanuit het speelplaatsje vlak bij de vluchtkelder had ik uitzicht op de bovenste verdieping van een flat in de Bernauer Strasse, waar we een appartement hadden gehuurd', aldus Ellen Sesta. ,,Als daar een wit laken uit het raam hing, was alles veilig. Een rood laken zou betekenen dat ik onmiddellijk moest terugkeren.'

Eén voor één komen de vluchtelingen aan bij Schönholzer Strasse 7, gaan onopvallend naar binnen en verdwijnen in de kelder. Daar staan een paar tunnelbouwers – bewapend met pistolen en machinegeweren – hen op te wachten. Aan het eind van de middag zijn ze in veiligheid, alle negenentwintig.

Omdat de tunnel langzaam onder water loopt, zijn de tunnelbouwers van plan hun succes direct wereldkundig te maken. Voor nieuwe vluchtacties is de tunnel toch ongeschikt. Maar de CIA, ook op de hoogte van de onderneming, dwingt de groep voorlopig te zwijgen, mogelijk hebben ook zij nog mensen naar het Westen gehaald – of juist naar het Oosten gebracht.

Een paar dagen later is de tunnel voorgoed onbruikbaar en lekt het verhaal uit. Alle kranten brengen het nieuws over `Tunnel 29' – zoals hij wordt gedoopt – op de voorpagina. In de DDR is de verontwaardiging groot: ,,Dertigduizend mark voor een tunnel', luidt een commentaar op de Oost-Duitse radio. ,,Vijf maanden als ratten wroeten in de bodem om de staatsgrens van de DDR te ondermijnen. Zie hier de Westerse vrijheid.'

Ellen Sesta: Der Tunnel in die Freiheit, Berlin Bernauer Strasse (Uitg. Ullstein, Berlin)

Een Nederlandse vertaling verschijnt dit najaar bij uitgeverij Tirion onder de titel: Tunnel naar de vrijheid, de spectaculairste vlucht uit de geschiedenis van Oost- en West-Berlijn.