Papieren gsm: mobieltje voor de prullenbak

Begin volgend jaar in de VS, daarna mogelijk ook beschikbaar in Nederland: de wegwerptelefoon.

Het zwerfvuil langs de Nederlandse autowegen krijgt in de toekomst mogelijk een nieuw ingrediënt: de wegwerptelefoon.

De Amerikaanse Randi Altschul geldt als de uitvindster van de voor de prullenbak geschikte zaktelefoon. Het idee kreeg Altschul in 1999 tijdens een autorit. Uit ergernis over de slechte verbinding van haar mobiele telefoon wilde ze het apparaat uit het raampje gooien. Maar op het laatste moment bedacht ze zich, omdat het een duur, plastic exemplaar was.

Altschul heeft toen een zaktelefoon ontworpen die volgens ooggetuigen drie pinpassen dik is, zo groot als een rekenmachientje en bijna helemaal gemaakt van recyclebaar papier. Hij is alleen geschikt voor uitgaande telefoontjes, je kunt er niet op worden gebeld. Er kan een uur mee worden getelefoneerd. Voor het luisteren en spreken is een hands free oordop-met-spreekmicrofoontje vereist, dat in de papieren constructie wordt geplugd. Amerikaanse producenten willen het eind dit jaar, begin volgend jaar op de markt brengen.

De papieren zaktelefoon van Altschul moet inclusief zestig belminuten omgerekend tussen de 25 en 50 gulden gaan kosten. Dat komt neer op gemiddeld 62 cent per minuut. Op het apparaat zit ongeveer 5 gulden statiegeld voor wie hem na gebruik inlevert. De oorplug is niet recyclebaar, maar kan steeds opnieuw worden gebruikt. Dat geldt ook voor de batterijhouder.

Met de zaktelefoon kan moelijk worden geknoeid. Het ultradunne elektronische circuit wordt met een soort geleidende inkt op het papier aangebracht. Het papier wordt vervolgens in de vorm van de telefoon gevouwen. Met op het papier gedrukte nummertoetsen worden delen van het circuit geactiveerd. Wie de telefoon probeert open te vouwen verbreekt het circuit, waardoor de telefoon onbruikbaar wordt.

Nederlandse telecomaanbieders lopen niet warm voor de wegwerptelefoon. KPN wil zichzelf geen concurrentie aandoen. ,,Het past niet in onze strategie'', zegt een woordvoerder. Hetzelfde geldt voor Telfort: ,,Wij investeren in een lange-termijnrelatie met onze klanten.'' Telfort heeft ook moeite met de naam `wegwerptelefoon'. ,,Maar we vinden het een interessant concept.''

Het idee achter de wegwerptelefoon vertoont gelijkenis met het bellen met zogeheten prepaidkaarten. Prepaidbellers kopen kaarten met beltegoed die na gebruik worden weggegooid. Deze manier van bellen is laagdrempelig omdat je niet, zoals bij een abonnement, vastzit aan een contract van één of meer jaren.

Telecomaanbieders hebben het prepaidbellen jarenlang agressief aangeprezen om snel marktaandeel te veroveren. Maar in deze voor de telecomsector moeilijke tijden is de behoefte aan trouwe klanten toegenomen. Aanbieders willen af van het `grillige' prepaidconcept, aanbiedingen voor mobiele toestellen worden alleen nog gedaan in combinatie met lange-termijnabonnementen.

Een ander probleem is dat het maken van flexibele elektronische schakelingen nog relatief duur is.

[Vervolg TELEFOON : pagina 13]

Wegwerpgesprek voor lokaal tarief

[Vervolg van pagina 1]

Bij Ben stond de zaktelefoon een half jaar geleden op de agenda ,,maar het werd toen niks gevonden'', zegt een woordvoerder. De vijfde mobiele operator van Nederland kan zich wel voorstellen dat de telefoon in de toekomst aanslaat.

Op vakantie, zegt de woordvoerder, kun je goedkoper uitkomen. Wie zijn mobiele telefoon nu naar het buitenland meeneemt, moet vaak extra hoge tarieven betalen, een praktijk waaraan Brussel paal en perk probeert te stellen. Voor mensen die eventjes willen bellen tegen plaatselijke tarieven kan de wegwerptelefoon uitkomst bieden.

Na de – zware – fotocamera kan dan ook de – dure – mobiele telefoon tijdens de vakantie thuis worden gelaten. De wegwerptelefoon kan ook van pas komen in noodsituaties en kan daarom nuttig zijn op afgelegen plekken, op boten of in huurauto's. De wegwerptelefoon kan tevens een belangrijk marketinginstrument worden, waarbij het bedrijfslogo op de telefoon staat afgebeeld.

Het bedrijf van Altschul, Dieceland uit New Jersey, heeft er de afgelopen jaren concurrenten bijgekregen. Telespree, uit San Francisco, heeft een telefoon ontwikkeld waarvan de voorkant moet worden bewaard en de achterkant – met batterij en belminuten – vervangbaar is. Het duurzame gedeelte kost (eenmalig) ongeveer 75 gulden, het bellen kost daarna gemiddeld een gulden per minuut.

Hop-On Wireles, uit het Californische Garden Grove, heeft een wegwerptelefoon ontwikkeld die inclusief zestig belminuten 75 gulden kost, ongeveer 1,25 gulden per minuut. Het apparaat kan na gebruik worden weggegooid of eenmalig worden herladen met zestig belminuten, voor een iets lager bedrag. Dieceland, Telespree en Hop-On Wireless willen allemaal eind dit jaar, begin volgend jaar beginnen met de productie en verkoop van hun apparaten.

Het opmerkelijke aan de telefoons van Telespree en Hop-On Wireless is dat toetsen bijna geheel ontbreken. De apparaten hebben een aan/uit-knop – meer niet. Om te bellen moet het nummer hardop in het spreekgedeelte worden gezegd. Een krachtige computer in het telefonienetwerk verwerkt de gegeven opdracht.

Dit concept borduurt voort op een trend in de automatisering om computers steeds meer vanuit één punt te beheren. Software hoeft niet langer apart op elke computer te worden geïnstalleerd, maar wordt op één centrale computer neergezet waar alle individuele pc's op zijn aangesloten.

Altschul ontwierp onder meer een cornflake die de vorm van een monster aanneemt en daarna uitelkaar valt wanneer er melk overheen wordt gegoten. ,,De mentaliteit van een ingenieur is gericht op duurzaamheid, de levensduur van een speeltje is ongeveer een uur, dan gooien kinderen het weg'', aldus Altschul. ,,Je krijgt het, je speelt ermee en – boem – het is weg.''