OVERLEVEN IN DE BERM

Heeft de moderne stadsmens nog wel weet van al het eetbaars dat de vrije natuur hem biedt? Op pad met Padvinder, Special Agent en Kruidenvrouwtje.

Wie op een onbewoond eiland aanspoelt, deelt het best zijn vlot en lot met een Padvinder, een Special Agent en een Kruidenvrouwtje. Zij weten zich, verstoken van moderne technologie en logistiek, toch goed te redden. Wat zou de gemiddelde 21ste-eeuwse stadsbewoner ervan maken in zo'n situatie, of iemand die pakweg duizend jaar is teruggeworpen in de tijd? Tegenwoordig maakt Endemol er gewoon een televisieprogramma van: overleven in primitieve omstandigheden, maar wel onder het veilige oog van de camera en met psychologische hulp op afroep.

Maar kunnen wij een eenvoudige stoommachine of een waterpomp in elkaar zetten? Ik ben er niet optimistisch over. Het is zelfs de vraag of de stadsbewoner die gewend is zijn voedsel, schoongemaakt en panklaar, op plastic plateautjes in folie verpakt in de supermarkt aan te treffen, erin zou slagen te leven van wat de vrije natuur biedt. Heeft hij nog weet van de eetbare dingen die langs wegen en paden, in bossen en op heide, bij sloten en beken zijn te vergaren?

Kaasjeskruid en morgenster

Mijn eigen ervaring is schamel. Bosbessen, bramen, beukennootjes, tamme kastanjes, brandneteltoppen, jonge paardebloemblaadjes en met een kinderschepnetje in de branding gevangen garnalen. Daar blijft het bij. Maar wie voedsel wil verzamelen in de vrije natuur blijkt veel meer mogelijkheden te hebben. Hoe het ook komt - door commerciële mogelijkheden of zendingsdrang? - de Padvinder, de Special Agent en het Kruidenvrouwtje doen veel aan het uitdragen van hun kennis en ervaring. Er zijn gidsjes met eetbare wilde planten, gidsjes over wilde vruchten en gidsjes over hoe te overleven in barre omstandigheden. Strikken maken, vallen bouwen, met een katapult jagen, klein wild slachten, eetbare paddestoelen en planten determineren, alles komt aan de orde. Handig, al zul je zien dat zo'n gidsje net niet bij de hand is als de nood aan de man komt. Desalniettemin bevatten ze nuttige aanwijzingen. Klim op de vlucht voor een wild beest niet in een boom met doornen, zegt de Special Agent in de sas Survival Guide. Ook adviseert hij in het vrije veld niet alleen konijn te eten, maar het dieet aan te vullen met wat vegetatie. Wie wil overleven respecteert de schijf van vijf. En de Padvinder zegt: zorg dat je altijd je zakmes bij je hebt. Als aanspoelen op een onbewoond eiland onvermijdelijk is, doe het dan niet op Nederlands grondgebied, zou ik daaraan willen toevoegen. Zonder vergunning mag er bijna niets in de vrije natuur, kamperen noch slapen, vissen noch jagen. Er zit voor de gezagsgetrouwe overlever op vaderlandse bodem zonder jachtvergunning en visakte niets anders op dan zich te bekennen tot het vegetarisme.

Gelukkig groeit er van alles wat eetbaar is langs wegen en paden, in de bossen en in het veld. Na een inventarisatie kom ik tot tientallen eetbare planten, kruiden, vruchten en noten die in onze streken in het wild groeien. Soms al sinds mensenheugenis, soms als allochtoon gewas en ook nog al eens als verwilderde siertuin- of moestuinplant. De wilde flora heeft vaak prachtige namen die het leven van het land meteen al een zweem van romantiek geven. Denk aan groot kaasjeskruid en onzelievevrouwebedstro, dat volgens de overlevering in de kribbe van het kindje Jezus lag. Of de jeneverbes en het klaprooszaad, de hondsroos en de sleedoorn of de wortels van de teunisbloem en de gele morgenster, die, zegt het Kruidenvrouwtje, ook nog eens heilzaam zijn. Een complete veldapotheek, maar wie er echt van in leven moet blijven zal snel een tekort aan voedingsstoffen hebben. Met paddestoelen, noten en wortels raak je een eind op weg, maar die zijn niet het hele jaar door beschikbaar. En voor het verzamelen van vruchten zijn vogels geduchte concurrenten, die precies op het moment van rijpheid snel toeslaan.

Mieren zes minuten koken

Toch is het niet noodzakelijk om de hele dag op paardebloemblaadjes te kauwen. Al komt de liefhebber van bladgroenten ruim aan zijn trekken: er zijn onvermoede gerechten als salade van strandbiet en de Engelse Easter Ledge Pudding, bereid met gehakte bladeren van de adderwortel. Trouwens, bijna alles kan in de sla, zoals kleine pimpernel, zevenblad en wilde marjolein. Maar er zijn meer culinaire toepassingen van wat in de vrije natuur kan worden verzameld. Wilde pastinaak eet je bijvoorbeeld als gestoofde groente, wilde asperge kan ook in de soep. En dan zijn er nog de smaakmakers als kruiden en specerijen, al dan niet ingelegd in zuur of olie. De meeste wilde vruchten zijn wel te zuur om zo te eten of ze worden in Nederland niet rijp genoeg. Voor jam, gelei en vruchtentaarten zijn ze wel geschikt. De liefhebbers van desserts, taarten en andere zoetigheid kunnen zich wagen aan zuurbessenjam, rozenbottelsaus, bosbessentaart, hazelnootcake of mispelgelei. Er is zelfs snoepgoed mogelijk. De stelen van de engelwortel kunnen worden gekonfijt. Van sommige noten of zaden, zoals tamme kastanjes, is meel te maken. Als dat wat droog uitvalt, is er wilgenroosjesthee of jeneverbeskoffie. En wie een alcoholische drank prefereert, maakt kruisbessenwijn, hoppig bier of likeur van wilde peren.

Het klinkt lekker, maar aantrekkelijke recepten zijn lastig te vinden. De Special Agent beperkt zich tot elementaire kookinstructies. Zo moet bij wormen het maag-darmkanaal worden leeggedrukt en daarna moeten ze drogen op een steen in de zon. Mieren vergen zes minuten kooktijd. Geen recepten waarbij het water je in de mond loopt. Ook de basiskookboeken laten het lelijk afweten, de Nederlandse althans. Wie recepten zoekt, spoelt het best aan op Belgische bodem. In Het Groot Vlaams Kookboek vond ik een keur aan gerechten zoals brandnetelpannenkoeken, klaverbloemenboterhammen, rabarbermoes met boerenwormkruid en zuringpuree.

Verantwoord veldwinkelen

Om voor die gerechten de benodigde ingrediënten in huis te halen, moet de wildeter over een behoorlijke actieradius beschikken. Soms moet hij in vochtige bossen zijn, dan weer op spoordijken - een geliefde stek van veel eetbaar onkruid -, in het duinlandschap, op grazige weilanden, langs de waterkant, op de heide of in het kreupelhout. Hij moet niet alleen veel heen en weer trekken, maar ook vroeg uit de veren komen. Kruiden en eetbare bloemen zijn 's morgens op hun best, als de dauw juist verdampt is. Praktische romantiek vergt inspanning en ongemak.

Het simpele leven van het land geeft meer problemen. Aan paddestoelen moet je als amateur sowieso niet beginnen, maar ook planten en wortels leveren gevaar op. Sommige giftige planten lijken erg op eetbare planten. Van andere planten zijn bepaalde delen eetbaar en andere giftig. Er zijn beschermde planten, zoals jeneverbes, wilde marjolein en daslook, waar je niet aan mag zitten en er zijn niet-beschermde planten waar je beter ook maar van af kan blijven omdat ze groeien op verontreinigde grond of op overbemeste bodem.

Zo komt menige plantengids tot het advies niet of heel weinig te plukken. De uitkomst van het verantwoord veldwinkelen is slechts het plukken van paardebloemblaadjes, brandneteltoppen en nog wat ander onkruid. Kweek wilde planten in eigen tuin, zegt het Kruidenvrouwtje. Dat blijkt de enige florapolitiek correcte survivalomgeving in de 21ste eeuw te zijn. Wie wil overleven, blijft in eigen tuin. M