LEUGENAAR VERRAADT ZICH VOORAL DOOR ZIJN MANIER VAN VERTELLEN

Je kunt niet zien dat iemand liegt, maar je kunt het wel horen maar mensen die liegen weten dat niet. Mensen die liegen zijn vooral bang dat ze zich zullen verraden door hun non-verbale gedrag (zoals wegkijken, veel glimlachen, zenuwachtig bewegen met de handen, verspreken). Ze denken dat verbale kenmerken (zinnen opnieuw beginnen, zichzelf onderbreken, overbodige details geven, onhandige zinsbouw) geen rol spelen. In werkelijkheid is het dus andersom. Leugenaars gedragen zich niet opvallend anders dan wanneer zij de waarheid spreken, maar in hun verbaal gedrag zijn er wel degelijk verschillen. Dit is de uitkomst van een onderzoek onder 86 leerlingverpleegkundigen uit Portsmouth, Groot-Brittannië, door drie psychologen van de Universiteit van Portsmouth (British Journal of Psychology, juni).

De onderzoekers kozen leerlingverpleegkundigen (76 vrouwen, 10 mannen) als proefpersonen omdat ze die blijkbaar konden wijsmaken dat het voor hun toekomstig beroep nodig was dat ze overtuigend konden liegen. Daarmee verzekerden ze zich van serieuze deelname aan het onderzoek. De proefpersonen kregen een kort videofilmpje te zien waarin een vrouw een ziekenhuis binnenloopt, waarna zij de tas probeert te stelen van een willekeurige patiënt. Vooraf hadden ze al gehoord dat ze daarna in twee sessies telkens drie vragen over het filmpje zouden krijgen, die ze twee keer moesten beantwoorden. Eén keer naar waarheid en één keer expres verdraaid. De volgorde waarin beide gesprekken plaatsvonden, was willekeurig.

Na afloop moesten de proefpersonen via twee verschillende vragenlijsten (voor verbale en non-verbale kenmerken) aangeven waaraan volgens henzelf de leugenachtige antwoorden te herkennen zouden zijn. Twee beoordelaars moesten vervolgens turven hoe vaak ze in de filmpjes die kenmerken waarnamen. In de leugensessies bleken de verpleegkundigen helemaal niet het non-verbale gedrag te vertonen dat zij zelf hadden gedacht. Voor de verbale kenmerken was dat precies andersom, alhoewel de uitkomsten hier minder duidelijk waren.

De resultaten kwamen overeen met de hypothesen van de onderzoekers. Leugenaars vertonen nauwelijks stereotiep gedrag en het is eigenlijk vreemd dat mensen altijd maar blijven denken dat dat wel het geval is. Aan de andere kant práten leugenaars blijkbaar toch wel anders dan mensen die de waarheid spreken. Een verklaring zou kunnen zijn dat leugenaars weten waar luisteraars op letten, en dat ze zich daarom vooral concentreren op beheersing van hun non-verbale gedrag, wat al een behoorlijke inspanning vergt. Daarbij vergeten ze op hun spraak te letten. Maar ze komen er makkelijk mee weg, want de toehoorders die de leugenaar proberen te ontmaskeren, hebben daar toch geen oor voor.

De vraag is overigens of dit alles ook klopt voor mensen die elkaar al lang kennen. Zou het een wantrouwende echtgenoot niet opvallen als zijn geliefde, weliswaar heel rustig en beheerst, haar gebruikelijke volzinnen verhaspelt?