Hiërarchie

In het begin van de jaren negentig was Vladimir Kramnik vaak in het gezelschap van Eva Repkova. Zij is een Slovaakse schaakster, grootmeester bij de vrouwen met een rating van omstreeks 2400. Een journalist vroeg Kramnik in die tijd eens of zijn vriendin ook schaakte. Hij dacht even na en zei toen: ,,Eigenlijk niet.''

Kramnik was nog erg jong toen hij zo openhartig was. De topschakers laten maar zelden merken hoe ze over het zwoegend leger in de duisternis beneden hen denken, maar het is ongeveer zoals in het Duitse gezegde `de mens begint bij de baron'. De schaakbaronnen hebben een rating van minstens 2700. Loek van Wely, gedeeld vijftiende op de wereldranglijst met 2695, klopt aan de deur van het paleis waar voor Anatoli Karpov, achttiende met 2692, voor de beleefdheid nog een tijdelijk gastenverblijf is.

Het zwoegend leger dat de open toernooien afreist denkt heel anders over de hiërarchie. Er is veel te doen in de zomer. In Nederland hebben we eerst het open kampioenschap van Nederland in Dieren gehad, daarna het Hogeschool Zeeland toernooi in Vlissingen en volgende week begint het Lost Boys toernooi in Amsterdam. In de rest van Europa is het niet anders.

Een goede grootmeester die na tien dagen hard werken met een mooie score van zes uit negen weer eens met lege beurs naar huis gaat, vraagt zich af of mensen als Kasparov, Kramnik en Anand echt zo sterk zijn dat ze al die open toernooien zouden winnen. Hij krijgt geen antwoord op zijn vraag, want de topspelers laten zich daar wijselijk niet zien.

In het tijdschrift Schach staat een interview met Alexander Graf, die we vroeger kenden als de Oezbeek Alexander Nenasjev. Hij is van Duitse afkomst, emigreerde naar Duitsland en noemde zich daar naar zijn Duitse voorouders, omdat zijn vorige naam steeds fout gespeld werd, waardoor hij zijn cheques niet kon innen.

Graf staat 73ste op de wereldranglijst en hij ziet de hiërarchie zo: er zijn twee schakers in de wereld die echt een grotere begaafdheid hebben dan hijzelf, Anand en Kramnik. Kasparov niet? Nee, zegt Graf. Anand en Kramnik hebben in het schaken wat in de muziek het absoluut gehoor wordt genoemd. Karpov had dat ook, maar Kasparov heeft het niet.

Graf erkent dat er in de praktijk zes spelers zijn die sterker zijn dan hij: het driemanschap Kasparov, Kramnik en Anand, en dan nog Leko, Adams en Shirov.

Daarna is er een groep van ongeveer zestig gelijkwaardigen, waar hijzelf toe behoort. Hij is streng. Judit Polgar, twintigste op de wereldranglijst, hoort er beslist niet bij: ,,Zij is tacticus en begrijpt volstrekt niets.'' Van Wely en Piket begrijpen wel iets, maar veel minder dan hij.

Graf heeft in zijn leven 25 open toernooien gewonnen. Hij popelt om zijn krachten met de wereldtop te meten in een klassiek toernooi waarin iedereen tegen elkaar speelt, maar het zal er waarschijnlijk nooit van komen.

Voor Schach schreef Graf/Nenasjev zijn beste partij op, die hij 27 jaar geleden als elfjarige speelde. De partij eindigt met een plaatje dat iedereen graag op zijn bureau zou zetten.

Wit Parilis-zwart Nenasjev, Tasjkent 1974.

1. e2-e4 c7-c5 2. c2-c3 d7-d5 3. e4xd5 Dd8xd5 4. d2-d4 e7-e5 5. d4xe5 Dd5xe5+ 6. Lf1-e2 Lc8-f5 7. Pg1-f3 De5-c7 8. 0-0 Pg8-f6 9. Le2-b5+ Pb8-d7 10. Tf1-e1+ Lf8-e7 11. Lc1-g5 Lf5-e6 12. Pf3-e5 0-0-0 13. Pe5xd7 Pf6-g4 14. Lg5xe7 Dc7xh2+ 15. Kg1-f1 Dh2-h1+ 16. Kf1-e2 Dh1xg2 17. Le7xd8 Dg2xf2+ 18. Ke2-d3 c5-c4+ 19. Lb5xc4 Le6-f5+ 20. Te1-e4 Th8xd8 21. Lc4-b5 Pg4-e5 mat.

Hoe het toernooi in Biel gisteren is afgelopen weet ik nog niet, maar voor de laatste ronde stond de onverwoestbare Viktor Kortchnoi een half punt voor op zijn naaste concurrent, de drievoudige kampioen van Rusland Peter Svidler.

Hij had geen last van de zomerse landerigheid die in Biel leek te heersen. Van de 27 partijen uit de eerste negen rondes werden er slechts tien beslist en bij zes daarvan was Kortchnoi betrokken.

In de eerste omgang had hij wat ongelukkig verloren van de andere Zwitser, Yannick Pelletier, door in een remisestelling de tijd te overschrijden, maar in hun tweede partij nam hij wraak door zelf een maar half verdiend punt te scoren. Het gebeurde in een leerzaam eindspel.

Wit Kortchnoi-zwart Pelletier, stand na de veertigste zet van zwart.

Pelletier had zich in de tijdnoodfase onnodig twee pionnen laten afpakken en nu lijkt het glad gewonnen voor wit, maar dat is schijn.

41. Dg6-f5+ Objectief gezien niet goed, maar misschien in de praktijk toch de beste beslissing, want met de dames op het bord zou een winst, als die er al is, heel moeilijk zijn. 41...Df1xf5 42. Le4xf5 Nu lijkt het verder simpel. De witte pionnen op de koningsvleugel zullen naar voren gaan, zwart zal er op den duur zijn loper voor moeten geven en dan wint wit met zijn a-pion. Op Kasparovs website kasparov.com liet Sergej Sjipov echter zien dat de stelling in feite remise is, omdat de witte pionnen niet ver genoeg kunnen komen.

42...Lc5-g1 Dit is nog goed. 43. Kh4-h3 Na 43. h3 Lf2 zou het meteen remise zijn. Zwart houdt zijn loper op f2 of e1, wit moet daardoor een keer g4 spelen en dan blijven zijn pionnen geblokkeerd. 43...Kf8-f7 Het is niet makkelijk om je vlak na een enerverende tijdnoodfase grondig te verdiepen in een subtiel eindspel. Volgens Sjipov is dit de beslissende fout. Zwart had 43...Lc5 moeten doen. De hoofdvariant is dan 44. Kg4 Lg1 45. h4 Lf2 46. Kh3 (na 46. Kf3 Le1 komt wit niet verder) en nu dreigt wit g3-g4-g5 gevolgd door Kg4 met winst, maar zwart komt net op tijd om dat te verhinderen: 46...Kg7 47. g4 Kf6 (een belangrijk tempo; als de loper bijvoorbeeld op c2 zou staan, zou wit winnen.) 48. Lc2 Ke5 49. g4 Kf4 en wit komt niet verder. Wit kan na 43...Lc5 ook 44. g4 proberen, maar dat helpt ook niet: 44. g4 Ld6 45. Kg2 (of 45. g5 Lf4 en het wenselijke 46. Kg4 gaat niet) Le7 46. h3 Lh4 47. Kf3 Kg7 48. Kf4 Kh6 en wits pionnen blijven geblokkeerd.

44. g3-g4 Kf7-f6 45. Kh3-g3 Lg1-e3 46. Lf5-c2 Le3-d2 47. Kg3-h4 Nu komt wits koning naar h5 en daarna zijn de pionnen niet tegen te houden. Zwart gaf op.