Geïsoleerd Amerika is onveilig

George W. Bush houdt terecht vol dat hij geen isolationist is. Maar zijn verwerping van een hele reeks internationale verdragen brengt Amerika in een isolement en ondergraaft overal ter wereld zijn leiderschap, menen Ivo H. Daalder en James M. Lindsay.

De lange lijst akkoorden waarvan de regering-Bush zich heeft gedistantieerd groeit nog steeds. Het Witte Huis heeft wegens de ,,ernstige gebreken'' afstand genomen van het Kyoto-protocol inzake het broeikaseffect, het ABM-verdrag – dat verdediging tegen raketaanvallen beperkt – als een ,,restant'' uit het verleden bestempeld, een akkoord opgezegd dat het verbod op biologische wapens versterkt, gekeken of ze haar handtekening kon weghalen onder het verdrag waarmee het Internationale Strafhof wordt ingesteld en geprobeerd de Senaat te beletten het verbod op kernproeven te behandelen.

De regering-Bush is niet tegen de oogmerken van deze verdragen. Ook zij wil de opwarming van de aarde beperken, stabiele betrekkingen met Rusland onderhouden, de verspreiding van massavernietigingswapens voorkomen en oorlogsmisdadigers bestraffen. Maar haar stelling is dat deze verdragen geen oplossing bieden voor de problemen waarop ze zich richten. Sommige zullen eerder een verslechtering betekenen.

De bewering dat deze verdragen niet volmaakt zijn, is niet zonder grond. Het Kyoto-protocol heeft een zwakke opzet en is duur om uit te voeren. Het ABM-verdrag belet de Verenigde Staten zich te verdedigen tegen de groeiende raketdreiging van landen als Noord-Korea. Het ontwerp-inspectieprotocol voor het biologische-wapenverdrag laat vastberaden bedriegers buiten schot. De tegenstanders van Amerika zullen het Internationale Strafhof misschien gebruiken om Amerikaanse burgers het leven zuur te maken. En het verbod op kernproeven kan niet voorkomen dat landen kernwapens krijgen.

Maar als problemen die ook de regering als reëel erkent met deze akkoorden niet optimaal worden aangepakt, wat zijn dan de alternatieven? Daarover is de regering tot dusver merkwaardig zwijgzaam. Ze heeft alleen voorgesteld meer studies naar het broeikaseffect te verrichten. Ze heeft zelfs nog niet globaal aangegeven hoe een ,,nieuw veiligheidskader'' met Rusland eruit zou zien. Ze heeft geen strategie geopperd om landen te betrappen die die biologische wapens proberen te maken. Ze is niet met een plan gekomen om oorlogsmisdadigers te bestraffen. En er zitten mensen in de regering die veeleer een hervatting van kernproeven dan een versterking van het verbod erop willen.

Door haar gebrek aan alternatieven wekt de regering de indruk dat de detailkritiek op de akkoorden die ze afwijst, een dekmantel is voor een bredere kritiek op het belang van verdragen voor de bevordering van Amerikaanse belangen. Het thema van de regering-Bush lijkt eigenlijk steeds meer te zijn dat verdragen als zodanig een gevaar zijn voor de Amerikaanse belangen, want ze beperken de Amerikaanse macht en de vrijheid om doelmatig op buitenlandse uitdagingen te reageren.

Ondanks al het gepraat van de regering over de voorbereiding op een nieuwe wereld, is deze aanpak van het buitenlands beleid allesbehalve nieuw. Hij stamt rechtstreeks af van het `vrije-hand-beleid' van Henry Cabot Lodge van tachtig jaar geleden. Bij hun afwijzing van het Verdrag van Versailles betoogden Lodge en zijn medestanders dat Amerika's veiligheid toenam naarmate het vermogen een buitenlandse politiek te voeren minder beperkingen ondervond.

De politiek van de `vrije hand' was ten tijde van Lodge al kortzichtig. Maar tegenwoordig des te meer. De aanpak van de vele mondiale uitdagingen noodzaakt de belangrijkste landen op de wereld tot samenwerking. Solisme werkt niet. Veel van de problemen waar we nu voor staan – van de opwarming van de aarde tot de verspreiding van massavernietigingswapens en de instabiele internationale financiële markten – kunnen alleen worden opgelost als landen samenwerken. Zonder dat zal de aarde verder opwarmen, zullen gevaarlijke wapens zich verder verspreiden en zullen oorlogsmisdaden onbestraft blijven.

Sterker nog, door de nadruk te leggen op de kosten van samenwerking negeert de regering de kosten die het weigeren van samenwerking met zich mee brengt. Wederkerigheid doet er toe – in de wereldpolitiek net zo als in het leven van elke dag. Als de VS weigeren met de rest van de wereld samen te werken in kwesties die belangrijk zijn voor onze vrienden en bondgenoten, moeten we niet verrast zijn als deze weigeren samen te werken op terreinen die er voor ons toe doen.

Zeker zo verontrustend is dat het beleid van de vrije hand onze vrienden zal vervreemden en onze tegenstanders aan zal moedigen. Nu al zien we de eerste tekenen van die reactie. Door het eens te worden over de uitvoering van `Kyoto', hebben Europa en Japan de VS buitenspel gezet. Tirannen uit de hele wereld hebben de VS uit de VN-commissie voor de mensenrechten weten te zetten.

Ondanks deze duidelijke missers ziet het er niet naar uit dat Bush van koers verandert. In plaats van te luisteren naar zijn bondgenoten, beroemt hij zich op zijn standvastigheid – ook al heeft hij geen enkele medestander. Maar het is gevaarlijk om een vrije-hand-beleid te voeren. Een geïsoleerd Amerika zal een minder veilig Amerika zijn.

Yvo H. Daalder en James M.Lindsay zijn verbonden aan het Brookings Instituut in Washington.