Een vliegend spinnewiel

,,Wachten en luisteren is het parool'', zegt de boswachter.

In het schemerdonker gaat hij ons voor over een flauw oplichtend zandpad in een bosgebied bij het Gelderse Groesbeek. Ruim twintig natuurliefhebbers verwachten op deze broeierige zomeravond een glimp van de nachtzwaluw op te vangen. In ieder geval hopen zij het vreemde snorrende geluid te horen waaraan de vogel zijn bijnaam `vliegend spinnewiel' heeft te danken. Hoe dat klinkt, heeft onze gids al meteen in de eerste minuten van de excursie laten horen: een dalend en stijgend, lang aangehouden `rrrrrrrrrr'.

Wij komen bij een heideveldje dat door naaldhout wordt omringd. Dit jaar zijn er hier twee paartjes nachtzwaluwen gesignaleerd, vorig jaar vier. Overal in Nederland loopt het aantal terug. De boswachter laat met sombere stem het woord `vos' vallen – hoe meer vossen, hoe geringer het broedsucces van nachtzwaluwen en andere op de grond nestelende vogels. Dat er steeds minder grote insecten het luchtruim kiezen, is evenmin gunstig voor deze vogelsoort.

,,Er zijn toch genoeg libellen'', vraagt een deelnemer.

,,Maar die vliegen alleen overdag'', antwoordt de gids.

Op tekeningen staat de nachtzwaluw vaak afgebeeld als een gedrongen vogel met een wagenwijd opengesperde bek. Een vliegend monstertje, de Quasimodo onder de vogels. Op het platteland verdacht men hem ervan dat hij met die gulzige muil de melk uit de geitenuiers zoog. Daarom schold men hem voor `geitenmelker' uit, een woord dat zelfs in zijn wetenschappelijke naam `Caprimulgus' terug te vinden is. (Niet te verwarren met de `hemelgeit', ofwel watersnip, die met zijn vleugels een mekkerend geluid weet te produceren. Bezoek Lapland, IJsland of de Faerøer in het voorjaar, en het gemekker is niet van de lucht.)

Wie `De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis' van Blok en Ter Stege ter hand neemt, ontdekt dat de nachtzwaluw nog onder talloze andere namen door het leven gaat. Dat is ook niet zo verwonderlijk voor een dier dat het daglicht schuwt en het gezelschap zoekt van uilen, vleermuizen, heksen en andere nachtwezens. Namen als nachtuil en nachtvalk verwijzen tevens naar het vliegbeeld. Het Friese `deislieper' (dagslaper) spreekt voor zichzelf. Overdag verdwijnt hij, dankzij zijn schutkleuren, haast in de boomtak waar hij zich tegenaan drukt. Andere bijnamen zijn mottenpakker, windslikker, ratelaar, ronker en vliegende pad.

Stilletjes luisteren wij naar de nachtgeluiden – een sjirpende krekel, een verre blaf. Op de achtergrond drenst een discodreun. Het heeft iets genoeglijks en aardigs, al die rustig wachtende mensen, die de huiskamer hebben ingeruild voor een uitstapje in het donkere bos. Aanvankelijk verbreekt alleen het gefluister van de boswachter de stilte. Hij vertelt over de halfslaap waarin jonge nacht- en gierzwaluwen kunnen wegzakken als er een tijdje geen voedsel is. ,,Soms vliegt een gierzwaluw even naar Madrid op en neer om een krop vol insekten op te halen.'' Later doen ook anderen een duit in het zakje. Iemand heeft boomvalken gezien die in behendige vlucht op junikevers en libellen joegen, een ander hoorde een wielewaal bij Deventer.

Een jongen zwaait af en toe met een wit netje en buigt zich vervolgens met zaklantaarn en vlinderboek over zijn vangsten. Hij vindt dat er vanavond teleurstellend weinig insecten zijn. De boswachter is het met hem eens. Hij legt een verband met de onweersdreiging die de hele dag en avond al aanwezig is. ,,Door de grotere luchtdruk hebben insecten moeite om op te stijgen en dan heeft het voor de nachtzwaluw weinig zin om op jacht te gaan.''

Hij is nog niet uitgesproken of we horen een kort, snorrend geluid. Weer een krekel of toch ...?

,,Daar is-ie dan'', klinkt het vanuit de groep.

Velen spieden voor de zoveelste keer met hun lichtsterke kijkers het veldje af. Nu het tegen twaalven loopt, valt het niet mee om nog iets in het duister te onderscheiden. Toch bereikt ons het bericht dat iemand verderop het silhouet van een valk of koekoek voorbij zag schieten.

,,Daar moeten we het vanavond mee doen'', zegt de boswachter.

Onverrichter zake keren we terug naar de parkeerplaats.

,,Dag- en nachtslaper'', zegt een jonge vrouw met rugzak.

,,Groeten uit Madrid'', moppert een ander.