Een manager met linkse idealen

Jos Hermens (51) is manager én idealist. Dertig jaar geleden was de oud-atleet anarchist en sympathisant van de Baader-Meinhoffgroep. Nu is hij zakenman en heeft hij een horde atleten onder zijn hoede. Onder hen favorieten voor een titel op de wereldkampioenschappen atletiek die vannacht in Edmonton zijn begonnen.

Als jongste van tien kinderen uit een arbeidersgezin wilde Jos Hermens de wereld verbeteren. Maar daar kwam niets van terecht, omdat hij koos voor een bestaan als topsporter. De atletiek heeft hem sindsdien niet meer losgelaten, zijn ideaal om aan ontwikkelingshulp te doen evenmin.

,,Heel lang heb ik met het idee rondgelopen: shit, atletiek is niet belangrijk. Ga in godsnaam mensen helpen, waterputten slaan of zo. Maar ik koos voor het egoïsme. Gelukkig kan ik nu via de sport meer doen aan ontwikkelingshulp dan ik ooit had kunnen bereiken door het slaan van waterputten.''

De manager Hermens heeft niet toevallig een zwak voor Afrikaanse atleten. Met zijn bedrijf Global Sports Communications wil hij die mensen sportief helpen, maar ook een perspectief voor de toekomst bieden. ,,Mijn oude idealen ben ik nog steeds niet kwijt. Alleen was ik voorheen politiek en tegenwoordig maatschappelijk gericht.''

Dat gevoel van vroeger is bij Hermens nog steeds aanwezig. ,,Ik stem PvdA, terwijl ik als zakenman beter VVD kan kiezen. Maar ik ben een zakenman tegen wil en dank. Ik leef in een kapitalistische maatschappij. In mijn jeugd zette ik me daar tegen af, maar nu besef ik dat ik de wereld niet kan veranderen. Ik ben in mijn hart een socialist, maar ik moet ook commercieel denken. Ik run nu eenmaal een bedrijf dat twaalf mensen in dienst heeft. Die zaken moet ik in balans houden. Vorig jaar hebben we voor het eerst verlies geleden en dat mag niet te vaak gebeuren.''

Hermens was ooit sympathisant van de Baader-Meinhoffgroep, de meest radicale groep uit de studentenbeweging van 1968, die later als Rote Armee Fraktion overging tot terroristische acties. ,,Totdat ze mensen overhoop schoten sympathiseerde ik, want ik ben absoluut vredelievend. Maar de Baader-Meinhoffgroep was in eerste aanzet niet extreem. Zie wat er recent rond de bijeenkomst van G8-landen in Genua is gebeurd. De demonstranten waren in meerderheid vreedzaam. Een kleine groep gaat verder en de volgende stap is dan, dat je tegen het establishment aanloopt. De frustraties die daarop volgen, kan ik heel goed begrijpen. Je wordt zo radeloos, dat je redeneert: dan maar oorlog. Als ik later hoor dat er tien miljoen gulden schade is aangebracht, ben ik nu ook een ouwe lul die zegt: dat kan niet. Maar op mijn twintigste zou ik hebben geredeneerd: goed zo jongens, laat maar wat zien.''

In zijn jeugd was Hermens een anarchist, die de boeken van zijn `held' Michael Bakoenin verslond. ,,Naar de letter geredeneerd is het anarchisme een fantastische leer. Het wil zeggen: je hebt alle vrijheid, maar die van mij wordt beperkt door mijn omgeving. Dus als wij buren zijn, word ik geacht met jou rekening te houden. Maar nu staat anarchisme voor radicale, stenengooiende, bommenwerpende mensen. En dat is niet wat Bakoenin er mee bedoeld heeft.''

Het had weinig gescheeld of Hermens, die betrokken was bij de opkomst van de Socialistische Partij (SP), was in de politiek gegaan. ,,Ik ben nog langs de deuren gegaan om mensen lid te maken. Nee, ik stem niet meer op de SP. Ik kies nu voor het praktische socialisme van de PvdA. Wat dat aangaat heb ik afstand van bepaalde idealen genomen. Rond mijn twintigste was ik ook een stuk somberder. Nu, op mijn 51ste, ben ik zelfs vader geworden. Dat was vroeger ondenkbaar. Ik stond op het standpunt dat de wereld toch naar de kloten zou gaan en dat je daar dan geen kinderen in zet.''

Naar zijn zeggen is Hermens geen manager geworden om rijk te worden, maar uit liefde voor de sport en om atleten te helpen. ,,Mijn achillespezen zijn kapot gespoten met cortisonen en ik heb ooit zonder enige begeleiding als een waanzinnige getraind. Daarom wilde ik de sport iets teruggeven en talenten begeleiden om te voorkomen dat ze, net als ik, te snel kapot worden gemaakt.''

Voor Hermens is zijn aanwezigheid bij de wereldkampioenschappen in Edmonton erg belangrijk. ,,Hier gebeurt het, hier leg je contacten en hier doe je zaken. Maar ik ben er voornamelijk voor de 54 atleten die bij ons onder contract staan. Om ze op alle mogelijke manieren te ondersteunen. We hebben bijvoorbeeld een fysiotherapeut bij ons. Of dat nodig is? Wat dacht je? Die bestaan echt niet in Kenia en Ethiopië. Bovendien kan ik altijd een beroep doen op Peter Vergouwen, die als arts de Nederlandse ploeg begeleidt.''

Hij benut de wereldkampioenschappen echter ook om talentvolle atleten te benaderen. ,,Zeker, maar we zijn daar niet agressief in omdat we er eerder te veel dan te weinig onder contract hebben. Zakelijk bekeken moet ik van de 150 atleten de helft schrappen; die kosten alleen maar geld. Op bijna iedere Nederlandse atleet leggen we geld toe. We moeten bijvoorbeeld erg ons best doen om ze een Golden-Leaguewedstrijd binnen te praten om vervolgens weinig of niets te verdienen. De eerste acht krijgen uitbetaald, maar daar zit zelden een Nederlander bij. En wat dacht je van beginnende Afrikaanse atleten? Je moet hun ticket betalen, want ze hebben helemaal niks. Dankzij onze goede contacten met Adidas en Nike regelen we wat spullen voor ze en dan hoop je maar dat ze zich goed ontwikkelen.''

Het afstoten van atleten komt zelden voor volgens Hermens. ,,Elk jaar hebben we intern een discussie en dan maken we een lijst waarop zo'n twintig namen staan van atleten met wie we eigenlijk moeten breken. Maar uiteindelijk wordt er maar een een klein geschrapt. En dat zijn meestal atleten die zelf zeggen: het is genoeg. Ik vind het heel moeilijk om iemand te vertellen dat het beter is om te stoppen. Zeker als het een atleet is, die alles voor zijn of haar sport over heeft.''

Hermens beseft terdege dat oplettendheid geboden is, nu zijn bedrijf vorig jaar verlies heeft geleden. ,,Maar dan moeten we er, ter compensatie, met andere takken van ons bedrijf maar harder tegenaan gaan. Op een omzet van zo'n tien miljoen gulden hebben we vorig jaar ongeveer 200.000 gulden verloren. Dat kwam ook omdat het een olympisch jaar was. De Olympische Spelen kennen geen prijzengeld en bovendien lopen de atleten dan minder wedstrijden. Nu bij de wereldkampioenschappen hopen we terug te verdienen wat we vorig jaar hebben verloren. Daar wordt wel prijzengeld uitgekeerd. Van onze atleten wonnen er in Sydney zestien een medaille, onder wie zeven een gouden. Als dat wordt vertaald in prijzengeld, met ons courtage van vijftien procent, hadden wij vorig jaar geen verlies geleden.''

Het feit dat in `blanke' sport meer geld is te verdienen, vormt volgens de oud-atleet een ander probleem. ,,Het principe is simpel: een Europees bedrijf wil de Europese markt op. Dan heeft het geen zin om een Afrikaan te sponsoren. Waar komen de mensen naar kijken? Naar landgenoten. Alles heeft met nationalisme en chauvinisme te maken. Het is moeilijk om zwarte atleten te `slijten'. Zelfs schoenenfabrikanten zeggen: `Jos, hoeveel schoenen verkoop ik in Kenia en Ethiopië?' Producten worden verkocht op plaatsen waar de mensen geld hebben. Dus in Europa en Amerika, niet in Afrika.''

Met de Ethiopiër Haile Gebrselassie heeft Hermens echter bewezen dat een zwarte atleet commercieel interessant kan zijn. ,,Al heb ik hem wel gevraagd om het voorvoegsel `Gebr' van zijn naam te schrappen. Haile Selassie zou marketingtechnisch een prachtige naam zijn geweest. Maar dat wilde hij niet.''

De filosofie van het bedrijf van Hermens is om de Afrikanen lang bij de top te houden. ,,De verleiding om snel geld te verdienen is groot. Die Afrikaanse mentaliteit proberen wij eruit te halen. Afrikanen die elk weekeinde wel willen lopen om na een jaar een boerderij te kunnen kopen, proberen wij voor te houden dat ze goed moeten trainen en op de voeding moeten letten, zodat ze hun carrière kunnen verlengen en nóg meer kunnen verdienen. Ik vind dat ik dat verplicht ben tegenover die persoon.''

Hermens' bureau benadrukt de voorbeeldfunctie die Gebrselassie in Ethiopië heeft voor de jeugd. Zo hangt in Addis Abeba een grote poster van hem met de tekst: `Jij kunt het ook.' ,,Daarmee willen we zeggen: kijk eens, deze jongen heeft de wereld veroverd door zijn talenten te gebruiken en hard te werken. Jongens, ga niet bij de pakken neerzitten, wees bezig, geloof in je dromen. Haile is een groot voorbeeld voor de Ethiopische jeugd. Bij huldigingen van hem komen meer dan een miljoen mensen.''

Dat Gebrselassie op een dag president van Ethiopië wordt, is een droom van Hermens. Of dat reëel is, kan hij nu niet goed beoordelen. ,,De dictatuur is weg en de macht is in handen van de Tigre-stam, terwijl Haile tot de Amarek-stam behoort. Ethiopië is geen democratie; er zijn dus geen verkiezingen. Waren die er wel en zou Haile presidentskandidaat zijn, dan werd hij gekozen, geen twijfel mogelijk.''

Hermens erkent dat Gebrselassie niet op alle terreinen de deskundigheid heeft om als president te functioneren. ,,Maar geldt dat dan wel voor de huidige bewindvoerders? Zij zijn omhooggevallen guerrillastrijders. En met bekwame adviseurs moet Haile een goede president kunnen worden.''

En dan is er ook nog het dopingvraagstuk dat Hermens niet onberoerd laat. ,,In onze contracten staat dat de samenwerking wordt beëindigd in geval van dopinggebruik, maar in de praktijk komt daar niets van terecht. We proberen atleten altijd te helpen. Als jouw vriend wegens moord de gevangenis indraait, zoek je hem toch ook op? Maar een moord is wel even iets anders dan zo'n fucking pilletje. Gelukkig heb ik met mijn atleten weinig dopinggevallen meegemaakt, maar als het voorkwam, heb ik nooit iemand laten vallen. Een vriend blijf je steunen.''

Hermens is een groot voorstander van controles, maar vindt het vreselijk dat betrapte atleten zo worden gestigmatiseerd en gecriminaliseerd. ,,Ik blijf het toch vergelijken met een verkeersovertreding; we rijden allemaal wel een keer door een rood stoplicht. En die arrogantie van de bonden, dat stoort mij nog het meest. Er zitten in die tuchtcommissies allerlei vreemde snuiters die van doping geen verstand hebben, maar wel oordelen over de loopbaan van een atleet. Ik heb dat meegemaakt met Dieter Baumann, een jongen voor wie ik mijn handen in het vuur steek. En wat dacht je van Katrin Krabbe? Die werd in haar DDR-tijd nota bene bespioneerd door haar vriend. En nadat de Muur was gevallen, werd zij het middelpunt van een oorlog tussen de West-Duitse en Oost-Duitse geheime dienst. En daar zat deze Hollandse jongen tussenin. Ik kan er wel een boek over schrijven. En misschien doe ik dat nog wel een keer.''

De dopingaffaires rond Frank de Boer en Edgar Davids volgt Hermens met belangstelling. ,,Als ik die jongens goed beluister, ben ik overtuigd van hun onschuld. Die zaak De Boer is natuurlijk pure klassenjustitie in vergelijking met de zaak van atleet Troy Douglas, die liefst twee jaar kreeg. Dat is nogal een verschil met twee maanden. Ik hoop dat Frank de Boer zijn arbitragezaak doorzet, want dan kan hij op het gebied van dopingregelgeving voor een doorbraak zorgen. Die moet namelijk hoognodig worden verbeterd. Officials zijn aardige mensen, maar ze zijn niet meegegroeid met de sport. En ik vrees dat dat nog lang zo zal blijven.''